Schadevergoeding gevorderd van vaccinatieschade
EU-Hof: Aansprakelijkheidsrichtlijn laat schadevergoeding toe
De Europese Aansprakelijkheidsrichtlijn gebrekkige producten staat schadevergoeding op grond van algemene aansprakelijkheidsregels niet in de weg. Dat zegt het Europees Hof in een zaak over schade na vaccinatie.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
De Europese Richtlijn 85/374/EEG "betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken" voerde het principe van aansprakelijkheid buiten schuld in voor producenten in de Europese Unie (EU). Wanneer een gebrekkig product schade veroorzaakt, kan een producent aansprakelijk worden gesteld ook zonder dat dit door zijn fout of nalatigheid is ontstaan.
Weigering van schadevergoeding
Na op 20 maart 2003 te zijn gevaccineerd met Revaxis, een vaccin tegen difterie, tetanus en poliomyelitis dat wordt geproduceerd door Sanofi Pasteur, heeft klaagster LF verklaard dat zij vanaf 2004 diverse symptomen, infecties en pijn heeft gehad (spijsverteringsproblemen, keelpijn, pijn in de schouders, armen en handen, nekpijn, urinewegeninfecties, pijn in de onderrug en haaruitval). Zij moest zich vanaf 3 december 2005 herhaaldelijk ziek melden op haar werk.
LF legde de zaak voor aan de Franse commissie voor bemiddeling en schadeloosstelling bij medische incidenten (vergelijkbaar met het Fonds voor Medische Ongevallen). Op basis van een deskundigenverslag werd het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Vervolgens vorderde LF voor de burgerlijke rechter vergoeding van de schade die zij meende te hebben geleden als gevolg van die vaccinatie, op grond van aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en schuldaansprakelijkheid.
Na een lange procedure stelde een Frans hof van beroep een prejudiciële vraag aan het EU hof.
Artikel 13
Artikel 13 van Richtlijn 85/ 374/EEG luidt: ‘Deze richtlijn laat de rechten die de gelaedeerde ontleent aan het recht inzake contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid of aan een op het ogenblik van de kennisgeving van deze richtlijn bestaande speciale aansprakelijkheidsregeling onverlet.’
De verwijzende rechter wenste van het Europees Hof te vernemen of deze bepaling zo moet worden uitgelegd dat het verhindert dat het slachtoffer van een gebrekkig product van de producent vergoeding van zijn schade vordert op grond van de algemene schuldaansprakelijkheidsregeling door zich te beroepen op het feit dat de producent zich schuldig heeft gedragen in verband met een veiligheidsgebrek van dat product.
In zijn arrest van 26 maart 2026 antwoordde het Europees Hof dat artikel 13 van de Richtlijn niet verhindert dat het slachtoffer van een gebrekkig product schadevergoeding vordert op grond van de algemene schuldaansprakelijkheidsregeling.
Nieuwe Richtlijn
Nog dit jaar zal Richtlijn 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten Richtlijn 85/ 374/EEG intrekken. Uiterlijk op 9 december 2026 moet dat gebeurd zijn.
In antwoord op een schriftelijke parlementaire vraag zei minister van Justitie Verlinden dat de omzettingstekst wordt opgesteld. Die wordt voorgelegd voor de vereiste externe adviezen. Indien het geplande tijdpad kan worden aangehouden, kan de tekst in het najaar in het parlement worden ingediend. In dit stadium zijn er geen aanwijzingen voor bijzondere moeilijkheden.
Er moet echter worden opgemerkt dat de richtlijn uitgaat van een maximumharmonisatie, wat zeer weinig manoeuvreerruimte laat bij de omzetting ervan.