Psychologie

Mannen als slachtoffer van intrafamiliaal geweld

De man die zijn vrouw vreest

Mannelijk slachtofferschap van partnergeweld is een blinde vlek. Hoe komt dat, en wat kunnen we eraan doen?

Dr. Koen Thomeer, huisarts - 6 mei 2026

man partnergeweld Een man van 47 zit al drie kwartier op mijn consult. Op papier komt hij voor recidiverende maagklachten. Hij is bleek, slaapt slecht, valt af. Bloedonderzoek, gastroscopie, alles negatief.

Bij de derde controle vraag ik nog eens hoe het thuis gaat. Hij haalt zijn schouders op: "Het is een moeilijke periode voor mijn vrouw."

Pas weken later, na een toevallige opmerking over een 'incident' in de keuken, valt het kwartje. Hij wordt al jaren geïsoleerd, gekleineerd, financieel gecontroleerd. Een laatste keer dat hij wegging, kreeg hij vier dagen later een aangifte van bedreiging op zijn deurmat. Sindsdien durft hij niet meer.

Dit is geen uitzonderingsgeval. Een huiveringwekkend gewone consultatie – alleen herkennen we hem zelden.

De cijfers die we vergeten

De Europese enquête naar gendergerelateerd geweld (EU-GBV), in 2021–2022 in België representatief afgenomen bij 5.494 personen, leverde een cijfer op dat in geen enkele krantenkop verscheen: 33,1% van de mannelijke respondenten rapporteerde ooit minstens één vorm van intiem partnergeweld te hebben ervaren, tegenover 31,3% van de vrouwen. Dat verschil is statistisch niet significant.

Mannelijke slachtoffers ervaren overwegend langdurig psychologisch geweld zonder fysieke component

Voor wie dit cijfer instinctief in twijfel trekt - en die reflex ken ik – staat de cruciale nuance één regel verder. De aard van dat geweld verschilt fundamenteel. Van de mannelijke slachtoffers ervoer 74,1% uitsluitend psychologisch geweld (vrouwen: 48,6%).

Combinaties van meerdere geweldsvormen – fysiek én psychologisch én seksueel – komen bij vrouwen significant vaker voor (48,7% vs. 23,5%). Fysiek geweld treft vrouwen bijna twee keer zo vaak (14,4% vs. 8,5%); seksueel partnergeweld is bij mannen zo zelden gerapporteerd dat het onder de verspreidingsdrempel valt.

De totale prevalentie is dus vergelijkbaar, de morfologie niet. Mannelijke slachtoffers ervaren overwegend langdurig psychologisch geweld zonder fysieke component: kleinering, isolement, dwingende controle, dreiging met aangifte of met de kinderen, financiële controle, gaslighting.

Sociologisch onderscheidde Michael Johnson (2008) dit patroon (intimate terrorism of intieme terreur) scherp van situational couple violence, het wederkerige escalerende ruziegeweld waarmee het in beleid en cijfers vaak op één hoop wordt gegooid. Het patroon dat Evan Stark in 2007 als coercive control benoemde – en dat in Engeland en Wales sinds eind 2015 strafbaar is (Section 76 Serious Crime Act) – is bij mannelijke slachtoffers in België bijna de regel.

Tegenover die 33,1% prevalentie staat een ontstellende politiestatistiek: van het totale aantal slachtoffers van intrafamiliaal geweld doet slechts ongeveer 3% aangifte. De kloof is geen artefact van afwezigheid. Het is een artefact van onzichtbaarheid.

Waarom wij het missen

Er bestaat een vakterm voor wat hier gebeurt: epistemisch onrecht. Prof. Ines Keygnaert (UGent, ICRH), die internationaal publiceert over mannelijke seksuele victimisatie, formuleert het zo: "Als een man en een vrouw exact hetzelfde verhaal vertellen, geloven we doorgaans sneller de vrouw en denken we mee over oplossingen. Mannen trekken we eerder in twijfel. Ze krijgen ook vaak te horen dat ze zich als een echte man moeten gedragen."

De man zelf weet vaak niet dat wat hij meemaakt 'partnergeweld' is.

Dit geldt niet alleen voor leken. Onderzoek toont dat ook professionals – huisartsen incluis – onbewust genderscripts volgen bij het inschatten van slachtofferschap. Het "ideale slachtoffer"-frame, waarin een passieve vrouw wordt belaagd door een actieve man, is zo dominant dat het andere configuraties bijna onleesbaar maakt.

Een huilende, bange man die vertelt dat zijn vrouw hem terroriseert botst frontaal op cognitieve schema's die we ons niet bewust hebben aangeleerd, maar wel toepassen.

