Genderdysforie bij kinderen
Genderidentiteit en genderdysforie bij kinderen en adolescenten: waar staan we vandaag?
EAPS-CONGRES 2025 Genderdysforie is een gevoelig en vaak moeilijk bespreekbaar thema, zowel voor de persoon die het onderwerp op de tafel wil leggen, als voor de familie en vrienden. Maar ook zorgverleners missen soms de nodige handvaten om hier goed mee om te gaan. Op het meeste recente congres van de EAPS (European Academy of Paediatric Societies) werd het delicate onderwerp op de agenda geplaatst.

Evolutie en polarisatie
De voorbije twintig jaar is er enorm veel veranderd. Omdat de term dysforie een eerder negatieve connotatie kent (dysforie doet denken aan discomfort) spreekt men nu van genderincongruentie, waarbij de nadruk ligt op het gevoel van niet overeenstemmen van het geslacht waarmee men geboren is en datgene waar men zich mee vereenzelvigt, zonder dat dit gevoel per definitie negatief moet zijn.
Anno 2026 zien we echter ook een grote polarisatie met tegenstellingen op alle niveaus, van zorgverleners tot beleidsmakers. Een goed voorbeeld zijn de Verenigde Staten waar de voorbije maanden tal van ziekenhuizen verplicht werden de zorg voor genderincongruentie te schrappen en waar op ieders identiteitsbewijs terug het geslacht van bij de geboorte wordt vermeld, zelfs bij mensen die een heel parcours van hormonale behandelingen en chirurgie aflegden en zichzelf al jaren tot het andere geslacht rekenen. Ook in Europa zien we een kentering: in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld is het momenteel nog zeer moeilijk om behandeld te worden.
Belang van een goed netwerk
Er is niet enkel de fysieke transitie maar ook de sociale overgang: de nodige erkenning door de omgeving. Volgens prof. Laetitia Martinerie (CHU Robert Debré, Parijs, specialiste in pediatrische endocrinologie) is de steun van de ouders, de familie, de school maar ook van de pediater of de huisarts enorm belangrijk, evenals toegang tot een multidisciplinair team of netwerk dat psychologische begeleiding biedt en/of helpt bij legale aspecten (naamsverandering, aanpassen van identiteitsbewijzen e.d.).
Hormonale transitie: waarom?
Jongeren met genderdysforie kampen in vergelijking met leeftijdsgenoten met meer mentale problemen zoals depressie, angst of automutilatie en ondernemen meer suïcidepogingen. Na behandeling worden de mentale problemen tot hetzelfde niveau gebracht als dat van jongeren zonder problemen met genderidentiteit.
Nationale en internationale guidelines zoals de Standards of Care van WPATH (World Professional Association for Transgender Health), van ESPE (European Society of Paediatric Endocrinology), en van ENDO (Endocrine Society) vormen goede handleidingen voor de aanpak ervan.
Tanner 2
In een eerste fase start men met Gonadotropine Releasing Hormones (GnRH)-analogen, of zogenaamde puberty blockers. Volgens recente guidelines kijkt men voor de start hiervan beter naar de pubertaire ontwikkeling (vanaf Tanner stage 2) dan naar de leeftijd an sich. Ook voor de start van de tweede fase met Gender affirming Hormones (testosteron of oestrogenen) zal niet zozeer de leeftijd bepalend zijn, maar wel of de adolescent genoeg maturiteit heeft om weloverwogen beslissingen te nemen en zaken zoals de opties tot het bewaren van fertiliteit te kunnen vatten en bespreken.
'Jongeren met genderdysforie kampen in vergelijking met leeftijdsgenoten met meer mentale problemen zoals depressie, angst of automutilatie en ondernemen meer suïcidepogingen. Na behandeling worden de mentale problemen tot hetzelfde niveau gebracht als dat van jongeren zonder problemen met genderidentiteit.'
Mythe versus realiteit
Er zijn nogal wat misverstanden als het gaat om hormonale transitie. Prof. Martinerie zet er een aantal recht:
- Er wordt nooit een hormonale behandeling gestart bij kinderen, nooit voordat de puberteit is ingezet.
- Er worden nooit hormonen voorgeschreven bij een eerste consult, met uitzondering van contraceptiva (Progestin) wanneer er menstruaties optreden.
- Er is steeds een informatieve fase en een periode om na te denken.
- Het is steeds een gezamenlijke beslissing van een multidisciplinair team en de jongere waarbij zowel deze laatste als de ouders/voogd een handgeschreven toestemming (Informed Consent) ondertekenen.
