Borstkankerscreening in Europa
De rol van de huisarts onder de loep
De rol van de huisarts bij de screening van borstkanker varieert binnen Europa sterk van land tot land. De gekozen aanpak heeft gevolgen voor de effectiviteit van de screening. Dat blijkt uit een studie die zopas verscheen in het European Journal of General Practice.
Borstkanker blijft de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in Europa. Vroege opsporing via screening is essentieel om de mortaliteit te verlagen en de prognose te verbeteren. In de studie, zopas verschenen in het European Journal of General Practice, wordt de rol van de huisarts in 32 Europese landen onder de loep genomen.
Drie modellen van screening
Een eerste screeningsmodel wordt het opportunistische model genoemd. huisartsen spelen hier een belangrijke rol. In landen als Bulgarije, Litouwen, Roemenië en Oekraïne ligt de verantwoordelijkheid voor het identificeren, uitnodigen en verwijzen van vrouwen grotendeels bij de huisarts. Vaak ontbreken centrale uitnodigingssystemen en zijn er weinig ondersteunende tools. De huisarts en het praktijkteam benaderen zelf de patiënt, persoonlijk of via telefoon.
Dertien landen, waaronder België, Oostenrijk, Frankrijk en Italië hanteren een mix van centrale uitnodigingen en een rol voor de huisarts. Huisartsen krijgen bijvoorbeeld een lijst met niet-deelnemers, ontvangen alerts via hun softwaresystemen of kunnen uitnodigingen opnieuw versturen.
Population-based
In de population-based screening hebben huisartsen een zeer beperkte rol. In vijftien landen, waaronder Nederland, Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, verloopt de uitnodiging voor opvolging volledig centraal. De huisarts heeft er geen actieve rol in het uitnodigen of opvolgen van niet-deelnemers. In Nederland moet de huisarts wel actie ondernemen bij een positieve uitslag. In de meeste andere landen binnen deze groep beperkt de rol zich tot het incidenteel informeren of adviseren van patiënten tijdens raadplegingen.
De deelname aan borstkankerscreening varieert sterk: van minder dan 1% in Noord-Macedonië tot ruim 80% in Denemarken, Finland en Zweden. Opvallend is dat landen met een goed georganiseerd, centraal population-based screeningsprogramma en weinig huisartsenbetrokkenheid de hoogste deelname kennen (mediaan 74,8%). Landen waar de huisarts een centrale rol speelt, scoren beduidend lager (mediaan 40%).
Paradoxaal
Dit lijkt paradoxaal maar wordt volgens de onderzoekers verklaard door de kracht van centrale systemen: automatische uitnodigingen, gestandaardiseerde opvolging en minder afhankelijkheid van individuele praktijkvoering. Toch kan huisartsenbetrokkenheid waardevol zijn voor specifieke doelgroepen of in landen waar het centrale systeem nog niet optimaal functioneert.
In de meeste landen zijn er geen financiële prikkels of targets voor huisartsen. Slechts vijf landen (Frankrijk, Letland, Litouwen, Portugal en Turkije) hanteren targets (70 à 80%) en soms bonussen. In sommige landen wordt het screeningspercentage als kwaliteitsindicator gerapporteerd aan de huisarts.
De studie toont aan dat een centraal population-based screeningsprogramma de beste garantie biedt op hoge deelname aan de screening. De rol van de huisarts verschuift daarbij van organisator naar ondersteuner en motivator, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Voor België en andere landen met een gemengd systeem ligt de uitdaging in het optimaliseren van centrale processen zonder de unieke meerwaarde van de huisarts uit het oog te verliezen.
Papageorgiou, D. I., Smyrnakis, E., Harris, M., Skuja, I., Adžić, Z. O., Apostolova, G., … Hoffman, R. (2026). Breast cancer screening in Europe and the role of general practitioners: A 32-country comparative survey. European Journal of General Practice, 32(1).