Walvisvaart in Spitsbergen: hard labeur
De skeletten die nu weer aan het licht komen in de smeltende poolijs, zijn een uitgelezen kans om meer te leren over de walvisvaarders. Ze leren ons vooral hoe zwaar het werk was in de walvisvaart.
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Whaling in the North Atlantic (Benni Hemm Hemm, 2008)
Het smelten van het poolijs op de Spitsbergen-archipel (Svalbard) legt veel wetenschappelijk materiaal bloot (Noors NIKU-rapport 427, 2025; Loktu & Brødholt, 'Skeletons in the permafrost' PLoS ONE, 2026). Stoffelijke overschotten en textiel bleven in de koude en droge omgeving veel beter bewaard dan in de geomorfologisch onstabiele grond van traditionele begraafplaatsen.
De skeletten die nu weer aan het licht komen in de verdwijnende permafrost zijn een uitgelezen kans om meer te leren over de walvisvaarders. Ze leren ons vooral hoe zwaar het werk was in de walvisvaart.
De walvisvaart was eeuwenlang één van de gevaarlijkste beroepen. Walvisvaarders werden geconfronteerd met acute veiligheidsrisico’s (verdrinking, harpoenen, touwen), korte en langdurige gezondheidsproblemen (bevriezing, onderkoeling, uitputting, extreme vermoeidheid) en psychologische belasting (eenzaamheid, heimwee).
Er was een voortdurende dreiging van ongelukken en overlijden. Het aangehouden fysiek werk in een extreme omgeving liet duidelijk zijn sporen na.
De twintig skeletten die Loktu & Brødholt beschreven, waren over het algemeen beter bewaard dan archeologische vondsten op het Europese vasteland, waardoor een beoordeling van de pathologie gemaakt kon worden.
Osteologische evidentie toonde aan dat het vooral jongvolwassen mannen waren (20-25 jaar).
Ze waren relatief groot (1,73 meter) en robuust, hetgeen suggereert dat er selectief aangeworven werd.
Slijtage aan het gebit was mild tot gemiddeld. Cariës, periapicale abcessen en tandverlies kwamen vaak voor (37%). Het pijproken (79%) zorgde voor een specifieke gebitsslijtage. Glazuurhypoplasie werd bij 63% aangetroffen.
Scheurbuik, veroorzaakt door langdurig vitamine C-deficiëntie omwille van tekort aan groente en fruit, werd bijna bij iedereen beschreven (95%). Chronische metabole stress was geassocieerd met langdurige ondervoeding. Rachitis van de fibula en tibia werd teruggevonden bij één persoon, welke al tijdens de jeugd veroorzaakt werd door vitamine D-deficiëntie.
Eén lichaam toonde tekenen van nierstenen.
Degeneratief gewrichtslijden en activity-related musculoskeletal stress werden bij bijna alle lichamen vastgesteld. Het bovenlichaam was meest frequent aangetast (schouders, claviculae, sternum en ellebogen). Er was aantasting van de wervelkolom (68%), met voorbeelden zoals papegaaibekken, facetdegeneratie, Schmorl nodi en discus prolaps. Deze veranderingen zijn aanwezig bij jongvolwassenen en volwassenen.
Maar ook de onderste ledematen, heupen, sacroiliacale gewrichten, knieën, voeten en tenen hadden te lijden onder de werkomstandigheden.
Artrose werd teruggevonden bij relatief jonge volwassenen, wat wijst op zwaar en repetitief werk (roeien, peddelen en harpoeneren). Trauma en letsels omvatten onder meer avulsies van pezen en ligamenten, gewrichtsschade en wervelkolomschade.
Dit allemaal bewijst een gevaarlijke en zware stiel, zelfs voor sterke kerels. Onderzoek toonde dus aan dat ze veel geheelde musculoskeletale letsels hadden, risico liepen op ondervoeding en infectieziekten, en dit allemaal in het ruwe Arctische gebied.