GBO: indexsprong in honoraria is reden om akkoord op te zeggen
Artsensyndicaat GBO waarschuwt dat een gedeeltelijke indexering van honoraria voldoende reden is om het akkoord artsen-ziekenfondsen op te zeggen. GBO vreest dat een dergelijke lineaire maatregel zowel het inkomen van artsen als de middelen die nodig zijn voor de praktijkwerking zal treffen.

Zoals Artsenkrant al berichtte, zou de regering overwegen om voor de honoraria van zelfstandige zorgverleners een mechanisme toe te passen dat vergelijkbaar is met de twee gedeeltelijke indexsprongen die voor werknemers en gepensioneerden zijn vastgesteld. Dit nieuws was door La Libre Belgique onthuld.
De maatregel, die politiek nog niet zou zijn goedgekeurd, zou het onderwerp zijn van besprekingen binnen de ministeriële kabinetten. Volgens de door de GBO verzamelde informatie zou de maatregel worden gesteund door de N-VA en de MR, terwijl Vooruit en Les Engagés zich ertegen zouden verzetten.
Als de regering de maatregel goedkeurt, zou deze kunnen worden opgenomen in de opdrachtbrief die minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke namens de ministerraad op uiterlijk 20 juli moet sturen om de voorbereiding van de gezondheidszorgbegroting voor 2027 in goede banen te leiden.
Honoraria en beroepskosten samen
De moeilijkheid ligt in de toepassing op zelfstandigen van een mechanisme dat is ontworpen voor loontrekkenden en gepensioneerden, zegt GBO. Het genoemde voorstel zou erin bestaan de indexering van het totale honorariumbudget te beperken (bijvoorbeeld tot 2%).
De GBO wijst er echter op dat medische honoraria niet alleen het inkomen van artsen vertegenwoordigen. Ze financieren ook de personeelskosten, de huisvesting, het materiaal, de informatica en andere kosten die verband houden met de werking van de praktijken. Een lineaire verlaging zou dus tegelijkertijd de bezoldiging van de artsen en de beschikbare middelen voor de zorg aantasten.
Het syndicaat stelt zich ook vragen bij de bestemming van de besparingen. Deze zouden kunnen worden gebruikt om bepaalde ondergefinancierde prestaties op te waarderen of kunnen worden teruggestort in de algemene staatsbegroting. Volgens de GBO zouden Vooruit en Les Engagés voor de eerste optie pleiten, terwijl de N-VA en de MR de voorkeur zouden geven aan de tweede.
Reden voor opzeg akkoord artsen-ziekenfondsen
Ten slotte benadrukt de GBO dat het akkoord tussen artsen en ziekenfondsen voor 2026-2027 de organisaties van artsen de mogelijkheid biedt om het akkoord op te zeggen indien de honoraria in 2027 niet volledig worden geïndexeerd.
12.2.2.4. Het akkoord kan geheel of gedeeltelijk worden opgezegd door een representatieve organisatie van artsen indien door de Algemene Raad voor het begrotingsjaar 2027 geen of geen volledige indexering wordt toegekend zoals deze bij het afsluiten van het akkoord wordt geregeld bij toepassing van artikel 207bis van de GVU-wet.
Een gedeeltelijke indexering zou het akkoord dus in gevaar kunnen brengen en het overleg tussen artsen, ziekenfondsen en de overheid kunnen ondermijnen.
"Slimme en gerichte besparingen"
De GBO benadrukt dat zij het principe van een bijdrage van zorgverleners aan de begrotingsinspanning niet betwist, maar vraagt dat deze "slim, doelgericht en coherent" is met de doelstellingen van de volksgezondheid. De organisatie pleit ervoor om overbodige handelingen te beperken, de middelen te concentreren op zorg die echte meerwaarde biedt voor de patiënten en de eerstelijnszorg te versterken.
De vakbond haalt als tegenvoorbeeld de afschaffing aan van de terugbetaling van CT-scans van de wervelkolom die door huisartsen worden voorgeschreven. Volgens de vakbond dreigt deze maatregel, die zij als onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd beschouwt, ertoe te leiden dat meer patiënten naar specialisten worden doorverwezen, waardoor de uitgaven uiteindelijk stijgen.
Volgens de GBO zouden besparingen in de eerste plaats moeten worden gerealiseerd door het versterken van preventie, eerstelijnsgeneeskunde, de relevantie van de zorg en de coördinatie van het zorgtraject van patiënten. „De vraag is dus niet waar er bezuinigd moet worden, maar waar er slim geïnvesteerd moet worden om betere zorg te bieden“, concludeert de organisatie.