Medaxes: “Zonder concurrentie betaalt de patiënt de prijs”
Medaxes, de Belgische koepel van farmaceutische bedrijven die generische en biosimilaire geneesmiddelen aanbieden, waarschuwt dat een gebrek aan concurrentie de duurzame toegang tot basisgeneesmiddelen kan belemmeren. Nele D'Haeze en Wim Vervaet, de nieuwe co-CEO’s van Medaxes, lichten dat standpunt toe.

Artsenkrant: Misschien eerst vooraf: jullie zijn de nieuwe co-CEO’s van Medaxes. Waarom de keuze voor een duobaan ?
Nele D'Haeze: Die keuze is gemaakt omdat wij allebei al director zijn binnen Medaxes. Het co-CEO-schap komt bij onze bestaande job. Het is ook goed om iemand te hebben om te overleggen en samen beslissingen te nemen.
Wim Vervaet: Ik sluit me daarbij aan, en vind het heel fijn om dat samen met Nele te kunnen doen. Zij kent ook de sector heel erg goed. Onze vorige CEO heeft Medaxes toekomstproof gemaakt. De communitywerking werd opgestart, en we hebben een nieuwe thuis gevonden in Tour & Taxis, dichtbij de kabinetten, het FAGG, het RIZIV, de FOD economie. Het is nu aan ons om Medaxes op de kaart te zetten als expertisecentrum en stakeholder voor basisgeneesmiddelen. Als er over geneesmiddelen wordt gepraat, willen wij mee aan tafel zitten.
Het verbaast mij soms hoe vanzelfsprekend het thought leadership van de innovatieve industrie wordt gevonden. Vandaag staat onze sector onder druk door de budgettaire situatie en de sterke focus op zeer dure, hooggespecialiseerde innovatie.
Dat is niet negatief, want het gaat over echte breakthrough-innovaties. Maar dat je die twee grote takken van de geneesmiddelensector – innovatie enerzijds en off‑patent en basisgeneesmiddelen anderzijds – budgettair tegen elkaar uitspeelt, is volgens ons bijzonder schadelijk voor de toekomst.
Wat is de kernboodschap van uw memorandum?
Nele D’Haeze: De kern staat eigenlijk in de titel: zonder concurrentie betaalt de patiënt de prijs. Wij vinden innovatie heel belangrijk, maar als basisgeneesmiddelen van de markt verdwijnen en daardoor de concurrentie op de markt wegvalt, kan de patiënt zijn standaardbehandeling op termijn niet meer krijgen. Negen op de tien patiënten steunen dagelijks op basisgeneesmiddelen, en ze zijn goed voor 95% van het geneesmiddelenvolume in België. Daarom hebben we generieken en biosimilars nodig op de Belgische markt. Zonder concurrentie door off‑patentmiddelen, zouden de geneesmiddelenkosten in België veel hoger zijn en de toegankelijkheid voor patiënten veel slechter.
Wim Vervaet: Het belang van competitie wordt zwaar onderschat. Het RIZIV heeft berekend dat er de afgelopen twintig jaar ruwweg vier miljard bespaard is dankzij generieken en biosimilars: twee miljard door de prijsdalingen voor het originele geneesmiddel, en twee miljard doordat concurrerende bedrijven tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. Het totale geneesmiddelenbudget bedraagt ongeveer 6,5 miljard euro; dan zie je hoe cruciaal dat competitieve segment is. België heeft een van de beste zorgsystemen ter wereld, met een zeer brede toegang tot medicatie, maar qua betaalbaarheid zitten we aan het einde van het verhaal. We hebben een nieuw systeem nodig dat beter inspeelt op de realiteit van vandaag.
'Zonder concurrentie door off‑patentmiddelen, zouden de geneesmiddelenkosten in België veel hoger zijn en de toegankelijkheid voor patiënten veel slechter'
Een nieuw systeem
Wat bedoelt u met “een nieuw systeem”?
Wim Vervaet: Vroeger was innovatie een pil die iedereen drie keer per dag nam: één product, één prijs, grote volumes. Vandaag gaat het vaak over weesgeneesmiddelen voor misschien honderd patiënten in Europa, waarvoor één toediening hun hele leven kan veranderen. Je hebt dus een éénmalige toediening, met een return on investment over veertig jaar. Als je die investering wil verlonen via een klassieke prijs per dosis op het moment van aankoop, wordt dat onbetaalbaar.
Het is natuurlijk wél een goede investering, alleen zie je de baten niet in het geneesmiddelenbudget. Maar omdat die andere budgetten niet met elkaar “praten”, zie je alleen hoe de kosten in het geneesmiddelenbudget exploderen en problematiseer je ze, terwijl de enorme gezondheids- en kostenwinst onzichtbaar blijft.
Jullie waarschuwen dat die concurrentie kan verdwijnen. Wat maakt het zo moeilijk om nog generieken en biosimilars naar België te halen?
Nele D’Haeze: Zoals Wim al aanhaalde, wordt innovatie steeds gespecialiseerder, met weesindicaties en zeer kleine doelgroepen. Dat maakt het al minder evident om biosimilars en generieken aan te trekken. Een tweede, cruciale factor is de lage uptake van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in België: als de volumes zo laag blijven, stimuleer je bedrijven niet om hier te lanceren.
