Budget financiële middelen ziekenhuizen
Wijzigingen in de vaststelling en vereffening BFM
De berekeningsmodaliteiten van het BFM worden aangepast aan de toenemende daghospitalisatie, het wegvallen van de referentiejaren wegens de impact van COVID, en de nood aan verduidelijking van gegevens.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Staatsblad van 11 juni maakt het KB van 30 mei 2026 tot wijziging van het KB van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen (BFM) van de ziekenhuizen bekend.
Het past de berekeningsmodaliteiten van het BFM aan om rekening te houden met de evolutie van de ziekenhuisactiviteiten, met name inzake daghospitalisatie, met het niet-gebruik van bepaalde referentiejaren wegens de impact van COVID, alsook met de nood aan verduidelijking van de gegevens die worden gebruikt voor de opmaak van het budget en voor de herzieningen.
Aanpassing onderdeel B1
Het onderdeel B1 dekt de algemene werkingskosten die onontbeerlijk zijn voor de globale werking van de ziekenhuizen, zoals de administratieve, logistieke, technische, veiligheids- en informaticadiensten. Tot en met 2023 gebeurde de herberekening, op basis van de jaren N-2, in de oneven jaren.
Wegens de aanhoudende impact van de COVID-19-pandemie op de gegevens van de ziekenhuisactiviteit in 2021, werd de eerder uitgevoerde berekening nog 2 bijkomende jaren behouden. In 2024 werden de gegevens van het jaar 2022 gebruikt. Om het ritme van een berekening om de twee jaar te garanderen, wordt de periodiciteit van de berekening gewijzigd en aangepast naar een berekening in elk even jaar (artikel 1).
Aanpassing onderdeel B2
De uitbreiding van de lijst van toelaatbare ingrepen in de chirurgische daghospitalisatie heeft vanaf 2023 geleid tot een verschuiving van financiering naar het BFM. Tijdens een overgangsperiode werden deze bedragen gefinancierd via een specifieke lijn van onderdeel B2.
Vanaf 1 juli 2025 kunnen de activiteitsgegevens van het jaar 2023 volledig worden gebruikt. De bedragen die overeenstemmen met de maxi-forfaits worden dan ook geïntegreerd in het basisbudget van onderdeel B2 van de betrokken ziekenhuizen (artikel 2-5)
Financiering cybersecurity
De financiering inzake cybersecurity wordt behouden, zowel wat betreft de verdeelsleutel tussen algemene en psychiatrische ziekenhuizen als wat betreft de combinatie van een vast gedeelte en een variabel gedeelte op basis van het aantal bedden (artikel 6).
Pilootprojecten
Artikel 7 past de budgettaire enveloppes aan van de pilootprojecten bedoeld in artikel 63. Het houdt rekening met het einde van bepaalde financieringen uit het Plan voor Herstel en Veerkracht, met het einde van bepaalde pilootprojecten en met de invoering van nieuwe financieringen. Het voorziet ook in de mogelijkheid om bepaalde financieringslasten te dekken van beroepsverenigingen of patiëntenverenigingen in het kader van het ziekenhuisbeleid.
Technische en verduidelijkingsmaatregelen
De artikelen 8, 10, 11, 12 en 15 bevatten technische en verduidelijkingsmaatregelen. Zij beogen hoofdzakelijk bestaande bepalingen te herformuleren en te verduidelijken, en bepaalde modaliteiten van overgangsperiodes te corrigeren.
Financiering reproductieve geneeskunde
Artikel 9 wijzigt de financiering van de laboratoriumkosten van de reproductieve geneeskunde. Het voorziet de overgang van een provisiesysteem met regularisatie naar een financiering op basis van de gefactureerde prestaties, op basis van de gegevens van het RIZIV, met een overgangsfase. Het vervoer van gameten is expliciet inbegrepen in de gedekte kosten.
Zorgpersoneelsfonds
Artikel 13 actualiseert de bedragen met betrekking tot het Zorgpersoneelsfonds overeenkomstig de wetgeving, op basis van het aantal voltijdsequivalenten van twee jaar voorafgaand aan het beoogde jaar.
Modelcontracten met aio’s
Artikel 14 voorziet in 2025 een aanpassing van de criteria waaraan moet worden voldaan in de modelcontracten die de ziekenhuizen sluiten met artsen-specialisten in opleiding. De naleving van deze criteria wordt door de FOD geëvalueerd en aan de ziekenhuizen die artsen in opleiding opnemen op basis van overeenkomsten die deze criteria naleven, wordt een financiering toegekend.
Inwerkingtreding
Het KB van 30 mei 2026 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2025, met uitzondering van de artikelen 8 en 12 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2022, de artikelen 6, 7 en 13 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2025, artikel 9 dat in werking treedt op 1 juli 2026 en artikel 10 dat in werking treedt op 30 juni 2027 (artikel 17).