Cassatie vernietigt arrest inzake inhoudingen op honoraria van ziekenhuisartsen
Het Hof van Cassatie heeft een arrest vernietigd dat oordeelde dat de afsprakenregeling voor inhoudingen op de honoraria van de ziekenhuisartsen in strijd was met de Ziekenhuiswet. Volgens Cassatie was het arrest onvoldoende onderbouwd.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Hof van Cassatie velde op 2 april een arrest in een geschil tussen het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen en ziekenhuisartsen verbonden aan dit ziekenhuis.
Het Hof van Cassatie vernietigde hiermee een arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 11 maart 2024 (niet gepubliceerd). Dat arrest oordeelde dat de afsprakenregeling voor inhoudingen op de honoraria van de ziekenhuisartsen in strijd was met artikel 154 van de Ziekenhuiswet. Concreet ging het over de wijze van aanrekening van de kosten van perfusie.
Het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen vorderde de vernietiging van dit arrest door het Hof van Cassatie
De Ziekenhuiswet
Artikel 154 van de Ziekenhuiswet (versie 2008) bepaalt dat, onverminderd artikel 155, de honoraria (al dan niet centraal geïnd) alle kosten dekken die direct of indirect verbonden zijn aan de uitvoering van medische prestaties (zoals onder meer kosten van medisch, verpleegkundig, paramedisch, verzorgend, technisch, administratief, onderhouds- en ander hulppersoneel, kosten verbonden aan gebruik van lokalen, kosten van aanschaffing, vernieuwing, grote herstellingen en onderhoud van de benodigde uitrusting, kosten van materiaal en geneeskundige verbruiksgoederen en kosten van goederen en door derden geleverde diensten met betrekking tot de gemeenschappelijke diensten) die niet door het budget van financiële middelen (BFM) worden vergoed.
Artikel 155, § 1, 3°, Ziekenhuiswet (versie 2008) bepaalt dat de centraal geïnde honoraria worden aangewend voor de dekking van de kosten veroorzaakt door medische prestaties die niet door het budget worden vergoed.
Artikel 155, § 3, eerste lid, Ziekenhuiswet (versie 2008) bepaalt dat de inningsdienst daarenboven op de geïnde bedragen, ter dekking van alle kosten van het ziekenhuis veroorzaakt door de medische prestaties die niet door het budget worden vergoed, inhoudingen toepast die in percenten kunnen worden uitgedrukt en worden vastgesteld op grond van tarieven bepaald in onderlinge overeenstemming tussen de beheerder en de medische raad.
Het oordeel van het Hof van Cassatie
Uit deze wetsbepalingen en hun wetsgeschiedenis blijkt volgens het Hof van Cassatie dat de centraal geïnde honoraria worden aangewend voor de dekking van de kosten van het ziekenhuis die zijn veroorzaakt door de medische prestaties, in zoverre deze kosten niet effectief door het BFM worden vergoed.
Het Hof van Beroep van Antwerpen had geoordeeld dat de bepalingen in de financiële regeling van het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen, wat betreft de wijze van aanrekening van de kosten van perfusie, in strijd waren met artikel 154 van de Ziekenhuiswet, zodat deze bepalingen buiten toepassing dienen verklaard te worden in de relatie tussen de partijen.
Volgens het Hof van Cassatie had het Hof van Beroep deze beslissing echter niet naar recht verantwoord.
Bijgevolg werd het arrest vernietigd en werd de zaak verwezen naar het Hof van Beroep te Gent.