Dan heb ik het nog niet over de traagheid van de prijszetting en terugbetalingsgoedkeuring. De hele procedure duurt in België 150 dagen. In Duitsland gaat dat tien keer sneller, binnen veertien dagen. In Nederland kan het zelfs binnen de dag. Voor bedrijven die Europees beslissen waar ze eerst lanceren, zijn snelheid en marktattractiviteit doorslaggevend. België scoort op beide onvoldoende.
Wim Vervaet: Bij besparingen denken we automatisch aan lage prijzen, maar dat is te beperkt. Je hebt lage prijzen én voldoende volume nodig om echte besparingen te realiseren. Stel dat de prijs van een innovatief geneesmiddel door de komst van een generiek alternatief met 60% moet zakken, maar er is geen incentive voor voorschrijvers om te switchen. Dan doet het RIZIV een besparing – het origineel zakt in prijs – maar er is geen levensvatbaar businessmodel voor het alternatief.
In België reguleren we voor biosimilars de prijzen tot hetzelfde niveau: er is nauwelijks prijsconcurrentie, dus geen prikkel om volumes te creëren. Voeg daar de traagheid van de procedures aan toe: als de wet voorschrijft dat de prijs 60% moet dalen, is het absurd dat je nog eens een procedure van dertig dagen bij FOD Economie moet doorlopen om je prijs te rechtvaardigen. Dat is een maand verloren, terwijl een biosimilar voor adalimumab jaarlijks dertig miljoen euro kan besparen. Zo maak je van België geen aantrekkelijke markt.
'Je hebt lage prijzen én voldoende volume nodig om echte besparingen te realiseren'
Specialisten als motor
Wat wilt u artsen in het bijzonder meegeven?
Wim Vervaet: Zeker voor biosimilars zie ik de specialisten als de motor. Ik merk in gesprekken dat veel artsen met terechte vragen zitten: hoe kan ik tegelijk innovatie stimuleren én bijdragen aan betaalbaarheid? Originele bedrijven komen met hun verhaal, biosimilarbedrijven met een ander, en artsen zeggen vaak: “Ik begrijp het mechanisme niet.” Ze horen soms dat een biosimilar evenveel kost als het origineel en vragen zich af: wat is dan het punt?
Belangrijk is het onderscheid tussen de patentfase en de off‑patentfase. Tijdens de patentperiode heeft het innovatieve bedrijf de exclusiviteit, om zo de kosten voor onderzoek en ontwikkeling terug te verdienen en winst te maken. Dat is terecht, want zonder die prikkel komt er geen innovatie. Medaxes zal daarom ook altijd het patentsysteem verdedigen.
Maar eens het patent afloopt, verandert de logica volledig: dan gaat het erom de molecule zo breed mogelijk beschikbaar te houden tegen een zo laag mogelijke kost. Het businessmodel van de innovatieve industrie is daar niet op gebouwd, dat van onze sector wel.
Het zijn dus twee aparte werelden met elk een maatschappelijk belang. Voor de arts betekent dat: kies tijdens de patentfase voor de beste innovatieve therapie. Na patentafloop verschuift de focus naar kostenefficiëntie en brede toegankelijkheid via generieken of biosimilars. Dat heeft een dubbel voordeel: de toegang verbeteren, maar ook om innovatieve bedrijven te stimuleren om verder te gaan zoeken naar het volgende succesproduct.
Nele D’Haeze: We kaarten ook evergreening aan: incrementele innovaties aan bestaande geneesmiddelen die slechts voor een kleine patiëntengroep echt een meerwaarde bieden, maar beschermd worden door een nieuw patent. Dat is duur en niet altijd rationeel. Idealiter gebruiken artsen die incrementele innovaties enkel voor de patiënten die er werkelijk baat bij hebben, en kiezen ze voor de rest de meer kostenefficiënte opties. Ik begrijp dat artsen geneigd zijn te kiezen voor innovatie – zij zijn wetenschappers, geen gezondheidseconomen. Daarom is het onze verantwoordelijkheid om het systeem helder uit te leggen.
Tot slot: welke boodschap wilt u artsen en apothekers nog meegeven?
Nele D’Haeze: Wij staan open voor overleg met artsen, ziekenhuizen en apothekers. We willen samen zoeken naar werkbare manieren om het beleid te verbeteren, met de patiënt op de eerste plaats. Het is belangrijk dat we begrijpen wat voor hen haalbaar is in de praktijk, zodat we maatregelen kunnen voorstellen die ook echt geïmplementeerd raken.
Wim Vervaet: Wij verdedigen natuurlijk de belangen van onze leden, maar zij delen een duidelijke maatschappelijke visie: toegankelijke, betaalbare zorg voor iedereen. Dat kan alleen via partnerships. Voor een competitieve markt moeten artsen, apothekers, onze sector en de overheid elk hun rol opnemen. De basis van samenwerking is wederzijds begrip: weten waarom de ander doet wat hij doet. Wij hopen dat artsen en apothekers via dit gesprek beter begrijpen waarom wij doen wat we doen, en dat ze onze uitgestoken hand zien.
>> Lees het volledige memorandum hier: medaxes-memorandum.be