Mickaël Daubie:
“Pseudocodes zijn geen vrijgeleide om onrechtmatige supplementen aan te rekenen”
De nieuwe transparantie-pseudocodes worden gebruikt om in de ambulante elektronische facturatie aan te geven welke supplementen en welke niet-vergoede diensten aan de patiënt in rekening worden gebracht. Mickaël Daubie (RIZIV) benadrukt dat ze bedoeld zijn om een grondige analyse te ondersteunen, die wordt verwacht tegen mei 2026.
Op het FMS-symposium over ereloonsupplementen van 7 februari waren alle ogen gericht op het debat tussen artsensyndicaten en ziekenfondsen. Toch wist ook de tussenkomst van Mickaël Daubie de aandacht te trekken. De directeur van de dienst geneeskundige verzorging van het RIZIV koos ervoor om het onderwerp van de pseudocodes centraal te plaatsen, en in het bijzonder diegene die men tegenwoordig in het dagelijkse taalgebruik de “transparantie-pseudocodes” noemt.
Daubie startte meteen met een essentiële verduidelijking: een pseudocode is geen nomenclatuurcode, ook al ziet hij er zo uit. “Een pseudocode is een code van zes cijfers, gecreëerd en gebruikt door en voor het RIZIV, om de facturatie te structureren.” Deze codes zijn bedoeld om informatie uit te wisselen in elektronische facturatiestromen. Ze worden vaak verward met nomenclatuurcodes omdat ze dezelfde zescijferige structuur hebben. Toch is hun juridisch statuut duidelijk anders. “Er is maar één nomenclatuur (Koninklijk Besluit van 14 september 1984) en elke zescijferige code die niet in de nomenclatuur is opgenomen, maar dient om de facturatie te structureren, is een pseudocode.”
Het gebruik ervan kan bovendien erg ruim zijn. Een pseudocode hoeft niet noodzakelijk een prestatie met een bedrag te betreffen. Hij kan voor statistische doeleinden dienen, informatie bevatten over remgeld of fungeren als triggersignaal binnen een zorgtraject. Mickaël Daubie gebruikt het voorbeeld van hospitalisatie aan huis. “Er bestaat een pseudocode die de instap van de patiënt in hospitalisatie aan huis signaleert. Die code heeft geen bedrag of geen remgeld, maar is een pseudocode die gebruikt wordt om informatie te triggeren en te structureren.”
Documenteren, niet legitimeren
Nog een minder bekend punt: pseudocodes kunnen via verschillende kanalen worden gecreëerd. Mickaël Daubie verwijst uiteraard naar Koninklijke of Ministeriële Besluiten en naar overeenkomsten tussen verzekeringsinstellingen en zorgverleners (zoals het medicomut-akkoord), maar ook naar conventies die in het Verzekeringscomité worden gesloten, naar het Reglement geneeskundige verzorging, evenals naar de facturatie-instructies van de Informatica-commissie. In dat landschap is het reglement van 7 augustus 2024 - de tekst die pseudocodes vastlegt - bedoeld om extra gegevens door artsen aan de ziekenfondsen door te geven. In dat kader verschijnen de “transparantie-pseudocodes”, die sinds enkele maanden actief zijn.
Waarvoor dienen ze? Mickaël Daubie hamert erop: om correct aan de ziekenfondsen door te geven welke ereloonsupplementen en welke niet-terugbetaalbare prestaties worden gefactureerd, zodat men kan documenteren wat aan patiënten wordt aangerekend. “Het enige doel van deze transparantiecodes is het in kaart brengen van de aard van de bedragen die aan patiënten worden gefactureerd. Transparantiecode wil zeggen wat het zegt: het maakt transparant welke bedragen aan patiënten worden aangerekend, geeft zicht op de redenen waarom die bedragen worden aangerekend, en ook — strikt genomen — op de bedragen zelf.”
De regeling heeft enkel betrekking op de elektronische facturatie van ambulante prestaties. Belangrijk: transparantie is niet hetzelfde als toestemming. “Het was en is nog altijd geen vrijgeleide om prestaties te factureren die niet factureerbaar zijn. Pseudocodes dienen om te documenteren, niet om te legitimeren.”
Gegevens naar het RIZIV, en daarna?
Waarom moet die zichtbaarheid worden ingevoerd? Volgens Mickaël Daubie past dat in de wettelijke opdracht van verzekeringsinstellingen om hun leden proactief te verdedigen en om de ziekteverzekering mee te beheren. De verzamelde informatie kan ook wijzen op noden inzake terugbetaling. “Als we systematisch een grotere behoefte vaststellen aan een specifieke prestatie, dan is dat een signaal: hier is misschien een onvervulde behoefte die het tijd wordt om op te nemen.”
Maar wat gaat het RIZIV uiteindelijk doen met deze waardevolle gegevens over ereloonsupplementen? Mickaël Daubie erkent dat er tijdens de laatste onderhandelingen over het medicomut-akkoord “vrij harde” discussies waren, maar zegt dat er een compromis is gevonden. De verzekeringsinstellingen moeten een grondige analyse uitvoeren van de transparantiecodes, verwacht uiterlijk tegen 15 mei 2026.
Vervolgens zal een eerste analyse betrekking hebben op bepaalde ambulante K-prestaties (tot K50) en N-prestaties (tot N90), die zijn geselecteerd op basis van hun relatieve waarde. De technische raden zullen moeten identificeren welke kostenelementen mogelijk niet zijn inbegrepen in de honoraria, zoals die vandaag worden beschreven. Het doel, aldus de DG Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, is om tegen het einde van het jaar tot wijzigingen te komen, met een budgettaire omkadering van 10 miljoen euro voor deze eerste stap.