KB omschrijft 'lichte arbeid' in de zorgsector
Een nieuw KB verduidelijkt het begrip lichte arbeid uit de arbeidswetgeving. Specifiek in de zorgsector vallen daaronder 'het bedelen en afruimen van maaltijden en dranken'.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Staatsblad van 4 mei maakt het KB van 9 april 2026 ‘tot bepaling van het begrip lichte arbeid als bedoeld in artikel 7.15 van de arbeidswet van 16 maart 1971’ bekend.
Dat artikel bepaalt dat in afwijking van artikel 7.1.1 van de arbeidswet (dat een verbod op kinderarbeid bevat) minderjarigen van vijftien jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht, 'lichte arbeid' mogen verrichten. De koning bepaalt welke arbeid als zodanig kan worden aangemerkt.
In uitvoering hiervan bepaalt artikel 1 § 1 van het KB van 9 april 2026 dat onder lichte arbeid moet worden verstaan: niet-industriële arbeid van lichte aard.
Specifiek voor de zorgsector vallen hieronder 'lichte organisatorische activiteiten', zijnde het bedelen en afruimen van maaltijden en dranken.
Andere vormen van lichte arbeid zijn:
- Hulp aan onthaal en aangestelde in een vestiaire;
- Vakkenvuller;
- Verkoopsassistent in kleinhandelszaken;
- Logistieke activiteiten, zijnde: ontvangst, opslag, weging, verpakking, etikettering, voorbereiding van bestellingen, beheer van voorraden of verzending van grondstoffen, goederen of producten;
- Lichte schoonmaaktaken, zijnde taken die een lage fysieke belasting met zich meebrengen, weinig kracht vereisen en van korte duur zijn waaronder afstoffen, afwassen, stofzuigen of dweilen van kleine ruimtes, prullenbak legen, ramen wassen op handhoogte, sanitair licht reinigen;