SGGG wil groeipad voor geestelijke gezondheidszorg
Naar 12 procent gezondheidszorgbudget
De Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid (SGGG), het platform van diverse spelers uit de geestelijke gezondheidszorg, roept op om een groeipad uit te stippelen om tegen 2035 12 procent van het gezondheidsbudget te besteden aan geestelijke gezondheidszorg.

De oproep komt er nu in de Kamer een resolutie voorligt die van geestelijke gezondheid een prioriteit wil maken. "Een politieke prioriteit zonder termijn, norm en budget is nog geen prioriteit voor de patiënt", zegt de SGGG in een open brief.
De Kamercommissie Volksgezondheid bespreekt woensdag de resolutie die van geestelijke gezondheid een prioriteit wil maken (Artsenkrant schreef al eerder over deze resolutie).
Tegelijk werken de federale overheid en deelstaten aan een interfederaal plan voor de geestelijke gezondheidszorg. Volgens de SGGG gaat het om stappen in de goede richting, die aansluiten wat ze al langer vragen, zoals kortere wachttijden, betere samenwerking en continuïteit van zorg.
Groeipad naar 12% van gezondheidszorgbudget
Voor de SGGG is het daarom tijd om het debat scherper te stellen. "Geestelijke gezondheid een prioriteit noemen, schept verwachtingen. Daar horen middelen bij. De SGGG vraagt een meerjarig investerings- en hervormingspad voor de geestelijke gezondheidszorg", klinkt het. Volgens de SGGG moet de ambitie blijven om tegen 2035 te groeien naar een investeringsniveau in de geestelijke gezondheidszorg dat vergelijkbaar is met dat in andere OESO-landen. De SGGG heeft het over een richtsnoer van 12 procent van het gezondheidszorgbudget.
Daarnaast ijvert de SGGG ervoor om meetbare doelstellingen vast te leggen voor tijdige zorg en die transparant op te volgen. "Wie psychische hulp zoekt, heeft weinig aan de belofte dat de wachttijden 'moeten verkorten'."
De organisatie pleit verder voor één geïntegreerd zorgmodel over de bevoegdheidsniveaus heen, zodat patiënten niet het slachtoffer worden van de versnipperde staatsstructuur. Tot slot vraagt de SGGG een continuüm van zorg voor jongeren tot 25 jaar, in plaats van de plotse overgang op 18 jaar, en extra aandacht voor de toegankelijkheid voor kwetsbare groepen.