Huisartsgeneeskunde

KCE wil toekomstige behoefte aan huisartsen beter inschatten

Alternatieve hypothesen voor verschillende parameters

Hoeveel huisartsen heeft België in de toekomst nodig? Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) heeft samen met huisartsen alternatieve hypothesen voor verschillende parameters geformuleerd. Het is nu aan de Planningscommissie om deze te gebruiken bij haar berekeningen. Nadia Benahmed, expert bij het KCE, legt de uitdagingen van deze essentiële maar delicate oefening uit.

Nicolas de Pape - 2 juli 2026

Artsenkrant: Wat was de belangrijkste doelstelling van het onderzoek?

Nadia Benahmed: De doelstelling is het ontwikkelen van alternatieve hypothesen voor het basismodel dat de Planningscommissie gebruikt om de toekomstige behoeften aan huisartsen te voorspellen. We wilden analyseren in hoeverre bepaalde parameters zich tegen 2045 anders zouden kunnen ontwikkelen dan de historische trends.

Om dit te doen, hebben we in drie fasen gewerkt, in nauwe samenwerking met huisartsen. Een eerste groep ontwikkelde scenario's op basis van factoren die in de literatuur zijn geïdentificeerd. Deze scenario's werden vervolgens geanalyseerd om te bepalen welke parameters van het projectiemodel ze zouden kunnen beïnvloeden. Ten slotte formuleerde een andere groep huisartsen, met diepgaande expertise in de organisatie van de eerstelijnszorg en gezondheidsgegevens, alternatieve hypothesen en kende hieraan een numerieke waarde toe.

"Het doel is niet om de toekomst van de huisartsenzorg te voorspellen, maar om mogelijke ontwikkelingen beter te begrijpen."

Uw rapport benadrukt specifiek dat deze scenario's geen voorspellingen zijn. Hoe kunnen we voorkomen dat ze als politieke zekerheden worden gebruikt?

De ontwikkelde scenario's schetsen vier contrasterende ontwikkelingen in de huisartsenpraktijk tegen 2045. Ze dienen om de reikwijdte van potentiële ontwikkelingen te definiëren en de mogelijkheden af ​​te bakenen, maar niet om de toekomst te voorspellen.

De alternatieve hypothesen beschrijven dus een mogelijke afwijking van het basismodel. Het is vervolgens aan de Planningscommissie om te bepalen welke waarden binnen deze marge in aanmerking worden genomen, zoals zij dat in elke fase van haar adviesontwikkeling doet. Het uiteindelijke doel blijft echter een zo eerlijk mogelijke basis te creëren voor het vaststellen van quota.Nadia Benahmed, expert KCE

Alleen terugbetaalde zorg

Het model blijft grotendeels afhankelijk van het gebruik van terugbetaalde gezondheidszorg. Dit gebruik weerspiegelt echter niet altijd de werkelijke behoeften van de bevolking. Bestaat er niet het risico dat de medische voorzieningen worden gepland op basis van wat het systeem vergoedt, in plaats van op basis van wat patiënten daadwerkelijk nodig hebben?

Het Belgische model voor het voorspellen van de medische beroepsbevolking behoort tot de meest effectieve modellen in Europa. Het kan echter nog steeds worden verbeterd, met name wat betreft de manier waarop rekening wordt gehouden met de vraag. Momenteel is de vraag gebaseerd op het gebruik van zorg, gewogen naar leeftijd en geslacht.

Deze aanpak kent twee belangrijke beperkingen. Ten eerste weerspiegelt het zorggebruik alleen de uitgesproken behoeften. Het houdt dus geen rekening met onvervulde behoeften, de relevantie van de uitgesproken behoeften, of de mogelijkheid dat sommige behoeften beter door andere zorgprofessionals kunnen worden vervuld.

Ten tweede gaat het gebruik van gegevens over zorgconsumptie er impliciet van uit dat de werktijd van artsen, inclusief activiteiten die geen direct patiëntencontact inhouden, evenredig is aan de honoratia die voor geleverde diensten worden aangerekend. Deze aanname verdient nader onderzoek.

Een tragere stijging van het aantal patiëntcontacten zou grotendeels gecompenseerd worden door een toename van coördinatie- en managementactiviteiten.

De geraadpleegde huisartsen lijken te geloven dat taakdelegatie de totale vraag naar huisartsenzorg niet significant zal verminderen. Is dit een gegronde conclusie?

De huisartsen werden afzonderlijk ondervraagd over twee aspecten: veranderingen in het aantal patiëntencontacten en de tijd die ze aan andere taken besteden.

In sommige scenario's, met name die waarbij taken aanzienlijk worden gedelegeerd aan andere zorgprofessionals of aan technische oplossingen, zou het aantal contacten minder snel toenemen. Dit effect zou echter grotendeels worden gecompenseerd door een toename van coördinatie- en managementactiviteiten.

Bovendien verandert de aard van de contacten, zelfs in scenario's waarin het aantal contacten slechts licht toeneemt. Huisartsen zouden meer te maken krijgen met complexe gevallen. Deze inzichten zullen echter door latere analyses bevestigd moeten worden.

In verschillende scenario's wordt de huisarts meer een coördinator dan een eerstelijnsarts. Op welk punt dreigt deze verschuiving het beroep minder aantrekkelijk te maken voor jonge artsen?

