Transgenderzorg in de huisartsenpraktijk
De huisartsenpraktijk is een laagdrempelige en belangrijke contactplaats voor LGBTQI+-personen. Huisartsen krijgen dan ook steeds vaker te maken met vragen over gender en seksuele diversiteit. Uit doelgroeponderzoek bij transgender personen wordt echter vaak een negatieve ervaring met een huisarts gerapporteerd. Dr. Lentel Vande Cauter onderzocht waar verbeterpunten liggen in het contact tussen de huisarts en transgender personen.
Bij de geboorte wordt het geslacht van een baby bepaald op basis van visuele lichamelijke kenmerken en zo geregistreerd als man of vrouw. Dit wordt ook het ‘geslacht toegewezen bij geboorte’ genoemd. Maar wanneer het toegekende geboortegeslacht niet overeenstemt met de genderidentiteit, spreken we van een transgender persoon.
In de afgelopen jaren is er steeds meer onderzoek gedaan naar transgender personen. Daaruit blijkt onder meer dat mentale problemen zoals depressie, angst en suïcidaliteit vaker voorkomen bij trans- dan bij cisgender personen. Onder andere een laag zelfbeeld, trauma’s, stigmatisatie en discriminatie zijn enkele oorzaken van de hogere prevalentie. Onderzoek in Vlaanderen toont aan dat transgender personen niet alleen op eigen gezondheid slechter scoren dan cisgender personen, maar tevens meer moeilijkheden aangeven bij toegankelijkheid tot de zorg. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat medische zorg door een kwart van de patiënten wordt uitgesteld, uit angst voor een negatieve ervaring.
De rol van de huisarts
Voor haar onderzoek voerde Vande Cauter verschillende semigestructureerde interviews met zorgverleners die actief zijn in de transgenderzorg, waaronder psychologen, seksuologen, therapeuten, een uroloog en een endocrinoloog. Er werden geen huisartsen geïncludeerd, aangezien deze over het algemeen een zeer laag aantal transgender patiënten hebben en minder ervaring hebben met de specifieke zorgnoden van deze groep. De interviews waren opgebouwd rond vier centrale thema’s: de uitdagingen en barrières in de zorg voor transgender personen, ervaringen met de huisarts, de visie op de rol van de huisarts en aanbevelingen om de zorg te verbeteren. “Op die manier heb ik de rol van de huisarts in kaart gebracht en nagegaan waar mogelijke verbeterpunten liggen binnen de zorg voor transgender personen”, licht Vande Cauter toe.
“Een belangrijke observatie die ik regelmatig zag terugkomen, is dat veel huisartsen transgender personen vaak te snel doorverwijzen naar specialisten, omdat ze niet goed weten hoe ze deze groep patiënten moeten inschatten. Nochtans gaat het vaak om gewone eerstelijnsproblemen. Een urineweginfectie blijft bijvoorbeeld een urineweginfectie, ongeacht de genderidentiteit van de patiënt. Toch worden zulke klachten in de meeste gevallen te snel doorgestuurd naar de tweede lijn, omdat men veronderstelt dat ze complexer zijn door bijvoorbeeld hormonale behandelingen”, zegt de huisarts. “Maar, zolang er rekening gehouden wordt met een aantal specifieke aandachtspunten, verschilt de zorg voor transgender personen niet met die voor andere patiënten. Het is dus als huisarts belangrijk om te blijven vertrouwen op de eigen expertise.”
'Zolang er rekening gehouden wordt met een aantal specifieke aandachtspunten, verschilt de zorg voor transgender personen niet met die voor andere patiënten'
Veilige omgeving
Vande Cauter vult aan dat de rol van de huisarts niet enkel ligt in het verlenen van medische zorg, maar ook in de psychologische begeleiding van de patiënt en de opvolging na een transitie. “De opstart van een transitie gebeurt doorgaans in gespecialiseerde centra, maar nadien kan de huisarts perfect een belangrijke vervolgrol opnemen. Uit de gesprekken die ik voor het onderzoek voerde, kwam vooral de rol van de huisarts als communicator naar voren. Alle respondenten benadrukken het belang van een open, respectvolle en niet-oordelende houding van de arts. Zelfs zonder uitgebreide specifieke kennis van transgenderzorg of een transitie, kan een huisarts al veel betekenen door simpelweg een veilige omgeving voor de patiënt te creëren.”
