Een première op ESC 2026
Richtlijnen voor behandeling van chronische hart- en vaataandoeningen bij patiënten met chronisch nierlijden
ESC-CONGRES De ESC heeft samen met de European Renal Association de eerste richtlijnen (1) voor de behandeling van hart- en vaataandoeningen bij patiënten met chronisch nierlijden gepubliceerd. Maar waarom nu?
Prof. Kevin Damman (Groningen), directeur van de Task Force: “Recente klinische studies over hart- en vaataandoeningen en chronisch nierlijden leren dat het mogelijk is het risico op renale en cardiovasculaire complicaties sterk te verlagen als alle clinici hun best doen om chronisch nierlijden snel op te sporen en te behandelen. Het document is bedoeld om hen daarbij te helpen.” De richtlijnen richten zich vooral tot cardiologen, maar ook tot nefrologen, diabetologen, geriaters,... 
STAMP bij chronisch nierlijden
De Task Force stelt het letterwoord STAMP voor. Dat staat voor: "Screen, Triage, Address CKD risk, Modify CVD management and Plan health services". Bij alle patiënten met een pas gediagnosticeerde hart- en vaataandoening (hypertensie, coronair lijden, hartfalen, perifeer arterieel vaatlijden, CVA) wordt aanbevolen de glomerulusfiltratiesnelheid te ramen (eGFR) en albuminurie op te sporen.
De richtlijnen raden aan de eGFR en de urinaire albumine-creatinineverhouding tweemaal in ≥ 3 maanden te meten.
Voor de triage is het belangrijk cardiovasculaire risicoscores te berekenen die rekening houden met de eGFR en de albuminurie. Het is wenselijk daarbij de KDIGO-classificatie te gebruiken en het risico op een ongunstige evolutie te ramen via de KFRE (Kidney Failure Risk Equation).
Naar intensievere behandelingen
De richtlijnen raden stellig aan een behandeling voor te schrijven die gunstige invloed heeft op het hart- en vaatstelsel én op de nieren. Een ACE-remmer of angiotensine II-receptorantagonist wordt aanbevolen om de bloeddruk onder controle te brengen en een verergering van chronisch nierlijden tegen te gaan. SGLT2-remmers worden aanbevolen bij patiënten met chronisch nierlijden en type 2-diabetes, maar ook bij patiënten zonder diabetes met een eGFR ≥ 20 ml/min/1,73 m² en een albuminurie ≥ 200 mg/g creatinine.
Finerenon (MRA) wordt aanbevolen (klasse IA) bij chronisch nierlijden (GFR ≥ 25 ml/min/1,73 m² en een albuminurie ≥ 30 mg/g creatinine) én type 2-diabetes om het risico op progressie tegen te gaan. Een GLP-1-receptoragonist (semaglutide) is geïndiceerd bij type 2-diabetes en chronisch nierlijden, ongeacht de glykemiecontrole. Een combinatie van meerdere geneesmiddelen wordt aanbevolen om beide risico’s aan te pakken.
Hartfalen en chronisch nierlijden
Bij patiënten met chronisch hartfalen en chronisch nierlijden wordt een SGLT2-remmer aanbevolen, ongeacht de linkerventrikelejectiefractie (LVEF). Bij een verminderde LVEF (HFrEF) wordt een behandeling met een angiotensine II-receptorantagonist/neprilysine (ARNI) of een ACE-remmer, een angiotensine II-receptorantagonist, een bètablokker of een mineralocorticoïdreceptorantagonist in monotherapie aanbevolen.
Bij hartfalen met een gevrijwaarde LVEF (HFpEF) moet je daar aan mineralocorticoïdreceptorantagonist aan toevoegen. Bij gedecompenseerd hartfalen en chronisch nierlijden moet je snel lisdiuretica in hogere dosering en een combinatie van diuretica overwegen.
Acuut coronair syndroom, atriumfibrillatie en chronisch nierlijden
Bij een acuut coronair syndroom is een combinatie van twee plaatjesremmers geïndiceerd als het bloedingsrisico niet te hoog is. Voorzichtigheid is geboden bij het interpreteren van een verhoogd troponinegehalte. Dat is immers vaak verhoogd bij chronisch nierlijden. Bij patiënten met een atriumfibrillatie en chronisch nierlijden (eGFR ≥ 30 ml/min/1,73 m²) is bij de preventie van CVA een direct werkend oraal anticoagulans te verkiezen boven een vitamine K-antagonist, omdat het bloedingsrisico dan kleiner is.
Te onthouden
- Chronisch nierlijden is niet zomaar een comorbiditeit bij patiënten met een hart- en vaataandoening.
- Bij alle patiënten met een hart- en vaataandoening moet je chronisch nierlijden opsporen.
- Bij patiënten met een hart- en vaataandoening en chronisch nierlijden moet je het cardiovasculaire én het renale risico ramen.
- De behandeling moet positieve invloed hebben op het hart én de nieren. Zo nodig, schrijf je dan een combinatie van geneesmiddelen voor.
- Bij patiënten met een hart- en vaataandoening en chronisch nierlijden wordt een multidisciplinair beleid aanbevolen.
Referentie:
1. Damman K, et al. 2026 ESC Guidelines for the management of cardiovascular disease and chronic kidney disease, in collaboration with the European Renal Association (ERA). Eur Heart J. 2026. doi:10.1093/eurheartj/ehag098