Grensoverschrijdend gedrag in de gynaecologie
Hoe voeren we dit gesprek zonder te polariseren?
Basiel Weyers, gynaecoloog verbonden aan het UZ Gent mede namens Koen Traen, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (VVOG)
De getuigenissen die de voorbije dagen naar buiten kwamen over grensoverschrijdend gedrag tijdens gynaecologische onderzoeken zijn bijzonder aangrijpend. Slachtoffers die met zoveel moed naar voren stappen, verdienen onze volle erkenning. Hun verhalen zijn ernstig, ze raken diep, en ze herinneren ons eraan hoe kwetsbaar patiënten zijn wanneer ze zich aan onze zorg toevertrouwen. Tegelijk is het belangrijk om helder te blijven: dit soort gedrag is, gelukkig, uitzonderlijk. Maar juist daarom komt het zo hard binnen wanneer het zich toch voordoet.
Structurele barrières
De situatie roept belangrijke vragen op. Hoe kan het dat patiënten zich twintig jaar lang ongemakkelijk of overschreden voelden zonder dat dit eerder werd opgemerkt? Het is niet onze taak om vooruit te lopen op conclusies van een eventueel onderzoek, maar we mogen wel erkennen dat het feit dat zoveel vrouwen met gelijkaardige ervaringen naar voren komen, op zich betekenisvol is. Dat betekent nog niet dat alles juridisch bewezen kan worden of dat formele stappen altijd onmiddellijk volgen, maar het zegt wél iets belangrijks over hun beleving en de drempels om zulke ervaringen te melden. Veel vrouwen gaven aan dat ze twijfelden, zich schaamden, zichzelf niet serieus namen of gewoonweg niet wisten waar ze terecht konden. Dat zijn geen individuele tekortkomingen, maar signalen van structurele barrières binnen ons systeem.
Het gesprek dat vandaag gevoerd wordt – zowel in de media als binnen onze eigen beroepsgroep – toont hoe gevoelig deze thematiek ligt. Het is begrijpelijk dat zorgverleners zich snel persoonlijk aangesproken voelen; niemand wil dat zijn beroep in een slecht daglicht komt. Maar die reflex mag het gesprek niet vernauwen. De emoties van collega’s zijn menselijk, maar ze kunnen niet op dezelfde weegschaal liggen als de ervaringen van patiënten die grensoverschrijdend gedrag melden. Wat slachtoffers nodig hebben, is erkenning en duidelijkheid. Wat het systeem nodig heeft, is transparantie, veilige meldkanalen en een cultuur waarin twijfels en zorgen laagdrempelig besproken kunnen worden. En het is aan ons als gynaecologen om onze eigen gevoeligheden intern te begrijpen en te verwerken, zodat het verhaal van patiënten steeds alle ruimte krijgt die het verdient.
Complexe zone
In verschillende reacties las ik dat we voorzichtig moeten zijn met oordeelvorming, omdat intenties niet altijd kwaadwillig hoeven te zijn. Het klopt dat grensoverschrijdend gedrag zich vaak bevindt in een complexe zone waarin machtsdynamiek, routine, communicatiestijl en interpretatie door elkaar lopen. Een enkele handeling kan voor de ene patiënt geruststellend en vanzelfsprekend zijn, maar door een andere persoon als te intiem of onduidelijk ervaren worden. Dat maakt de situatie niet minder ernstig, maar het toont dat er ruimte is voor reflectie zonder dat we elkaar direct moreel moeten veroordelen. Complexiteit betekent bovendien nooit dat de beleving van een patiënt terzijde geschoven mag worden: zodra iemand zich overschreden voelt, moeten we dat ernstig nemen, ongeacht de intentie. Het betekent ook dat een groot deel van de verantwoordelijkheid in communicatie ligt: expliciet toestemming vragen, goed uitleggen wat we doen en waarom we het doen, en ons bewust blijven van de machtsdynamiek die inherent is aan onze discipline.
'Gynaecologische zorg is intieme zorg. Vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid; het is iets dat we actief opbouwen'
Dat dit soort situaties geen generatiedebat mag worden, lijkt evident. Grensoverschrijdend gedrag kan overal voorkomen: in ziekenhuizen, scholen, bedrijven en zelfs binnen families. De gynaecologie is geen uitzondering, maar het is wel een context waarin de kwetsbaarheid van patiënten bijzonder groot is en waarin vertrouwen essentieel is voor goede zorg. Daarom is het zo belangrijk dat we niet alleen kijken naar individueel gedrag, maar ook naar de structuren die patiënten én artsen moeten beschermen.
De beroepsgroep zet zich al een hele tijd in voor veilige en respectvolle zorg. Initiatieven zoals het charter rond respectvolle geboortezorg, opleidingen rond communicatie en consent, de ontwikkeling van klinische richtlijnen rond trauma- en nazorg en deelname aan interdisciplinaire werkgroepen zijn waardevolle stappen. Maar zoals maatschappelijke stemmen terecht opmerken, zijn deze inspanningen voor de buitenwereld soms onzichtbaar wanneer onze publieke reacties defensief klinken. Wanneer het gesprek telkens meteen terugschiet naar “niet alle gynaecologen” of “de media overdrijven”, blijft de kernvraag onbeantwoord: hoe zorgen we ervoor dat elke patiënt zich veilig kán voelen, niet alleen in theorie, maar ook in praktijk?
Uitnodiging
Gynaecologische zorg is intieme zorg. Vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid; het is iets dat we actief opbouwen, in elke interactie, met elke patiënt. De voorbije dagen tonen dat vertrouwen kwetsbaar is, maar ook dat er een enorme bereidheid bestaat om het gesprek open te trekken. Als we voorbij de polarisatie geraken – voorbij het gevoel dat elke kritiek een aanval is, of dat elke arts in dezelfde hoek wordt geduwd – dan kunnen we dit moment benutten om zowel patiënten als zorgverleners beter te beschermen.
Dit is geen crisis die een hele beroepsgroep definieert. Dit is een uitnodiging om onze structuren te versterken, onze communicatie te verfijnen en onze dialoog met maatschappelijke stemmen te verdiepen. Veiligheid en vertrouwen zijn gedeelde verantwoordelijkheden. We kunnen dit alleen samen — eerlijk, open en zonder defensiviteit — en precies daardoor kunnen we sterker uit deze situatie komen dan we erin gegaan zijn.