Vande Cauter zegt dat een veilige omgeving niet enkel gedefinieerd wordt door onbevooroordeelde communicatie, maar mede bepaald wordt door kleine, praktische signalen: een sticker in de praktijk, een flyer of andere zichtbare tekens die aangeven dat transgender patiënten welkom zijn. “Zulke ogenschijnlijk kleine gebaren kunnen een groot verschil maken. Ze geven aan dat het veilig is om het onderwerp bespreekbaar te maken en dragen bij aan een gevoel van acceptatie, waardoor transgender patiënten minder snel uit angst of schaamte medische zorg uitstellen. Het is dus interessant om in een vervolgonderzoek samen met transgender personen te onderzoeken welke zaken er concreet geïmplementeerd kunnen worden in de huisartsenpraktijk."
'Het is belangrijk om te beseffen dat er niet één type transgender persoon bestaat. Iedereen zit op een ander punt in het traject'
Afstemmen
“Het is belangrijk om te beseffen dat er niet één type transgender persoon bestaat. Iedereen zit op een ander punt in het traject. Sommige personen weten al heel duidelijk wie ze zijn en willen concrete stappen zetten. Anderen zitten nog in een zoekfase. Het is dus belangrijk om het tempo van de patiënt te volgen. Dat betekent ook vragen stellen. Bijvoorbeeld, hoe wil iemand aangesproken worden, of mag bepaalde informatie worden gedeeld met collega’s. Het gaat om afstemmen van de zorg op de patiënt.” Vande Cauter vult aan dat de website van het Transgender Infopunt een belangrijke informatiebron is voor betrouwbare en toegankelijke informatie.
Ook in de basisopleiding geneeskunde zijn er nog verbeterpunten. “Ik denk niet dat er een apart vak nodig is, maar het zou prima geïntegreerd kunnen worden bij bepaalde vakken. Bijvoorbeeld bij baarmoederhalskanker vermelden dat ook transmannen met een cervix gescreend moeten worden. Of bij endocrinologie kort ingaan op hormoontherapie. Daarnaast is er nood aan meer aandacht voor communicatie en bewustwording voor diversiteit in het algemeen, niet alleen voor transgenderzorg maar breder voor kwetsbare groepen”, besluit Vande Cauter.
>> Lentel Vande Cauter. Transgender personen in de eerste lijn: de rol van de huisarts. Promotor: prof. dr. Johan Vansintejan (Vrije Universiteit Brussel). Copromotor: dr. Lotta Coenen (Vrije Universiteit Brussel).
Masterproef in het kort
Dit onderzoek bracht in kaart welke rol de huisarts kan spelen in de zorg voor transgender personen in België. Via interviews met gespecialiseerde zorgverleners werden ervaringen, uitdagingen en aanbevelingen verzameld om de eerstelijnszorg voor deze kwetsbare groep te verbeteren.
- Waarom is de masterproef belangrijk? (maatschappelijke relevantie)
Transgender personen kampen vaker met mentale gezondheidsproblemen en ervaren drempels in de toegang tot zorg. De wachttijden voor gespecialiseerde begeleiding lopen hoog op. Een huisarts die goed is voorbereid op deze zorgvraag kan hierin een belangrijke rol spelen: hij kan ondersteuning bieden tijdens de wachttijd en de algehele toegankelijkheid van zorg vergroten.
- Wat is er nieuw aan het werk? (wetenschappelijke relevantie)
Waar eerder onderzoek zich vooral richtte op de ervaringen van transgender personen zelf, belicht dit onderzoek het perspectief van gespecialiseerde zorgverleners. Door hun inzichten te vertalen biedt het een concreet en gestructureerd kader om de rol van de huisarts in de transgenderzorg te omschrijven en verbeterpunten uit te lichten.
- Waarom is het belangrijk dat andere (huis)artsen leren over het onderzoek?
Het onderzoek maakt duidelijk dat een huisarts al een groot verschil kan maken zonder specialist op het gebied van transgenderzorg te zijn. Een open, niet-oordelende houding en basiskennis over de specifieke zorgnoden van transgender personen volstaan vaak. Tegelijk wijst het onderzoek op hiaten in de huidige opleiding.
>> De Prijs van de Jonge Huisarts powered by Artsenkrant wordt georganiseerd in samenwerking met het Rode Kruis-Vlaanderen. 