Ovariumkanker
Korte vastenkuur heeft heilzame metabole effecten tijdens neoadjuvante chemotherapie
ASCO-CONGRES Bij patiënten met een gevorderd hooggradig sereus ovariumcarcinoom resulteert een neoadjuvante chemotherapie zelden in een complete respons. Op het ASCO-congres 2026 is een gerandomiseerde verkennende studie gepresenteerd die het effect van een korte vastenkuur op metabole en klinische parameters heeft onderzocht bij die patiënten.

De meeste patiënten met een gevorderde ovariumkanker zullen een recidief ontwikkelen binnen twee jaar na de initiële behandeling. Daarom moet worden gezocht naar een veilige, goedkopere en gemakkelijke behandeling om betere resultaten te verkrijgen.
Volgens preklinische studies zou insuline de tumorgroei kunnen bevorderen en de gevoeligheid voor chemotherapie verminderen. Dat is dan ook het biologische rationale van de studie geworden. Voorzichtigheid is echter geboden bij de interpretatie van de resultaten aangezien de fase II-studie is uitgevoerd bij een klein aantal patiënten en het primaire eindpunt een metabool eindpunt was.
Doeltreffend op het primaire eindpunt
De prospectieve, open, monocentrische studie heeft een korte vastenkuur geëvalueerd bij 36 evalueerbare patiënten die werden gerandomiseerd naar gewone voeding (n = 18) of vasten (n = 18), zijnde een strenge calorierestrictie te beginnen 36 uur voor elke chemotherapiecyclus en tot 24 uur na toediening van de chemotherapie.
Het primaire eindpunt was de evolutie van de insulinespiegel na drie cycli van neoadjuvante chemotherapie. Bij inclusie was de insulinespiegel vergelijkbaar in de twee groepen. Op het einde van de behandeling bedroeg de insulinespiegel gemiddeld 18,5 µIE/ml in de controlegroep en 9,59 µIE/ml in de vastengroep (p = 0,014), dus respectievelijk een stijging met 9,76 en daling met 1,12 µIE/ml (p = 0,010). Daarmee werd het primaire eindpunt dus bereikt.
'Gezien de preliminaire gegevens over de pathologisch-anatomische respons, de progressievrije overleving en immunologische parameters zijn grotere multicentrische studies wenselijk.'
Positieve effecten
Volgens explorerende studies verbetert vasten de pathologisch-anatomische respons op een neoadjuvante chemotherapie. De vorsers hebben een significant verschil in de distributie van de Chemotherapy Response Scores (CRS) vastgesteld tussen de groepen (p = 0,011). Het aantal patiënten waarbij een CRS van 3 werd gemeten (wat correleerde met een betere pathologisch-anatomische respons op de neoadjuvante chemotherapie), bedroeg 58,8% in de vastengroep en 17,6% in de controlegroep.
De mediane progressievrije overleving was 38 maanden in de vastengroep en 24 in de groep die een vrije voeding volgde (HR 0,257, 95% BI: 0,062-1,00; p = 0,056). Bij translationele analyses werd een daling van bepaalde circulerende myeloïde cellen met immunosuppressieve activiteit waargenomen, wat zou kunnen wijzen op een immunomodulerend effect.
Een haalbare, experimentele strategie
Er is geen significant verschil in de bijwerkingen van de chemotherapie vastgesteld tussen de twee groepen. Dat wijst er dus op dat een korte vastenkuur haalbaar is bij patiënten die een neoadjuvante chemotherapie krijgen.
De studie is uitgevoerd in één enkel centrum bij een klein aantal patiënten en met een metabool eindpunt. De klinische resultaten moeten dus zeker verder worden uitgeplozen.
In deze verkennende studie had een korte vastenkuur alvast een significant effect op de insulinespiegel, het primaire eindpunt. Gezien de preliminaire gegevens over de pathologisch-anatomische respons, de progressievrije overleving en immunologische parameters zijn grotere multicentrische studies wenselijk.
Referentie:
Marchetti C, et al. Short-term fasting during neoadjuvant chemotherapy in advanced high-grade serous ovarian cancer: a randomized, open-label, exploratory phase II trial. ASCO Annual Meeting 2026.
