Vierde golf van Terug Naar Werk-regels
De rol van artsen in kaart gebracht
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) lanceerde onlangs de vierde golf maatregelen in het Terug Naar Werk-plan. Daarin ziet hij een belangrijke rol weggelegd voor artsen. We zetten op een rij wat van artsen wordt verwacht in de derde en de vierde golf.

Het Terug Naar Werk-beleid (TNW) is een van de speerpunten van de regering-De Wever. De eerste drie golven van het TNW-beleid legden de fundamenten en zijn sinds 1 januari van dit jaar in voege. Voor artsen omvatte de derde golf drie concrete maatregelen die hen aanbelangen. Bij de aanvraag van een uitkering werd het gebruik van het digitaal getuigschrift arbeidsongeschiktheid verplicht.
Er komt ook een databank om het voorschrijfgedrag te monitoren, met sanctionering via de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC), en een meldpunt voor frauduleuze attesten. Een eerste attest in de primaire arbeidsongeschiktheid geldt voor maximaal drie maanden.
Preventieve pijler
De vierde golf maatregelen die Frank Vandenbroucke onlangs voorstelde, voegt een aantal structurele hervormingen toe. Zo wordt de term 'invaliditeit' vervangen door 'langdurige arbeidsongeschiktheid'. Op die manier wordt de focus verlegd van een blijvende situatie naar potentieel en herstel. Het wetsontwerp dat de vierde golf vastlegt, ligt momenteel bij de Raad van State voor advies. Vandenbroucke hoopt dat de Raad van State geen opmerkingen heeft zodat de wet snel in voege kan treden.
De vierde golf TNW-maatregelen heeft zowel een preventie als een herstelgerichte pijler. In de preventieve pijler kiest Vandenbroucke voor een versterking van de eerstelijnspsychologische zorg waarbij de nadruk wordt gelegd op vroegdetectie en snelle interventie om uitval te voorkomen. Het preventief gezondheidstoezicht wordt hervormd en geeft een sterkere rol aan arbeidsartsen en hun multidisciplinaire teams. Per sector worden proefprojecten uitgewerkt en er komt een nationaal burn-outplan, gecoördineerd door het federaal netwerk Mentale gezondheid en werk.
Huisartsen kunnen voortaan enkel arbeidsongeschiktheid voorschrijven voor patiënten die bij hen een Globaal Medisch Dossier hebben
Herstelgerichte pijler
De rol van behandelend artsen situeert zich vooral in de herstelgerichte pijler. Van de behandelend arts wordt gevraagd om doelmatig met arbeidsongeschiktheid om te springen en de terugkeer naar werk mee op te nemen in het herstelproces.
- Concreet moet de behandelend arts met elke patiënt die langer dan een jaar arbeidsongeschikt is minstens éénmaal per jaar tijdens een raadpleging ingaan op het arbeidspotentieel. Dat gesprek moet resulteren in een elektronisch attest (eGAO) met de diagnose, de vermoedelijke duur (maximaal één jaar) en, waar mogelijk, de mogelijkheid voor aangepast werk. Een patiënt die dat jaarlijks contact niet heeft, kan geen verlenging van de arbeidsongeschiktheid aanvragen.
- Het eerste attest in de primaire arbeidsongeschiktheid mag maar over een korte periode gaan. In de daaropvolgende periodes blijft de regel van maximaal drie maanden van toepassing, zoals geïntroduceerd door de derde golf.
- Basisartsen kunnen niet langer arbeidsongeschiktheid voorschrijven. Huisartsen kunnen dat voortaan enkel voor patiënten die bij hen een Globaal Medisch Dossier hebben. Er wordt wel een uitzondering voorzien bij overmacht.
- Voor bepaalde aandoeningen, en zodra de arbeidsongeschiktheid langer dan zes weken duurt, moet de arts bijkomende informatie van andere zorgverstrekkers toevoegen. Denk daarbij aan een verslag van een psycholoog of een psychiater bij mentale aandoeningen.
- Samen met de universiteiten wordt een opleidingsmodule 'evaluatie van arbeidspotentieel' ontwikkeld, die ook andere zorgberoepen – kinesitherapeuten, klinisch psychologen, ergotherapeuten, verpleegkundigen – een versterkte rol kan geven binnen een multidisciplinair team.
1,9 miljard euro
Omdat het systeem enkel kan werken wanneer alle neuzen in dezelfde richting wijzen, plant de regering een ronde tafel waarop alle betrokken actoren samengebracht worden om consensus te vinden over ieders verantwoordelijkheid. De doelstellingen zijn alvast duidelijk. Ziekenfondsen moeten 218.000 arbeidsongeschikt erkende personen screenen tegen 2030, eerst op basis van de stukken in het dossier, daarna eventueel via een fysiek contact. Sowieso moet iedereen die arbeidsongeschikt is om de vier jaar een fysiek contact hebben met de adviserend arts.
De maatregelen moeten ervoor zorgen dat er in 2030 100.000 langdurig zieken minder zijn dan oorspronkelijk geraamd. Tegen 2029 moet dat al een besparing van 1,9 miljard euro opleveren. "We hebben de afgelopen maanden bewezen dat verandering mogelijk is. Voor het eerst in jaren daalt het kort en middellang verzuim. Die lijn trekken we door, zonder te verslappen", kijkt Frank Vandenbroucke hoopvol naar de toekomst.