Geriatrie: de RIZIV-cijfers die ons wakker zouden moeten houden
Het RIZIV heeft berekend dat een geriater 67,6 uur per week zou moeten werken om al zijn medische verstrekkingen uit te voeren. Dat is geen rekenfout. Het is het teken van een tekort dat iedereen kent en dat niemand oplost.
Dr. Christophe Dumont & Prof. Dr. Anne-Marie De Cock (Medische Specialisten in de Geriatrie)
Er was een hervorming van de medische nomenclatuur nodig om het RIZIV het zwart op wit te laten zetten. Het toekomstige systeem kent aan elke verstrekking een “relatieve waarde” (RVU) toe, uitgedrukt in tijd: één eenheid staat voor 20 minuten.
Op basis daarvan heeft het RIZIV berekend hoeveel tijd elke discipline nodig zou hebben om alle verstrekkingen binnen de discipline uit te voeren. Voor geriaters komt dat uit op 67,6 uur per week. Dat is het hoogste cijfer van alle onderzochte specialismen, ver boven het gemiddelde van 43,2 uur. In dat cijfer zitten administratie, opleiding en onderwijs nog niet eens vervat. De RVU zijn geen boekhoudkundige abstractie: ze zijn de weerspiegeling van onze werklast.
Dat cijfer is geen anomalie. Laten we het anders berekenen. In 2021 telde België het equivalent van 276 voltijdse geriaters voor 7.642 geriatrische bedden, of één geriater voor bijna 28 bedden. Geef elke patiënt 20 minuten per dag, nauwelijks de duur van een raadpleging bij de huisarts. Met een bedbezetting van 90 % kom je uit op 67,4 uur per week. Twee methoden, één en hetzelfde verdict: er zijn te weinig geriaters.
Lees ook: Onrust over ACA-hervorming groeit
Het aantal uren per week moet geïnterpreteerd worden in het kader van zorg die 7 dagen op 7 doorgaat. Op alle acute geriatrische afdelingen lopen opnames en zaalwerk ook op zaterdag en zondag door. We zijn elke dag op onze diensten aanwezig voor de uitvoering en rapportage van alle elementen die een zorgprogramma geriatrie inhoudt. De kwaliteitsnormen vragen bovendien een dagelijkse verslaglegging voor elke acute patiënt op onze diensten.
Sinds 2021 is het aantal geriaters gestegen: eind 2025 telt België 461 actieve geriaters. Die stijging is reëel, maar het gaat om personen en niet om voltijdse equivalenten (FTE), en de stijging staat niet in verhouding tot de noden. Volgens de eigen waarden van het RIZIV vraagt alleen al het dagelijkse bezoek aan de opgenomen patiënten bijna twee voltijdse geriaters voor een eenheid van 24 bedden. Vandaag zitten we op iets meer dan één.
De vraag is niet langer of we te weinig geriaters hebben: het RIZIV heeft dat net aangetoond. De vraag is wat we met die vaststelling gaan doen.
De artsen-specialisten in opleiding die bij ons langs komen, zien die realiteit van dichtbij. Is het dan een wonder dat sommigen afhaken, een ander specialisme kiezen, of dat de kandidaten zeldzaam worden voor een discipline die zo veeleisend is en zo weinig wordt gewaardeerd?
Tegenover die cijfers tekent zich al een boekhoudkundige oplossing af. Het RIZIV overweegt de waarde van de toezichtsverstrekkingen voor opgenomen patiënten te verlagen. Met andere woorden, we zouden moeten accepteren dat een gehospitaliseerde oudere minder medische tijd verdient. Dat zou institutioneel ageïsme zijn: de zorg niet langer afstemmen op de noden van de patiënt, maar op het tekort aan artsen.
Nochtans heeft goed georganiseerde geriatrie haar waarde bewezen. De Cochrane-referentieanalyse omvat 29 studies en bijna 14.000 patiënten. Ze toont aan dat een globaal geriatrisch assessment in het ziekenhuis de kans vergroot dat iemand een jaar later nog thuis woont, en het aantal opnames in een woonzorgcentrum vermindert, tegen een bescheiden meerkost. In een land waar plaatsen in woonzorgcentra schaars zijn, is dat geen detail: het is een kwestie van volksgezondheid.
De 14.742 huisartsen van ons land kennen de kwetsbaarheid van deze patiënten. De bijna 8.900 artsen uit de chirurgische disciplines weten hoe zwaar het postoperatieve herstel van een afhankelijke oudere kan zijn. Daartegenover staan 461 geriaters. En het aantal hoogbejaarden zal de komende jaren sterk toenemen.
Toch bestaan er eenvoudige hefbomen:
- De intellectuele prestatie van de geriater herwaarderen in de nieuwe nomenclatuur, in plaats van ze te verlagen.
- Eindelijk een minimumnorm vastleggen voor het aantal geriaters per bed: de huidige regelgeving voorziet daar niet in.
- De geriatrische opleiding en loopbaan aantrekkelijk maken, zodat jonge artsen voor dit specialisme kiezen in plaats van het te ontvluchten.
De vraag is niet langer of we te weinig geriaters hebben: het RIZIV heeft dat net aangetoond. De vraag is wat we ermee gaan doen. Passen we de zorgtijd aan aan het tekort, of passen we de middelen aan aan de behoeften van onze ouderen?
De keuze ligt bij de politiek. Maar ze gaat ons allemaal aan, want op een dag zijn wij die oudere patiënt.