Commissie schetst toekomstbeeld voor eerstelijnszorg
Naar interprofessionele eerstelijnspraktijken
In een nieuw rapport stelt de Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen (GDOS) voor om de eerstelijnszorg fundamenteel te hertekenen. De hoeksteen daarvan worden interprofessionele eerstelijnspraktijken met daarin taakdeling en taakdelegatie, en een meer forfaitaire financiering.
Dit voorjaar had de Algemene Raad van het RIZIV vijf prioritaire gezondheidszorgdoelstellingen (GZD) geselecteerd uit het eerste rapport van de GDOS. Naast twee ‘transversale’ gezondheidszorgdoelstellingen – het gestructureerd gebruik van gezondheidsgegevens en het verbeteren van de doeltreffendheid van zorg – waren dat de organisatie van de eerstelijnszorg, de toegankelijkheid van zorg en preventie. In een nieuw rapport vertaalt de GDOS deze vijf GZD in concrete subdoelstellingen en indicatoren.
Eerstelijnspraktijken
Wegens tijdgebrek werden niet alle GZD even uitgebreid behandeld. De hoofdbrok van het rapport gaat over een herorganisatie van de eerstelijnszorg. Die dringt zich volgens de GDOS om meerdere redenen op, zoals de toename van multimorbiditeit en chronische aandoeningen, schaarste aan zorgpersoneel, en de toegankelijkheid van geestelijke gezondheidszorg.
De hoeksteen van de toekomstige eerste lijn is niet langer de individuele huisarts maar de eerstelijnspraktijk (EP). Zo’n praktijk bevat minimaal een of meerdere huisartsen, een praktijkverpleegkundige, een praktijkassistent en administratieve ondersteuning. Afhankelijk van de lokale noden wordt structureel samengewerkt met onder meer apothekers, tandartsen, paramedici, psychologen, sociaal werkers en specialisten. Een EP hoeft niet noodzakelijk op één locatie gevestigd zijn; ook juridisch gestructureerde samenwerkingsverbanden kunnen als EP gelden.
Binnen een EP behoudt de huisarts een leidende rol bij diagnostiek van ongedifferentieerde klachten en instabiele of complexe zorg. Bij stabiele, voorspelbare en protocolleerbare zorg kan verregaande taakdelegatie plaatsvinden. De GDOS denkt daarbij in de eerste plaats aan chronische en preventieve zorg.
De uitbouw van een coherente territoriale structuur voor de zorg zou een belangrijke prioriteit van het beleid moeten zijn
Netwerken
De eerstelijnspraktijken vormen per buurt of wijk (tussen 5.000 en 15.000 inwoners) eerstelijnsnetwerken. Hierin werken EP’s nauw samen met alle relevante zorgprofessionals zoals apothekers, eerstelijnspsychologen, thuisverpleging en -zorg, maar ook met maatschappelijke hulpverlening.
Een eerstelijnsnetwerk is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van de eerstelijnszorg voor alle inwoners van zijn gebied. De GDOS wenst een acceptatieplicht voor nieuwe inwoners binnen een netwerk, wat niet impliceert dat een individuele EP geen patiëntenstop meer zou mogen invoeren.
Die eerstelijnsnetwerken moeten zelf weer samenwerken met structuren op mesoniveau en met ziekenhuizen. De GDOS erkent zelf dat dit conflicteert met bestaande indelingen, zoals eerstelijnszones en ziekenhuisnetwerken, waarvan de territoria niet altijd samenvallen. “De uitbouw van een coherente territoriale structuur voor de zorg zou een belangrijke prioriteit van het beleid moeten zijn”, merkt het rapport op.
Het rapport wil ook de scheiding tussen eerste en tweede lijn veel poreuzer maken. Een specialist zou bijvoorbeeld door een EP kunnen worden geconsulteerd via teleconsultatie zodat de patiënt niet steeds doorverwezen hoeft te worden. De GDOS stelt voor daar een vergoeding voor te creëren. Omgekeerd legt de verschuiving van ziekenhuiszorg naar daghospitalisatie, ambulante zorg en thuiszorg steeds meer druk op de eerste lijn. Bij ontslag uit het ziekenhuis moet daarom veel intensiever worden samengewerkt met de eerste lijn.
Financiering en samenwerking
De hervorming die de GDOS voorstelt, impliceert een afbouw van prestatiegerichte financiering ten voordele van meer forfaitaire praktijk- en capitatiefinanciering. Het rapport vermeldt medische huizen en de New Deal als inspiratiebronnen, maar stelt ook voor om de vergoeding voor het GMD te koppelen aan meetbare criteria voor preventie.
De voorgestelde multidisciplinaire aanpak binnen EP’s vereist ook een hervorming van de wetgeving rond gezondheidsberoepen. Het uitgangspunt daarbij moet zijn 'bekwaam is bevoegd': wat een zorgverstrekker mag doen hangt minder af van diploma dan van verworven competenties. Tegelijk trekt GDOS een duidelijke veiligheidsgrens: taakdeling en -delegatie vergen duidelijke protocollen, supervisie en afspraken over verantwoordelijkheid.
De hele hervorming staat of valt bovendien met de veilige en gestandaardiseerde gegevensdeling tussen zorgverleners. Daarom moet het BIHR (Belgian Integrated Health Record) zo snel mogelijk worden ingevoerd. Tegen 2028 zouden gegevens in principe maar één keer geregistreerd moeten worden en vervolgens hergebruikt.
Een dergelijke fundamentele hervorming van de eerste lijn moet op vrijwillige basis worden ingevoerd, zegt de GDOS, die zich bewust is van mogelijke weerstand tegen de hervorming. “Belangrijk lijkt ook te zijn dat de hervormingen niet van boven worden opgelegd, maar dat aan de zorgverstrekkers op het terrein voldoende keuzevrijheid wordt gelaten”, stelt het rapport.
Lees ook: 'Geen technocraten die bepalen wat er moet gebeuren op het terrein'