Blaaskanker
Op zoek naar biomarkers
Een groep van de UGent heeft een pragmatische klinische studie uitgevoerd om biomarkers te vinden die de respons op pembrolizumab en de prognose van patiënten met een urotheelcarcinoom voorspellen.

Een urotheelcarcinoom wordt vaak behandeld met checkpointremmers. Er bestaan echter maar weinig biomarkers die de respons op de behandeling en de klinische evolutie voorspellen. De CORPORA-studie heeft daarom gezocht naar nieuwe voorspellende en prognostische markers. De resultaten van de biochemische analyse zijn gepresenteerd tijdens de 28ste meeting van de BSMO vorige maand.(1)
Gegevens uit het reële leven
De CORPORA-studie is een pragmatische studie, die het effect van pembrolizumab op een gemetastaseerd urotheelcarcinoom in het reële leven heeft onderzocht bij 78 patiënten met een plaatselijk gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom, die werden behandeld met pembrolizumab.
Resultaten:
- responspercentage: 11% complete respons, 15% partiële respons, 24% stabilisering van de ziekte en 50% tumorprogressie. De mediane duur van de respons was 26,6 maanden.
- bijwerkingen: immunologische graad 1- tot graad 3-bijwerkingen zijn waargenomen bij 52% van de patiënten.
- PFS en totale overleving: de progressievrije overleving was 5 maanden en de totale overleving 15,7 maanden.
Die resultaten stroken met die van de studies KEYNOTE-361 en KEYNOTE-045.(2)
Biochemische analyse
In de prospectieve cohorte (n = 41) hebben de vorsers bloed- en urinestalen verzameld voor biochemische analyse en analyse van het RNA. De responders hadden een hoger hemoglobinegehalte (p = 0,002), een groter aantal rode bloedcellen (p = 0,001), een groter aantal lymfocyten (absolute p = 0,023; percentuele p = 0,020), een lagere verhouding tussen het aantal neutrofiele cellen en het aantal lymfocyten (mediaan 3,0 vs. 4,5, p = 0,025) en een hogere verhouding lymfocyten/monocyten (mediaan 2,8 vs. 1,6, p = 0,015).
Biomarkers en toxiciteit
De vorsers hebben in het bloed geen enkele biomarker gevonden die correleerde met het optreden van immunologisch gemedieerde bijwerkingen.
De serumhaptoglobineconcentratie correleerde niet significant met de respons of de prognose. Een hoger aantal lymfocyten in de urine daarentegen correleerde met ziektecontrole (p = 0,017) en het optreden van immunologisch gemedieerde bijwerkingen (p = 0,016). Met andere woorden, patiënten die immunologisch gemedieerde bijwerkingen ontwikkelen tijdens de behandeling, zullen beter op de behandeling reageren.
Conclusie en perspectieven
Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken, maar de CORPORA-studie wakkert de discussie aan over het nut van telling van het aantal perifere bloedcellen als voorspellende biomarkers. We moeten dus op zoek gaan naar andere markers die voorspellen welke patiënten echt baat zullen vinden bij een behandeling met pembrolizumab. Het RNA-profiel van de bloed- en urinestalen die tijdens de studie zijn afgenomen, wordt nog verder geanalyseerd. De eerste resultaten zullen binnenkort wereldkundig worden gemaakt. Te volgen.
Referenties:
1. Posterlaureaat op de 28ste meeting van de BSMO, 6-7 februari 2026.
2. Zie Y. Fradet et al., Randomized phase III KEYNOTE-045 trial of pembrolizumab versus paclitaxel, docetaxel, or vinflunine in recurrent advanced urothelial cancer: results of >2 years of follow-up In Ann Oncol 2019 Jun 1;30(6):970-976 en T. Powles et al., Pembrolizumab alone or combined with chemotherapy versus chemotherapy as first-line therapy for advanced urothelial carcinoma (KEYNOTE-361): a randomised, open-label, phase 3 trial in Lancet Oncol 2021 Jul;22(7):931-945.