ASPIRED: nut van snelle ecg-monitoring na een onverklaarde syncope
Na een onverklaarde syncope is het moeilijk een eventuele intermitterende ritmestoornis op te sporen. De ASPIRED-studie, die is gepresenteerd op het ESC 2026 en tegelijk is gepubliceerd in the New England Journal of Medicine, heeft het nut van ambulante ecg-monitoring gedurende 14 dagen kort na opname op de spoedafdeling onderzocht.
ASPIRED is een gerandomiseerde, open studie die in 45 Britse ziekenhuizen is uitgevoerd bij 2.234 patiënten die een syncope hadden doorgemaakt, waarvoor geen verklaring kon worden gevonden op de spoedafdeling. Die patiënten werden binnen 72 uur na presentatie gerandomiseerd naar continue ecg-monitoring gedurende 14 dagen of de gebruikelijke behandeling. De gemiddelde leeftijd was 58 jaar. 45% had al eerder een syncope vertoond. De studie is uitgevoerd om na te gaan of het mogelijk is met een vroege ecg-monitoring beter ritmestoornissen op te sporen en nieuwe syncopes te voorkomen.
Vroege monitoring detecteert meer ritmestoornissen
Het primaire eindpunt was het aantal episoden van syncope dat de patiënten tijdens een jaar hebben gemeld. Er is geen significant verschil tussen de twee groepen vastgesteld. Het gemiddelde aantal syncopes bedroeg 1,37 met vroege monitoring en 1,58 met de gebruikelijke behandeling (IRR 0,89; 95% BI: 0,68-1,18; p = 0,42). Het aantal patiënten dat minstens één recidief heeft vertoond, was ook vergelijkbaar: 27,9% versus 28,6%.
De detectie van ritmestoornissen was echter duidelijk beter. Bij 22,0% van de patiënten van de interventiegroep en 9,0% van de patiënten van de controlegroep werd een klinisch significante ritmestoornis gedetecteerd (OR 2,95; 95% BI: 2,28-3,81). Ook werden vaker symptomatische ritmestoornissen gedocumenteerd (9,3% versus 5,9%). 71,6% van de klinisch significante ritmestoornissen werd ontdekt tijdens de eerste week en 28,4% tijdens de tweede. Het is dus belangrijk het ecg langer dan zeven dagen te monitoren.
Een snellere diagnose, die de behandeling beïnvloedt
Met een vroege ambulante ecg-monitoring kan je ook sneller klinisch significante ritmestoornissen herkennen: de mediane tijd tot detectie bedroeg respectievelijk 22 en 54,5 dagen. Dat resulteerde dan weer in meer therapeutische interventies. Bij 10,8% van de patiënten van de monitoringgroep en bij 7,3% van de patiënten van de controlegroep werd een antiaritmicum voorgeschreven. Bij respectievelijk 6,8% en 4,6% werd een pacemaker ingeplant.
De eenjaarssterfte bedroeg 1,5% in de monitoringgroep en 2,9% in de controlegroep (OR 0,50; 95% BI: 0,27-0,93). Voorzichtigheid is echter geboden bij de interpretatie van dat resultaat. Het was immers een secundair eindpunt en de studie was niet ontworpen om een effect op de sterfte vast te stellen. Volgens de ASPIRED-studie zal vroegtijdig opstarten van een lange ecg-monitoring de incidentie van nieuwe syncopes niet verlagen, maar kan je zo vaker en sneller een ritmestoornis detecteren, op grond waarvan je de behandeling eventueel moet aanpassen.
Referentie:
Reed MJ, Goodacre S, Weir CJ, et al. Immediate ambulatory electrocardiographic monitoring in syncope. N Engl J Med. Published online August 31, 2026. doi:10.1056/NEJMoa2605812.