Transparantie
De recente Ziekenhuisbarometer van het IMA toont dat het totaalbedrag van aangerekende ereloonsupplementen voor klassieke ziekenhuisopnames en dagopnames in 2024 met 9,1% steeg, tot 760 miljoen euro.
Er zijn aanzienlijke verschillen tussen ziekenhuizen, zowel wat het aantal opnames met ereloonsupplementen als het gemiddelde percentage van ereloonsupplementen betreft. In sommige ziekenhuizen komt de massa aangerekende ereloonsupplementen overeen met 6% van de aangerekende ZIV-honoraria, in andere ziekenhuizen loopt dat op tot 100%.
De Ziekenhuisbarometer zorgt steevast voor deining in het publieke debat, maar de interpretatie verdient meer zorgvuldigheid. De cijfers geven enkel de brutobedragen weer: ze houden geen rekening met het deel dat door hospitalisatieverzekeringen wordt terugbetaald, noch met de retrocessies die naar de ziekenhuizen zelf terugvloeien.
De studie zelf vermeldt dat de bedragen “niet noodzakelijk netto‑inkomsten voor de betrokken zorgverleners” zijn – een nuance die in de algemene pers helaas vaak verloren gaat.
In dit nummer van Artsenkrant erkent CM-topman Luc Van Gorp alvast dat het debat over ereloonsupplementen niet los gezien kan worden van de nomenclatuurhervorming en de hervorming van de ziekenhuisfinanciering.
De NCAZ heeft tot midden 2027 tijd om zelf met een gedragen voorstel voor herziening van het systeem van ereloonsupplementen te komen. Dat overleg biedt een kans om de mist te verdrijven.
Artsen klagen terecht aan dat zij als geldwolven en graaiers weggezet worden. Dat zal blijven duren zolang er onvoldoende transparantie over het doel en de bestemming van supplementen is.