Terug-Naar-Werk-beleid
Vandenbroucke overlegt met huisartsen
Om de principes die zijn opgenomen in het wetsontwerp over het Terug-Naar-Werk-beleid praktisch uit te werken, gaat minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke in overleg met vertegenwoordigers van de huisartsen.
Frank Vandenbroucke benadrukt in een reactie aan Artsenkrant dat de praktische uitwerking van de principes die de regering in haar nieuwe wetsontwerp voorstelt met betrekking tot het voorschrijven van arbeidsongeschiktheid door huisartsen nog voorwerp zijn van overleg. "Bij dat overleg zal de inbreng van de vertegenwoordigers van de huisartsen essentieel zijn. Er loopt nu al een zeer grondig overleg met vertegenwoordigers van de artsen over de rol van behandelende artsen in het Terug-naar-Werk-beleid, en in dat kader wil ik verder werken", zegt Vandenbroucke.
Goed overleg is met name nodig inzake twee principes die in het nieuwe wetsontwerp, dat nog in de Kamer besproken moet worden, in algemene termen omschreven zijn.
Geval van overmacht
"Om patiënten die wegens ziekte uitvallen goed te begeleiden, ook wat betreft hun kansen om terug aan het werk te gaan, is het GMD vanzelfsprekend een belangrijk instrument. Vandaar dat de regering wenst dat arbeidsongeschiktheid alleen kan voorgeschreven worden voor een patiënt waarvoor de huisarts ook een GMD bijhoudt. Dat is het algemene uitgangspunt, maar dat moet natuurlijk geconcretiseerd en genuanceerd worden. We weten bijvoorbeeld dat binnen eenzelfde huisartsenpraktijk patiënten soms opgevolgd worden door verschillende huisartsen, niet alleen de huisarts die persoonlijk het GMD bijhoudt."
"Vanzelfsprekend zijn er omstandigheden waarin een patiënt beroep moet doen op een huisartsenpraktijk waarmee geen vaste relatie bestaat, bijvoorbeeld tijdens wachtperiodes of verplaatsingen. Dan gaat het niet om ‘shopping’ maar om een situatie van overmacht. De praktische betekenis van de eis dat arbeidsongeschiktheid in de regel alleen kan worden voorgeschreven als er een vaste relatie is met de voorschrijvende arts (of de praktijk waarin deze werkt), ondersteund door een GMD, en de uitzonderingen die daarbij moeten worden voorzien, zullen in een Koninklijk Besluit worden vastgelegd", verduidelijkt de minister.
Karikaturen
Hetzelfde geldt overigens voor het principe dat voor bepaalde aandoeningen na zes weken arbeidsongeschiktheid informatie van een andere zorgverstrekker (bijvoorbeeld een psychiater) moet worden toegevoegd: ook dat principe moet nog geconcretiseerd worden in een Koninklijk Besluit.
Vandenbroucke wil op een positieve manier kijken naar de rol die artsen spelen bij het voorschrijven van arbeidsongeschiktheid, "wars van alle karikaturen die soms opgevoerd worden in het politieke debat. De dialoog die daarover sinds enkele maanden loopt, illustreert dat de artsen bereid zijn om een sterke, constructieve rol te spelen in het Terug-naar-Werk-beleid, vanuit hun eigen deontologie en verantwoordelijkheid voor hun patiënten”.