Ziekenfondsen: moeten we alles hervormen?
Een centraal fonds voor terugbetaling? Moeten ziekenfondsen zuivere ziekteverzekeraars worden, of controle-instanties? Tijdens het BUG-debat op 15 juni werden veel ideeën geopperd, maar was er weinig ruimte voor consensus.

Het debat, georganiseerd door de Belgische Unie van Gezondheidswerkers (BUG), oversteeg al snel de initiële vraag of we de ziekenfondsen moeten hervormen. Gemodereerd door dr. Françoise Guiot (ondervoorzitter van de BUG) ontvouwden MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, Xavier Brenez (CEO van de Onafhankelijke Ziekenfondsen) en gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent) drie verschillende visies op het Belgische model.
'Window dressing'
Vanaf het begin had Xavier Brenez een constructieve houding. "De ziekenfondsen moeten, net als andere sectoren, evolueren." Dat gaat dan vooral over de interne organisatie van de sector, maar ook over de verduidelijking tussen verplichte en aanvullende verzekeringen. Hij pleitte ook voor een financieringsmodel dat meer gebaseerd is op gezondheidsresultaten zoals vaccinatie, screening en globale medische dossiers.
Georges-Louis Bouchez was aanzienlijk kritischer. Volgens hem gaat het pact dat minister Vandenbroucke met de ziekenfondsen wil sluiten voorbij aan de kern van het probleem. "Dit pact is slechts schijn. De kwestie van aanvullende verzekeringen is niet echt opgelost. Er is sprake van concurrentieverstoring." De liberale politicus meent dat ziekenfondsen een structureel voordeel hebben door naast de verplichte ziekteverzekering ook aanvullende activiteiten te ontplooien.
Wie beheert terugbetalingen?
Lieven Annemans erkende de mogelijkheid van belangenconflicten, met name wanneer ziekenfondsen patiënten moeten adviseren over hun zorgkeuzes. "Natuurlijk bestaat dit conflict! Zeker omdat in het pact staat dat ziekenfondsen als coaches voor hun leden kunnen optreden en hen kunnen helpen betere keuzes te maken." Hij noemde het voorbeeld van een ziekenfonds dat een patiënt doorverwijst naar een ziekenhuis waarin het zelf een financieel belang heeft. Volgens hem schiet het pact daarom tekort: er wordt wel gezegd dat vertegenwoordigers van de ziekenfondsen in RIZIV-organen geen beheerder van zorginstellingen mogen zijn, maar daarmee verdwijnt het structurele belangenconflict niet.
Op dit punt pleitte Bouchez voor een duidelijkere scheiding van rollen. Voor hem mogen ziekenfondsen hun huidige taken behouden, aanvullende verzekeringsproducten verkopen, in ziekenhuizen investeren en een belangrijke rol spelen in de gezondheidszorg, maar moet de delegatie van terugbetalingen afgeschaft worden.
Xavier Brenez benadrukte de voordelen van een non-profitmodel met bestuurlijke vrijheid en financiële verantwoording. "Er zijn drie modellen mogelijk: een staatsmodel, een privaat model en het model dat we hier in België hebben", stelde hij. Volgens hem zou het overdragen van taken aan de staat de concurrentiekracht, innovatie en kwaliteit van de dienstverlening verminderen.
Het debat leidde vanzelfsprekend tot het voorstel voor één centraal ziekenfonds voor terugbetalingen in de verplichte ziekteverzekering. Georges-Louis Bouchez bepleitte deze aanpak die volgens hem schaalvoordelen oplevert en het systeem zou vereenvoudigen. Xavier Brenez en Lieven Annemans waarschuwden daarentegen voor de aanname dat een centraal door de staat beheerd fonds automatisch efficiënter zou zijn.
Betere concurrentie
Professor Annemans pleitte vooral voor een meer gerichte vorm van concurrentie. Volgens hem blijft het Belgische model relevant, mits ziekenfondsen vaker worden beoordeeld op basis van kwaliteitsindicatoren.
"Idealiter zouden ziekenfondsen met elkaar moeten concurreren om een dynamiek van servicekwaliteit te creëren. Ze zouden moeten proberen leden aan te trekken door aan te tonen dat hun dienstverlening superieur is." Hij betreurt echter dat deze concurrentie momenteel zwak is, waardoor maar weinig burgers daadwerkelijk van ziekenfonds wisselen.
Aan het einde van de discussie werd geen consensus bereikt over de toekomstige structuur van het systeem. Iedereen erkende echter dat ziekenfondsen moeten evolueren. Dat is in ieder geval iets.
Pro deo-werk door artsen in opleiding?
Hoewel het tekort aan artsen niet op de agenda van het debat stond, kwam het wel even ter sprake. Georges-Louis Bouchez rakelde een MR-voorstel uit de verkiezingscampagne 2024 op: jonge artsen verplichten om een tijd te werken in gebieden met te weinig artsen.
Tijdens het debat vergeleek de MR-voorzitter de situatie met jonge advocaten in opleiding, die aan het begin van hun carrière verplicht zijn pro deo-werk te doen. "Moeten we een vergelijkbaar model creëren voor jonge artsen? Waarom niet? Ik leg het idee op tafel."