Les Engagés willen huisartsentekort opvangen via huisartsenstage
De Franstalige regeringspartij Les Engagés wil kandidaat-huisartsen aansporen een deel van hun stage te volbrengen in een gebied met een huisartsentekort en zo dat tekort tegengaan.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven

Volksvertegenwoordigers Jean-François Gatelier c.s (Les Engagés) dienden een wetsvoorstel in tot wijziging van het MB van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen.
De indieners van dit wetsvoorstel willen kandidaat-huisartsen die dit wensen, de mogelijkheid bieden in het kader van hun specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde zes maanden stage die tijdens het zesde jaar van de opleidingscyclus tot het behalen van het basisdiploma werden gevolgd, te valoriseren, op voorwaarde dat ze in de plaats daarvan zes maanden stage lopen in een gebied met een tekort aan huisartsen
Dit zijn gebieden vastgesteld volgens het KB van 17 juli 2009 tot vaststelling van het bedrag en de betalingsmodaliteiten van de vergoeding voor de kandidaat-huisartsen, waarvoor de vergoeding “huisartsenarme zone” geldt.
Dit wetsvoorstel heeft dus geen invloed op de totale duur van de opleiding, die ongewijzigd blijft. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid aan kandidaat-huisartsen die dat willen, voor een periode van tien jaar, in de hoop dat die maatregel een oplossing zal bieden voor het huidige tekort aan artsen.
Daarnaast voorziet het in een evaluatie van de regeling vijf en negen jaar na de invoering ervan, evenals in een aan de Kamer van volksvertegenwoordigers uit te brengen verslag. De evaluatie na vijf jaar zal een eerste beeld geven van de impact van de maatregel (aantal kandidaten, beschikbare plaatsen enzovoort).
Dankzij de evaluatie na negen jaar zal de Kamer op de hoogte zijn van de conclusies voordat de regeling afloopt en zo tijdig kunnen beslissen of de maatregel eventueel moet worden verlengd (onder dezelfde voorwaarden of met bepaalde aanpassingen).
Het wetsvoorstel
Artikel 2 van het wetsvoorstel voegt in het MB van 1 maart 2010 een artikel 2/2 in, luidende:
"In afwijking van artikel 1 zullen kandidaat-huisartsen, houder van een universitair attest voor de jaren 2028 tot en met 2038, in het kader van hun specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde, zes maand stage gevolgd tijdens het zesde jaar van de opleidingscyclus die leidt tot het diploma van arts kunnen valoriseren. Deze valorisatie is enkel mogelijk voor zover die stage de aspecten van het klinisch werk relevant voor de huisartsgeneeskunde omvat en verricht werd in een erkend ziekenhuis dat over de nodige uitrusting en diensten geschikt voor huisartsgeneeskunde beschikt en voor zover de kandidaat-huisarts die stage vervangt door een stage bij een stagemeester in de huisartsgeneeskunde, gevestigd in een gebied met een tekort aan huisartsen zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 17 juli 2009 tot vaststelling van het bedrag en de betalingsmodaliteiten van de vergoeding voor de kandidaat-huisartsen."
Artikel 1 van het MB van 1 maart 2010 luidt als volgt: “Iedereen die de erkenning en de bijzondere beroepstitel van huisarts wenst te bekomen, dient, behalve het behalen van het diploma van arts, houder te zijn van een door de bevoegde Belgische overheid uitgereikt diploma, certificaat of ander bewijsstuk dat een specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde bekrachtigt die alleen gevolgd en gevalideerd wordt na het behalen van het diploma van arts. De specifieke opleiding bedoeld in het eerste lid beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 2 tot 8 en aan de doelstellingen bepaald in bijlage.”
Krachtens artikel 3 van het wetsvoorstel kan de minister bevoegd voor Volksgezondheid de bepalingen van artikel 2 opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen.
Artikel 5 bepaalt dat het wetsvoorstel, indien goedgekeurd, in werking zal treden op 1 september 2028 en buiten werking op 31 augustus 2038.