Daar komt nog iets bij. De man zelf weet vaak niet dat wat hij meemaakt 'partnergeweld' is. De publieke en mediale framing van IPV is zo gegenderd dat hij zijn eigen ervaring niet herkent in het narratief. Hij denkt aan slaande mannen en blauwe ogen, niet aan zijn eigen situatie waarin hij – soms fysiek groter dan zijn partner – uren wordt belaagd, met de kinderen wordt bedreigd, of zijn salaris niet meer beheert.

Daarbij anticipeert hij – vaak terecht – op scepticisme: "je bent toch groter dan zij", "waarom heb je je niet verdedigd?". Op die laatste vraag is het neurobiologische antwoord even wezenlijk als ongemakkelijk: naast fight, flight en freeze beschrijft de traumaliteratuur sinds Walker (2013) een vierde respons, fawn of appeasement: gehoorzamen, sussen, voorspellen wat de partner wil, om de dreiging onschadelijk te maken.

Wie geen veilige uitweg ziet en bij wie verzet de situatie verergert, ontwikkelt deze respons als overlevingsmodus, niet als karaktertrek. Hij wordt daarnaast vaak preventief door zijn partner als dader geframed (DARVO: Deny, Attack, Reverse Victim and Offender) of geconfronteerd met een omgekeerde aangifte. Op het ogenblik dat hij zijn verhaal aan ons vertelt, heeft hij meestal al jaren intern strijd geleverd om zichzelf überhaupt als slachtoffer te erkennen.

Wat zien we wél in onze praktijk

Mannelijke slachtoffers melden zich zelden met de juiste klacht. Ze melden zich met de gevolgen. 

  • Onverklaarde, persistente somatische klachten: slaapstoornissen, gastro-intestinale klachten, hoofdpijn, vermoeidheid, gewichtsverlies
  • Angst- en stemmingsklachten, vaak met disproportionele zelfverwijten
  • Sociaal isolement: vrienden en familie zien hen minder, ze annuleren afspraken, hun netwerk verdunt
  • Bagatelliserende communicatie: "het gaat wel", "zij heeft het ook niet makkelijk"
  • Schrikachtigheid bij berichten op de telefoon, de behoefte om snel weg te zijn
  • Incongruentie: het verhaal komt niet overeen met de non-verbale presentatie

 Geen enkel signaal is op zich pathognomonisch. Maar in combinatie, en zeker bij een patiënt die er voorheen niet zo bijzat, verdienen ze een gerichte vraag.

Wat te doen in de spreekkamer?

Bevraag genderneutraal. Niet "slaat uw vrouw u?" – wel "heeft uw partner ooit dingen gedaan waarvan u dacht: dit hoort niet?". Concrete patroon- en impactvragen werken beter dan incidentvragen:

  • Heeft u het gevoel dat uw partner uw gedrag, bewegingen of contacten controleert?
  • Bent u bang voor de reactie van uw partner op dagelijkse dingen?
  • Heeft uw partner u ooit bedreigd – met de kinderen, met aangifte, met zelfmoord?
  • Ziet u uw vrienden en familie minder dan vroeger?
  • Heeft u het gevoel dat u niet meer weet wie u bent?

 Bevraag beide partners apart. In aanwezigheid van een controlerende partner spreekt geen enkel slachtoffer eerlijk – ook geen mannelijk.

Valideer en bagatelliseer niet. "Dat moet beangstigend zijn" is een interventie. "Maar zij meent dat misschien niet zo" is dat ook – een schadelijke. De kans dat een man zich opnieuw zal openstellen na een gerelativeerd verhaal is klein.

Documenteer patronen, niet alleen incidenten. In juridische dossiers verdwijnen losse feiten; patronen over tijd, met datum en impact, blijven staan. Vergeet digitale en administratieve componenten niet (tracking, valse aangiften, lopende procedures).

Bij fysieke letsels: een correct attest van vaststelling – letsels objectief beschreven (type, afmeting, kleur, locatie), met onderscheid tussen vaststellingen en verklaringen van de patiënt, gedateerd, kopie in het dossier — kan later cruciaal bewijsmateriaal vormen.

De patiënt neemt het attest desgewenst zelf mee bij aangifte; de arts geeft het niet rechtstreeks aan politie (beroepsgeheim).

Wees alert op post-separatierisico. Het IPV-PRO&POL-onderzoek (BELSPO, 2022) bevestigt wat onze Angelsaksische collega's al langer rapporteren: het geweld stopt zelden bij de scheiding, het verandert van vorm. Institutioneel en administratief misbruik – eindeloze procedures, instrumentalisering van de kinderen – is een erkende geweldsvorm waar mannelijke slachtoffers vaak nog jaren mee blijven kampen.

Ondertussen waarschuwt het werk van Vivienne de Vogel (Universiteit Maastricht) dat standaard risicotaxatie-instrumenten predictief zwakker presteren bij vrouwelijke plegers – een blinde vlek waar collega's in justitie en GGZ steeds meer aandacht voor vragen.