Het is mogelijk dat het profiel van artsen die zich specialiseren in de huisartsgeneeskunde evolueert naarmate de aard van de werkzaamheden verandert. Met deze factor is rekening gehouden door middel van het specialisatiepercentage, oftewel het percentage afgestudeerden in de geneeskunde dat zich specialiseert in de huisartsgeneeskunde ten opzichte van alle afgestudeerden die voor een specialisatie kiezen.

Wanneer artsen alternatieve hypotheses formuleren, geloven ze echter dat in een systeem met quota, de impact op de aantrekkelijkheid van het beroep beperkt zou blijven tot het aantal beschikbare opleidingsplaatsen, dat zelf ook door quota wordt bepaald.

Het rapport spreekt van een mogelijke daling van de activiteitsgraad tot wel 35% in het slechtste scenario. Is dit het gevolg van huisartsen die er bewust voor kiezen om minder te werken, of van een ondraaglijke werkdruk?

De verdelingsgraad maakt onderscheid tussen artsen die professioneel actief zijn en direct patiëntenzorg verlenen binnen het kader van de diensten van het RIZIV, en artsen die dat niet zijn. Deze tweede categorie omvat met name artsen die werkzaam zijn in de schoolgeneeskunde, bedrijfsgezondheidszorg, gezinsplanning, academisch of farmaceutisch onderzoek, de publieke gezondheidszorg en zelfs sectoren die niets met de gezondheidszorg te maken hebben.

Artsen die RIZIV -diensten verlenen, kunnen deze klinische activiteit ook combineren met andere activiteiten. Hun activiteitsgraad hangt daarom af van zowel hun gekozen werktijd als het percentage van hun totale werktijd dat RIZIV-activiteiten vertegenwoordigen.

Hoewel er maatschappelijk gezien een algemene afname is van het aantal werkuren, kan de diversificatie van professionele activiteiten dus ook invloed hebben overwogen scenario's. Ook hier zal de ontwikkeling van de RIZIV-activiteitsgraad retrospectief moeten worden geanalyseerd.

Planning moet silo's doorbreken

U benadrukt de noodzaak van een multidisciplinaire planning. Hebben we vandaag de dag wel genoeg verpleegkundigen, praktijkassistenten en andere professionals om de taken uit te voeren die huisartsen zouden kunnen delegeren?

Door over te stappen van gefragmenteerde planning naar transdisciplinaire planning kunnen we het aantal huisartsen aanpassen aan de beschikbaarheid van andere professionals met wie samenwerking of taakoverdracht mogelijk of wenselijk is: verpleegkundigen, praktijkassistenten, enzovoort.

Het is wel noodzakelijk om te zorgen voor voldoende personeel in deze beroepsgroepen. Dit zal met name afhangen van het geldende wettelijke kader en beleid.

Brussel kan in bepaalde scenario's een veel grotere vraagtoename kennen dan andere regio's. Zijn de huidige planningsinstrumenten, georganiseerd per gemeenschap, wel geschikt voor een dergelijke regionale realiteit?

Ten eerste is het belangrijk te onthouden dat de toename van het aantal patiëntcontacten wordt uitgedrukt als een percentage. De Brusselse bevolking is echter aanzienlijk kleiner dan die van Vlaanderen of Wallonië. Een hoog percentage vertaalt zich daarom niet noodzakelijkerwijs in een groot absoluut aantal extra contacten.

Desalniettemin is het essentieel om rekening te houden met de specifieke kenmerken van Brussel bij de planning van het personeelsbestand van huisartsen. In ons onderzoek hebben we ons beperkt tot het beschrijven van enkele van deze kenmerken. Hoe deze in het planningsproces moeten worden geïntegreerd, valt onder de bevoegdheid van de Planningscommissie.

Ook de vestigingsvrijheid voor huisartsen moet in acht worden genomen. Een arts die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is opgeleid, kan in Wallonië werken, en omgekeerd. Het quotastelsel is gekoppeld aan de opleiding en valt onder de bevoegdheid van de gemeenschappen. Het sluit daarom strikt regionale planning uit, en a fortiori lokale planning.

Het rapport beveelt aan de communicatie tussen de federale overheid en de deelstaten te versterken. Is dit een reactie op de institutionele fragmentatie in België?

Naast de gegevens die op federaal niveau worden verzameld, wordt er in Vlaanderen, Wallonië en Brussel onderzoek gedaan naar de dichtheid van medische professionals in hun respectievelijke gebieden. Dit regionaal onderzoek maakt gebruik van gegevens uit andere bronnen dan die op federaal niveau worden gebruikt.

Deze gegevens vormen een belangrijke basis voor de beraadslagingen van planningscommissies, zowel op federaal niveau als op het niveau van de deelstaten. Omgekeerd zou gedetailleerde informatie over de parameters van het federale model de deelstaten in staat stellen hun werk aan subquota per specialisme te verfijnen. Een betere informatie-uitwisseling tussen beide niveaus kan de discussies aan beide kanten alleen maar versterken.

Een belangrijk uitgangspunt van dit onderzoek is dat het plannen voor de toekomst van de huisartsenzorg niet alleen draait om het tellen van artsen. Het is ook noodzakelijk om te anticiperen op de evolutie van hun taken, hun werktijden, de onvervulde behoeften van patiënten, de taakverdeling en de territoriale realiteit. Een technische oefening, maar bij uitstek politiek.

KCE-rapport 421As: Alternatieve hypothesen voor de prognose van het toekomstig huisartsenbestand

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
30 juni 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine