Meer moeders starten met borstvoeding
Steeds meer ouders in Vlaanderen kiezen ervoor hun baby borstvoeding te geven. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van Opgroeien, die worden gepubliceerd aan de vooravond van de Week van de Borstvoeding (1 tot 7 augustus). Volgens het agentschap blijft goede begeleiding een belangrijke voorwaarde om ouders te ondersteunen bij die keuze.

In 2025 kreeg 83,7% van de pasgeborenen in Vlaanderen borstvoeding bij de start, een lichte stijging ten opzichte van een jaar eerder. De opwaartse trend zet zich daarmee verder.
De sterkste stijging werd vastgesteld bij kinderen van moeders van Belgische origine. Daar nam het aandeel baby's dat borstvoeding kreeg sinds 2020 toe met 3,7 procentpunt. Bij kinderen van moeders van niet-Belgische origine bleef de stijging beperkter (+0,9 procentpunt), al ligt de borstvoedingsgraad in die groep met 90,8% al hoger.
"Dat is positief nieuws", zegt Nele D'haenens, woordvoerder van Opgroeien. "We merken dat steeds meer ouders bewust kiezen voor borstvoeding. Goede ondersteuning maakt daarbij een groot verschil."
Combinatie met kunstvoeding neemt toe
Uit de cijfers blijkt ook dat ouders vaker borstvoeding combineren met kunstvoeding. Binnen de eerste 24 uur na de geboorte krijgt 7,5% van de baby's een combinatie van beide. Op dag zes is dat aandeel gestegen tot 15,9%.
Volgens lactatiekundige Christel Geebelen van Opgroeien is het positief dat meer baby's borstvoeding krijgen, maar wordt er tegelijk sneller kunstvoeding bijgegeven. Zij wijst erop dat exclusieve borstvoeding belangrijke gezondheidsvoordelen biedt en bescherming kan bieden tegen onder meer infecties en allergieën.
De Week van de Borstvoeding loopt van 1 tot 7 augustus en legt dit jaar de nadruk op het belang van een goede ondersteuning van ouders die voor borstvoeding kiezen.