KB regelt verplichtingen zorgcentra na seksueel geweld
Een nieuw KB regelt de verplichtingen van ziekenhuizen en het multidisciplinair kernteam in zorgcentra na seksueel geweld.
Herman Nys, em. prof. medisch recht
Het Staatsblad van 18 mei 2026 maakt het KB van 23 april 2026 tot uitvoering van bepaalde artikelen van de wet van 26 april 2024 betreffende de Zorgcentra na Seksueel Geweld, bekend.
Het beoogt de coherentie en de doeltreffendheid van de werking van de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSGs) te waarborgen, met bijzondere aandacht voor de bescherming van de slachtoffers, de kwaliteit van de begeleiding en de zorgvuldigheid bij het beheer van de forensisch-medische procedures.
Zorgcentra na Seksueel Geweld
Een zorgcentrum na seksueel geweld is een door het Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen bekrachtigd samenwerkingsverband tussen een ziekenhuis, de politiediensten en het openbaar ministerie, dat wordt gefinancierd en dat functioneert volgens de modaliteiten en voorwaarden van de wet van 26 april 2024 (artikel 3 KB van 20 december 2024 betreffende de registratie van gegevens in de ZSGs).
Verplichtingen voor de ziekenhuispartner
Het ziekenhuis voorziet in de volgende ruimtes op de ZSG-afdeling:
- minstens één onthaalruimte voor slachtoffers en hun steunfiguren;
- minstens één badkamer met toilet en douche die te allen tijde toegankelijk is voor het slachtoffer;
- minstens één volledig uitgeruste consultatieruimte voor medische zorgen en het forensisch onderzoek;
- minstens één consultatieruimte voor de klinisch psychologische consultaties;
- minstens een rustkamer met slaapvoorziening.
Het ziekenhuis waarborgt de toegankelijkheid van ruimten van de ZSG-afdeling voor personen met een beperkte mobiliteit en personen met een beperking.
Het ziekenhuis stelt minstens één lokaal ter beschikking voor het gefilmd verhoor van de politiediensten (artikel 6 KB 23 april 2026).
Om de veilige, traceerbare en gecontroleerde bewaring van de forensische sporen te waarborgen, moet het ziekenhuis:
- op schriftelijk verzoek van één van de partners in het ZSG of van een gerechtelijke overheid voorleggen wie, op welke dag en op welk tijdstip de bewaarruimte(n) betrad;
- op schriftelijk verzoek van één van de partners in het ZSG of een gerechtelijke overheid aangeven van wie welke forensische sporen zijn of waar de forensische sporen van een bepaald slachtoffer zich bevinden, in zoverre de sporen nog door het ziekenhuis worden bewaard conform artikel 29 van de ZSG-wet en ze niet werden overgedragen op verzoek van een gerechtelijke overheid overeenkomstig artikel 40 van de ZSG-wet;
- de forensische sporen op een correcte wijze bewaren, afhankelijk van hun aard in een diepvries of in een droge bewaarplaats, en conform de richtlijnen zoals vastgelegd in het forensisch stappenplan, zodat de sporen van hoge kwaliteit blijven voor verder onderzoek;
- de forensische sporen in de diepvriezers bewaren op een constante temperatuur van minimaal -18° Celsius;
- de temperatuur van de diepvriezers voortdurend monitoren;
- op schriftelijk verzoek, voorleggen welke afwijkingen van de bewaringstemperatuur hebben plaatsgevonden, het protocol dat wordt gevolgd bij een temperatuur afwijking, en wie op welk ogenblik welke handeling stelde om een temperatuur afwijking te verhelpen.
De in 1° en 6° bedoelde informatie dient minimaal vijf jaar bewaard te worden (artikel 7).
Het multidisciplinair kernteam van een ZSG
Het multidisciplinair kernteam bestaat ten minste uit de volgende functies:
1° arts-medisch verantwoordelijke; 2° ZSG-leidinggevende; 3° ZSG-verpleegkundigen om een permanentiesysteem te waarborgen; 4° klinisch psycholoog en 5° administratief medewerker (artikel 8, § 1).
De arts-medisch verantwoordelijke staat in voor:
- de supervisie en coördinatie van de medische zorgen die worden verleend aan slachtoffers op de ZSG-afdeling;
- het verlenen van het in artikel 46, § 1, 2° van de WUG bedoeld medisch voorschrift of staand order of het toevertrouwen van de in artikel 46, § 1, 3° van de WUG bedoelde handelingen aan de ZSG-verpleegkundige voor het verlenen van medische zorgen of de uitvoering van het forensisch onderzoek overeenkomstig artikel 14, § 1, 2° van de ZSG-wet. De arts-medisch verantwoordelijke kan zich voor deze taak laten vervangen door een arts van wacht (artikel 8, § 2)
Onverminderd de toegekende bevoegdheden in de WUG en haar uitvoeringsbesluiten, staat de ZSG-verpleegkundige in voor de in artikel 14 van de ZSG-wet omschreven diensten, overeenkomstig artikel 46 van de WUG (artikel 8 § 4). De bedoelde diensten hebben voornamelijk betrekking op slachtofferbegeleiding.
De klinisch psycholoog staat, onverminderd de toegekende bevoegdheden in de WUG en haar uitvoeringsbesluiten, in voor de in artikel 14, § 1, 1°, 2° en 5° en § 2 van de ZSG-wet omschreven diensten, in zoverre het gaat om een psychologische opvang, psychologische begeleiding of doorverwijzing naar hulp- en zorgverlening van de slachtoffers of hun steunfiguren (artikel 8, § 5).
Het KB van 23 april 2026 treedt in werking op 28 mei 2026.