PremiumEndocrinologie

Innovatie verandert de toekomst van type 1-diabetes: van stabilisatie over predictie naar preventie 

INNOVATIE Bij innovatie bij type 1-diabetes (T1D) denken we vooral aan de evolutie van de technologie waarbij we van insulinesubstitutie met naalden overschakelden naar pennen en naar geautomatiseerde toedieningssystemen. Maar innovatie in T1D is vandaag véél meer dan dat.   

Paradigmashift 

De voorbije jaren vond er een echte paradigmashift plaats: vandaag kan men screenen vóórdat de eerste symptomen van T1D optreden en beschikken we voor het eerst over een ziektemodificerende therapie die de progressie van T1D stadium 2 naar 3 met een mediaan van 2,7 jaar vertraagt. Daarnaast zijn er nog andere immunotherapieën die veelbelovend lijken voor het behoud van de β-celfunctie. (1) 

Het vervangen van β-cellen is verschoven van traditionele eilandjestransplantatie van orgaandonoren naar β-cellen afkomstig uit stamcellen. Biotechnologische methoden, zoals inkapseling en genmodificatie om hypo-immune cellen te creëren, zouden de noodzaak van immunosuppressie kunnen verminderen.  

Nog (te) vaak DKA bij diagnose 

Naast de technologische vooruitgang met de (hybride) closed-loopsystemen zijn er ook nieuwe insulines die ultrasnel, ultralangwerkend en glucoseafhankelijk zijn, waardoor glycemieschommelingen meer beperkt worden. Toch blijft de nood aan echte therapie én vroegtijdige opsporing (vooraleer de eerste symptomen optreden) hoog. 
Bij de klinische diagnose van T1D vertoont immers 20% tot 67% van de kinderen en adolescenten symptomen van diabetische ketoacidose (DKA) waarvoor ziekenhuisopname nodig is, en waarbij een derde intensieve zorgen nodig heeft. (2) 

Nieuw: internationale richtlijnen voor screening 

T1D kan in een vroeg stadium worden opgespoord door middel van screening op auto-antilichamen (IAb’s). Het vaststellen van T1D in een vroeg stadium, in combinatie met monitoring van, en voorlichting over het ziekteverloop, kan DKA voorkomen en kan leiden tot een milder klinisch verloop. Een vroege diagnose maakt het ook mogelijk om toegang te krijgen tot de nieuwe behandelingen.  

Om een antwoord te bieden op prangende vragen zoals wie en wanneer er gescreend moet worden, zijn er in september 2026 voor het eerst internationale richtlijnen gepubliceerd. (2)  

85% van T1D zonder familiegeschiedenis 

Wanneer we over screening op T1D praten gaat het vaak over zowel genetische screening als IAb-screening bij kinderen en adolescenten met een vastgesteld genetisch risico, zoals de aanwezigheid van een eerstegraads familielid met symptomatische T1D. Echter, meer dan 85% van de personen bij wie recent T1D stadium 3 is vastgesteld, heeft geen familiegeschiedenis.(2) Dat benadrukt het nut van het uitbreiden van screening naar de algemene bevolking, wat wellicht zelfs effectiever en praktischer is dan strategieën gebaseerd op genetisch risico wanneer het gaat over het opsporen van T1D in een vroeg stadium en het verminderen van complicaties zoals DKA.  

Lopende screeningprogramma’s (2) 

- Italië: Tot op heden het enige land met een nationaal screeningprogramma voor de detectie van T1D in een vroeg stadium bij de algemene pediatrische populatie.  
- Fr1da: een regionaal onderzoek in Duitsland met screening van kinderen tussen 20 maanden en 11 jaar. Van de meer dan 200.000 kinderen die ondertussen deelnamen, had 0,30% (n=576) T1D in een vroeg stadium.  
- De ASK-studie (VS) bij kinderen van 1 tot 17 jaar. Slechts 6% van de deelnemers had een eerstegraads familielid met T1D. Bij 0,54% van de kinderen werden meerdere IAb’s (T1D stadium 1) vastgesteld en na drie jaar was er bij 29% van deze kinderen progressie naar T1D stadium 3.  
 EDENT1FI: Dit onderzoek bij kinderen tussen 1 en 17 jaar met een IAb-screening loopt in Tsjechië, Duitsland, Denemarken, Italië, Polen, Portugal, Zweden en het VK, waarbij 200.000 personen zullen worden gescreend.  