Kinderen die getuige zijn van partnergeweld, zijn zelf slachtoffer van kindermishandeling

Verwijs door, ook als u twijfelt. Hulplijn 1712 is gratis en anoniem; Vlaams coördinator is sinds april 2024 prof. Kasia Uzieblo (VUB, Forensische en Criminologische Psychologie).

Voor complexe of acute dossiers staan in Vlaanderen sinds eind 2023 negen Veilige Huizen (de vroegere Family Justice Centers) ter beschikking – multidisciplinaire centra waar politie, justitie en hulpverlening samen één gezin opvolgen.

Vergeet de Kindreflex niet (Vlaamse methodiek, LUCAS KU Leuven): kinderen die getuige zijn van partnergeweld zijn zelf slachtoffer van kindermishandeling – bevraag ze, signaleer waar nodig.

Voor mannen specifiek bestaat er sinds maart 2026 ookmannen.be – een meertalige informatiesite met een zelfscan, veiligheidsplan en doorverwijzingen, waar ik zelf het initiatief voor genomen heb omdat ik in mijn praktijk merkte dat deze patiënten geen Nederlandstalige adresruimte hadden waarnaar ik kon verwijzen.

Tot slot

We hoeven het feminisme niet te herzien om mannelijke slachtoffers te erkennen. We hoeven alleen onze eigen klinische blik aan te scherpen. Wie zorgt voor mannelijke slachtoffers van partnergeweld bedreigt geen vrouwelijke slachtoffers – hij vergroot het zorgaanbod, en bouwt mee aan een hulpverlening die op patroon en impact reageert in plaats van op gender.

De man met de maagklachten kwam terug. We hebben samen een veiligheidsplan opgesteld, hij heeft 1712 gebeld, en is uiteindelijk vertrokken. Een jaar later was de gastritis weg. Hem niet zien zou hem in mijn praktijk hebben gehouden – niet als patiënt, maar als chronisch slachtoffer.

 
Praktische instrumenten voor de Belgische huisarts

  • Praktische richtlijn voor de aanpak van seksueel en intrafamiliaal geweld in de eerste lijn (Vandenberghe, Fomenko, Keygnaert — ICRH UGent, in opdracht van de FOD Volksgezondheid). Deze bevat onder andere de "Onder vier ogen-methode" voor screening: → health.belgium.be
  • Themadossier Huiselijk geweld van Domus Medica (richtlijnen, scholing, doorverwijslijst): → domusmedica.be
  • Aanbeveling Detectie van partnergeweld voor de huisarts (De Deken et al., Huisarts Nu, 2010)
  • Hulplijn 1712: gratis, anoniem — voor slachtoffers, plegers én omstaanders
  • Veilige Huizen (FJC's): één per Vlaamse regio, zoek de dichtstbijzijnde via vlaanderen.be/veilig-huis
  • Tijdelijk huisverbod: bij ernstig en onmiddellijk gevaar, aanvraag via politie/parket (initieel 10 dagen, verlengbaar tot 3 maanden)
  • Kindreflex: 6-stappenplan voor het bespreken van ouderschap en kinderveiligheid bij volwassen patiënten — kindreflex.be
  • ookmannen.be: gericht op mannelijke slachtoffers en hulpverleners, drietalig (nl/fr/en)

 Bronnen

  • Janssen, C., & Vesentini, F. (2024). Gendergerelateerd geweld in België: Kerncijfers van de EU-GBV-enquête (2021–2022). IWEPS/BISA/Statistiek Vlaanderen.
  • Depraetere, J., Vandeviver, C., Vander Beken, T., & Keygnaert, I. (2020). Big boys don't cry: A critical interpretive synthesis of male sexual victimization. Trauma, Violence & Abuse, 21(5), 991–1010.
  • De Smet, O., Uzieblo, K., et al. (2015). Unwanted pursuit behavior after breakup: Occurrence, risk factors, and gender differences. Journal of Family Violence, 30(6), 753–767.
  • Groenen, A., & Reggers, S. (2021). Partnergeweld: Een veelkoppige ontwrichting in afhankelijkheidsrelaties. Tijdschrift Klinische Psychologie, 51(4), 304–312.
  • Vanneste, C. (Ed.). (2022). Intimate partner violence: Impact, processes, evolution and related public policies in Belgium (IPV-PRO&POL Final report). Belgian Science Policy Office.
  • Stark, E. (2007). Coercive Control: How Men Entrap Women in Personal Life. Oxford University Press.

dokter Koen ThomeerDr. Koen Thomeer is huisarts in Antwerpen en initiatiefnemer van ookmannen.be, een meertalige informatiesite over intiem partnergeweld bij mannen, gericht op slachtoffers en hulpverleners.

 

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
28 april 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine