Raad van State verwerpt beroep tegen beslissing Toezichtcommissie
Inzake intrekking visum wegens ongeschiktheid beroep uit te oefenen
De Raad van State heeft het beroep verworpen tegen de intrekking van het visum door de Toezichtcommissie. De klager was veroordeeld wegens zedenfeiten, maar haalde onder meer aan dat de Toezichtcommissie zijn recht op verdediging geschonden zou hebben.
Herman Nys, em. prof. medisch recht, KU Leuven
In een arrest van 1 juni verwierp de Raad van State het beroep tot nietigverklaring van de beslissing van de Nederlandstalige kamer van de Toezichtcommissie van 19 april 2024 waarbij het visum van verzoeker werd ingetrokken en een procedure werd gestart om de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van verzoeker om het beroep als kinesitherapeut uit te oefenen, vast te stellen.
Veroordeling wegens “zedenfeiten”
De beslissing van de Toezichtcommissie verwees naar een haar gerichte brief van de procureur des Konings van Antwerpen, afdeling Mechelen, waarin toelichting werd gegeven bij het bij die brief gevoegde vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, afdeling Mechelen van 14 december 2023.
In dit vonnis werd de verzoeker schuldig bevonden aan, onder meer, een reeks 'zedenfeiten' gepleegd in de hoedanigheid van kinesist ten aanzien van patiënten en een studente kinesitherapie die stage deed in zijn praktijk.
In het vonnis werden de tenlastegelegde feiten, de bevindingen van het onderzoek en de diverse verklaringen van de betrokken patiënten en stagiaire omstandig weergegeven en besproken. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met probatie-uitstel voor een termijn van 5 jaar onder diverse voorwaarden.
Deskundigenverslag
Het door de Toezichtcommissie bevolen onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van verzoeker om het beroep als kinesitherapeut uit te oefenen, leidde tot het deskundigenverslag van 3 oktober 2024. De conclusie van dat onderzoek luidde dat de verzoeker op het ogenblik van het onderzoek ongeschikt was en dat de geschiktheid naar de toekomst toe voorlopig onzeker was.
Het deskundigenverslag vervolgde dat “het niet te verantwoorden [lijkt] hem het beroep van kinesitherapeut volledig zelfstandig te laten uitvoeren. Indien hij in de toekomst opnieuw de kinesitherapie wil beoefenen dient dit te gebeuren onder continu toezicht van een gekwalificeerd leidinggevende”.
Op 10 januari 2025 hoort de Toezichtcommissie verzoeker over dit deskundigenverslag van 3 oktober 2024 en op 14 februari 2025 beslist de Toezichtcommissie om het visum van verzoeker “verder te schorsen”.
Geen enkel middel is ontvankelijk
De verzoeker voerde tegen de bestreden beslissing de schending van de motiveringsplicht aan, de schending van het recht op verdediging (waarbij de Raad van State in het midden laat of dit wel geldt voor de Toezichtcommissie), schending van vormvoorschriften en schending van artikel 46 van de Zorgkwaliteitswet dat de samenstelling van de Toezichtcommissie regelt.
Geen enkel van deze middelen kon de Raad van State overtuigen. Bijgevolg werd het beroep verworpen.