Cassatie: verslag psychiater niet bindend voor einde internering
Het Hof van Cassatie velde op 25 augustus 2026 een arrest waarin het oordeelde dat een door een psychiater opgesteld rapport in het kader van het verkrijgen van een rijvaardigheidsattest niet bindend is bij het beoordelen van een verzoek om de internering te beëindigen.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het arrest van het Hof van Cassatie werd geveld na een beroep tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 3 augustus 2026 wegens schending van de artikelen 5.1.e, 5.4 en 13 Europees Verdrag Rechten van de Mens en de Interneringswet.
Dit vonnis oordeelde onder meer dat het dossier heel wat psychiatrische verslagen bevatte, waaronder ook verslagen van behandelende artsen en van een psychiater uit Amsterdam die een rapport opmaakte in het kader van het verkrijgen van een rijvaardigheidsattest.
Tussen al die verslagen werden ook de uitgebreide eigen commentaren van de eiser opgemerkt die illustratief waren voor zijn paranoïde denk- en belevingspatroon en zijn gebrek aan ziekte-inzicht.
Het vonnis stelde ook vast dat de eiser op de rechtszitting, en ondanks het uitvoerig onderzoek door meerdere onafhankelijk van elkaar aangestelde psychiaters en psychologen en ondanks de verslagen van meerdere psychiatrische instellingen waarbij psychotische kenmerken werden beschreven, bleef ontkennen dat er ten tijde van de feiten en in de navolgende periodes sprake was een psychotische ontregeling.
Op grond hiervan werd beslist niet in te gaan op het verzoek de internering te beëindigen.
Het arrest van het Hof van Cassatie
Tegen dit vonnis werd aangevoerd dat de beslissing dat de vrijheidsbeperking van de eiser nog noodzakelijk was niet naar recht was verantwoord omdat uit het verslag van een psychiater in het kader van het verkrijgen van een rijvaardigheidsattest, bleek dat de eiser niet leed aan een actuele psychiatrische problematiek.
Het Hof van Cassatie wees dit middel af. De kamer oordeelt als gespecialiseerd multidisciplinair rechtscollege of de geïnterneerde op het ogenblik van haar beslissing over de tenuitvoerlegging van de interneringsbeslissing nog steeds geestesgestoord is en of er redelijkerwijze te vrezen is dat de geïnterneerde misdrijven zal plegen.
De kamer is bij die beoordeling niet gebonden door het door een psychiater opgesteld rapport in het kader van het verkrijgen van een rijvaardigheidsattest, ook al dateert dit rapport van na de interneringsbeslissing en van vrij kort voor de door de kamer te nemen beslissing.
Het vonnis verwees trouwens al uitdrukkelijk naar het verslag “van een psychiater uit Amsterdam die een rapport opmaakte in het kader van het bekomen van een rijvaardigheidsattest”. Daaruit volgt volgens het Hof van Cassatie dat de kamer dit rapport bij haar beoordeling heeft betrokken. Maar de kamer is daar niet door gebonden.
Lees ook: Cassatie: geen verplicht model voor het psychiatrisch verslag bij internering