Hormonale transitie: wat?
GnRH-analogen worden al vier decennia lang gebruikt, zij het in andere indicaties. Er is dus een weelde aan ervaring aanwezig. Ze worden intramusculair, op maandelijkse, trimestriële of halfjaarlijkse basis toegediend. Doorgaans worden ze goed verdragen, occasioneel zijn er bijwerkingen zoals hoofdpijn of warmteopwellingen. Wanneer de behandeling wordt stopgezet, is ze volledig reversibel.
In een tweede fase komen testosteron en oestrogenen aan bod, het zijn dezelfde producten die voor hypogonadisme worden gebruikt, maar er is een zeer grote variabiliteit qua respons op de behandeling. Beoogde effecten zijn: redistributie van lichaamsvet, vermindering of verhoging van spiermassa en kracht, vaginale atrofie enerzijds of borstontwikkeling anderzijds, verandering van de stem enz. Al deze zaken kunnen soms zeer snel (tijdens de eerste zes maanden) optreden tot pas jaren later. Daarom bestaat er geen echte guideline maar wordt elke behandeling individueel aangepast en is er de noodzaak voor een regelmatige en zeer lange opvolging.
Meer dan twintig jaar opvolging
Ondertussen zijn er data van meer dan twintig jaar follow-up na transitie. Zo volgt men in Amsterdam 145 mensen die als adolescent de transitie doormaakten. Er zijn maar zeer weinig ‘retransities’, dit wil zeggen mensen waarbij de behandeling wordt stopgezet om bij het oorspronkelijke geslacht te blijven of ernaar terug te keren (<4% na GnRH-analogen en <1% na verdere behandeling) en men ziet een verbetering van kwaliteit van leven en depressieve symptomen. Er zou geen metabole impact zijn, wel een vertraagde botmineralisatie.
In Gent worden 890 mensen gevolgd die tussen 2007 en 2024 behandeld werden: 65,5% waren vrouwelijk bij de geboorte, 66,9% startte met behandeling en 17,7% kreeg initieel een GnRH-analoog. Ook daar werden geen metabole gevolgen gezien. Wanneer men daarentegen naar personen kijkt die als volwassene een transitie ondergingen ziet men wel een verhoogd cardiovasculair risico door testosterongebruik. Er zijn geen aanwijzingen dat de behandelingen een verhoogd risico op kanker geven.
En alhoewel de gegevens tot nu toe geruststellend zijn, is er behoefte aan meer data en aan meer langetermijngegevens.
Vandaag blijven nog veel vragen onbeantwoord:
- Wat is de optimale leeftijd om te starten met GnRH-analogen?
- Wat is de impact op botmaturatie, op groei en skeletontwikkeling?
- Is er een impact op de fertiliteit?
- Wat zijn de gevolgen voor latere chirurgie zoals vaginoplastie?
- Wat is het psychologische effect van de lange onderdrukking van de puberteit?
Meer research en meer langetermijndata zijn nodig. Hierop hoopt het in 2023 opgestarte Europese Register in de toekomst antwoorden te bieden.
Referenties:
1. Coleman E, Radix AE et al. Standards of Care for the Health of Transgender and Gender Diverse People, Version 8. Int J Transgend Health. 2022 Sep 6;23(Suppl 1): S1-S259. doi: 10.1080/26895269.2022.2100644. PMID: 36238954. PMCID: PMC9553112.
2. De Vries AL, Steensma TD, Doreleijers TA, Cohen-Kettenis PT. Puberty suppression in adolescents with gender identity disorder: a prospective follow-up study. J Sex Med. 2011 Aug;8(8):2276-83. doi: 10.1111/j.1743-6109.2010.01943.x. Epub 2010 Jul 14. PMID: 20646177.
3. Hannema SE et al.. Endocrine Management of Transgender and Gender-Diverse Adolescents: Expert Opinion of the ESPE Working Group on Gender Incongruence and the Endo-ERN Main Thematic Group on Sexual Development and Maturation. Horm Res Paediatr. 2024 Dec 2:1-27. doi: 10.1159/000542904. Epub ahead of print. PMID: 39622214.
4. Ciancia S, et al. The gender incongruence module in the European Registries for Rare Endocrine & Bone Conditions (EuRREB): first results, current insights, and future directions. Endocr Connect. 2025 Oct 18;14(10):e250401. doi: 10.1530/EC-25-0401. PMID: 41042574 .