Aanbevelingen 

In de richtlijnen wordt aanbevolen, waar mogelijk, de algemene bevolking te testen op de aanwezigheid van IAb’s. Aanbevolen schema: algemene screening op de leeftijd van twee tot vier jaar, indien IAb-negatief nogmaals op de leeftijd van zes tot acht jaar en op de leeftijd van tien tot vijftien jaar.  

Kinderen die nog nooit zijn gescreend, moeten deze achterstand inhalen door zo snel mogelijk deel te nemen. Als dit niet eerder is gebeurd, kan een eenmalige screening na de leeftijd van 15 jaar worden overwogen. (2) Na een initiële positieve test voor twee of meer IAb’s moet er een confirmatietest gebeuren. Deze moet zeer specifiek zijn, zodat de ‘diagnose’ van T1D in een vroeg stadium met hoge zekerheid kan worden gesteld.  

Voor IAb-screening kan dit betekenen dat de bevestiging plaatsvindt met behulp van een andere, zeer specifieke test, idealiter in een expertisecentrum. Voor het vaststellen van het stadium en het voorspellen van de ziekteprogressie moeten veranderingen in het glucosemetabolisme (onder meer met OGTT) worden gevolgd. (2) 

Nieuwe therapeutische paden 

Naast teplizumab, dat ondertussen op de markt is, zijn er nog een aantal bijzonder veelbelovende middelen. De belangrijkste therapeutische ontwikkelingen zijn samengevat in de tabel. (1,3,4,5) 

TABEL

Therapeutisch aanknopingspunt 

Agentia of platform 

Werkingsmechanisme

Stamceleilandjes

Zimislecel (VX-880), uit iPSC’s afgeleide β-cellen     

Vervangen van vernietigde β-cellen  

Hypo-immune stamcellen 

VCTX210A, VCTX211     

CRISPR-Cas-modificaties: ontwijken van immunologische herkenning  

Gerichte immunotherapie 

Teplizumab, Baricitinib, Siplizumab 

Reguleren van de activering van T-cellen en de JAK-STAT-signaalroute 

Regulerende celtherapie 

CAR-Tregs, autologe polyklonale Tregs    

Herstellen van antigeenspecifieke immunotolerantie voor behoud van β-cellen  

Genmodulatie 

AAV- en lentivirale vectoren 

Inductie van immunologisch herstel en behoud van de resterende β-celmassa 

Inductie van immunologisch herstel en behoud van de resterende β-celmassa 

Waarschijnlijk zal er in de toekomst een combinatie van verschillende agentia worden toegepast, in combinatie indien er sprake is van synergie, of sequentieel in functie van de ziektestadia, in de hoop om mensen waarbij in een vroeg stadium T1D wordt vastgesteld, zo lang mogelijk onafhankelijk van extern toegediende insuline te houden. (5) 

Referenties: 
1. Ziegler AG et al. The future of type 1-diabetes therapy. Lancet. 2025 Oct 4;406(10511):1520-1534. doi: 10.1016/S0140-6736(25)01438-2.  
2. Ziegler, AG. et al. International consensus guidance for general population screening for islet autoantibodies to diagnose early-stage type 1 diabetes: a nominal group technique process. Diabetologia (2026). https://doi.org/10.1007/s00125-026-06841-z 
3. Hassanein A, et al. Recent advances in stem cell-based therapies for type 1 diabetes: A glimpse into the future. Biomol Biomed. 2025 Mar 19;26(1):5-23. doi: 10.17305/bb.2025.12222.  
4.  Zhao M, Yao Z. Emerging therapies for type 1 diabetes: Immunotherapy and gene editing advances. J Int Med Res. 2026 Apr;54(4):3000605261440833. doi: 10.1177/03000605261440833.  
5. Herold KC, et al. New and emerging therapies in type 1-diabetes mellitus. J Clin Invest. 2026 May 15;136(10):e205520. doi: 10.1172/JCI205520.  

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
03 november 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine