Amsterdam UMC: Smartwatches kunnen helpen bij opsporen hartritmestoornissen
Smartwatches kunnen helpen bij het opsporen van hartritmestoornissen, blijkt uit onderzoek van het Amsterdam UMC. Doordat de horloges hartritmestoornissen herkennen die mensen zelf mogelijk niet voelen, kunnen patiënten eerder worden behandeld.
Aan het onderzoek van het Amsterdamse ziekenhuis namen 437 mensen deel, die ouder dan 65 jaar waren én een verhoogd risico op hartritmestoornissen hadden.
De deelnemers werden over twee groepen verdeeld. De eerste groep droeg gedurende 12 uur per dag een Apple Watch met PPG- en ECG-functies. De tweede groep werd gevolgd via traditionele monitoring: met elektroden die op de borst werden geplakt en verbonden waren met een draagbaar ECG-kastje.
Geen klachten, maar...
Na zes maanden werd de balans opgemaakt. Binnen de groep die gevolgd werd met een smartwatch kregen 21 mensen de diagnose boezemfibrilleren. Twaalf van hen hadden de ritmestoornissen zelf niet opgemerkt, omdat ze geen klachten hadden. Binnen de tweede groep, die via traditionele monitoring werd gevolgd, werd bij vijf deelnemers ritmestoornissen vastgesteld.
"Als patiënten geen symptomen van hartritmestoornissen hebben, is het onwaarschijnlijk dat ze zich aanmelden voor een ECG. Bovendien is boezemfibrilleren soms van korte duur. Met traditionele methoden is monitoring slechts enkele dagen tot maximaal twee weken mogelijk, waardoor hartritmestoornissen vaak niet worden 'gedetecteerd'", legt dr. Michiel Winter, cardioloog aan het Universitair Medisch Centrum in Amsterdam, uit. "Maar met de continue monitoring via smartwatches worden hartritmestoornissen sneller en gemakkelijker opgemerkt en kan er direct worden ingegrepen."