Geen verband tussen rompflexie en lage rugpijn bij arbeiders?
Lage rugpijn is een veelvoorkomend symptoom, waarbij levensstijlfactoren zoals roken, obesitas en weinig fysieke activiteit een rol spelen. Is er een verband met rompflexie?
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Get off my back (Public Enemy, 1992)
Vorig jaar verscheen er een Zwitsers-Nederlandse systematische review die de associatie tussen rompflexie (trunk flexion) en lage rugpijn bij arbeiders (blue-collar workers) bestudeerde (Maillard et al., Work, 2025). Vier studies konden weerhouden worden in de analyse van Lage RugPijn (LRP).
Er bleek geen consistente associatie te bestaan tussen de amplitudo of duur van de rompflexie en LRP. Het tillen van zware lasten en frequent lasten dragen op de rug zijn dat wel.
Lage rugpijn is wereldwijd een extreem veel voorkomend symptoom, bij zowel jonge als oudere mensen (Hartvigsen et al., Lancet, 2018). Het is de voornaamste oorzaak voor het uitschrijven van een ziektebriefje. Vijftig procent hervat binnen 1 week, na een maand is dat opgelopen tot 80%, tot 93% na 3 maanden en tot 97% na 9 maanden (Nederlandse Richtlijn Lage rugpijn en Lumbosacraal radiculair syndroom, NVVG, NVAB en GAV, 2020).
LRP is een complex gegeven. Zelfs levensstijlfactoren (roken, obesitas, weinig fysieke activiteit) zijn ermee geassocieerd. Er moet tevens rekening gehouden worden met bepaalde co-morbiditeiten en pijnveroorzakende mechanismen. Een goede bedrijfssfee,r met sociale steun van de leidinggevenden, en fysieke activiteit in de vrije tijd zijn sleutelfactoren in de preventie.
Link met rompflexie?
Het huidige bewijs dat rompflexie geassocieerd is met lage rugpijn (LRP) is beperkt. Historisch werden biomechanische factoren op de voorgrond geplaatst bij LRP-onderzoeken (Hoogendoorn et al., Spine, 2000). Die theorie werd vijftien jaar geleden al in vraag gesteld (Cury Rubeiro et al., Ann Occup Hyg, 2012; Wai et al., Spine J, 2010).
Recente studies suggereren steeds vaker dat biomechanische factoren niet de primaire oorzaak van lage rugpijn zijn (Hartvigsen et al., 2018). Psychologische en sociale risicofactoren verdienen aandacht bij het doorgronden van de pijn (O’Sullivan et al., J Orthop Sports Phys Ther, 2016). Pain-related fear en depressie horen in dat rijtje thuis.
Een Cochrane Database Systematic Review publiceerde 15 jaar geleden adviezen over manueel verplaatsen van materiaal, hulpmiddelen voor preventie en behandeling van rugpijn bij werknemers (Verbeek et al., update in 2011: CD005958). Zij concludeerden dat minder flexie van de romp geen effectieve interventie is voor de preventie van LRP. De ergonomie “industrie” verspreidt nog steeds tips & tricks om buigen te vermijden, te tillen met rechte rug en steeds rechtop te zitten (O’Sullivan et al., 2016).
Voor het formuleren van evidence-based adviezen is aanvullend onderzoek noodzakelijk, dat objectieve metingen van de flexiegraad tijdens de uitvoering van het werk omvat. Een recente studie van Sumon en collega’s, met een 3D musculoskeletaal model, vond wel significante relaties met LRP bij het uitvoeren van taken met muren in de bouwsector (J Biomech Sci Eng, 2025).
Zo blijft er dus voer voor discussie. Er moet zoals steeds aan het “healthy worker effect” gedacht worden bij arbeidsgeneeskundige studies, want de LRP-patiënten kunnen ander werk hebben of in arbeidsongeschiktheid verkeren.
Het is vooral belangrijk om de bevolking geen niet-bevorderlijke overtuigingen, zoals 'zwakke rug' of 'kapotte rug', op te dringen. Ze voeden het “catastroferen” van pijn, het initiëren van pain-related fear (angst voor beweging), het ervaren van weinig grip op pijn en het ontstaan van vermijdingsgedrag, die allemaal kunnen leiden tot chronische rugpijn.