Polymedicatie en prognose bij ouderen met hartfalen: nieuwe cijfers
Nagenoeg alle oudere patiënten met hartfalen nemen meerdere geneesmiddelen in. Dat komt doordat ze vaak meerdere cardiovasculaire en andere comorbiditeiten vertonen. Recentelijk is een multicentrische, retrospectieve studie gepubliceerd die de omvang van dat fenomeen en de klinische uitkomstmaten heeft geëvalueerd bij ouderen met hartfalen. Die studie levert kwantitatieve gegevens op, die nuttig zijn voor de geriatrische praktijkvoering.
Een derde krijgt heel veel geneesmiddelen
De studie is uitgevoerd bij 7361 bejaarde patiënten die in meerdere ziekenhuizen werden gevolgd wegens hartfalen. De gemiddelde leeftijd was hoger dan 75 jaar en de meeste patiënten vertoonden meerdere chronische comorbiditeiten zoals hypertensie, diabetes, atriumfibrillatie en chronische nierinsufficiëntie. De auteurs hebben polymedicatie en hyperpolymedicatie in hun studie gedefinieerd als concomitante inname van respectievelijk minstens 5 en minstens 10 geneesmiddelen.
De prevalentie van polymedicatie was bijzonder hoog. Meer dan 80% van de patiënten kreeg minstens vijf chronische behandelingen en ongeveer 35% nam minstens 10 geneesmiddelen in. Het mediane aantal voorgeschreven geneesmiddelen was 8. Dat weerspiegelt de therapeutische complexiteit bij de behandeling van ouderen met hartfalen.
Polymedicatie correleerde met een significant hoger risico op negatieve uitkomstmaten. Tijdens de follow-up was het aantal onvoorziene ziekenhuisopnames wegens hartdecompensatie of ernstige cardiovasculaire accidenten hoger bij de patiënten met hyperpolymedicatie. Na correctie voor de leeftijd, het geslacht, de LVEF en de belangrijkste comorbiditeiten was hyperpolymedicatie nog altijd een onafhankelijke risicofactor voor ziekenhuisopname (gecorrigeerd relatief risico > 1,4 naargelang van het model) en overlijden ongeacht de doodsoorzaak.
De meeste voorschriften zijn nochtans relevant
Elk extra geneesmiddel correleerde met een verdere stijging van het risico op negatieve uitkomstmaten. Er is dus een cumulatief effect. De meest gebruikte geneesmiddelen waren lisdiuretica, anticoagulantia, antiaritmica en bepaalde psychotrope farmaca. De frequentste complicaties waren elektrolytenstoornissen, acute nierinsufficiëntie en symptomatische hypotensie.
De auteurs zijn evenwel de mening toegedaan dat polymedicatie niet per se gelijkstaat met een slechte behandeling. Volgens hen strookte een groot aantal van de voorschriften wel degelijk met de therapeutische richtlijnen voor hartfalen. Het komt er dus vooral op aan een evenwicht te zoeken tussen een evidentiegebaseerde optimalisering van de behandeling en iatrogene bijwerkingen.
Referentie:
Zhong W et al. Polypharmacy, determinants, and adverse outcomes in elderly patients with heart failure: a multicenter retrospective cohort study of 7,361 subjects. BMC Geriatr. 2026 Jan 26. doi: 10.1186/s12877-025-06948-9