Capsaïcine 8% patch tegen diabetes polyneuropathie
Met de beschikbaarheid van de hoog-geconcentreerde capsaïcine patch (HCCP) is er een aanvullende behandeloptie voor bepaalde patiënten met perifere neuropathische pijn door diabetes.
De rol van capsaïcine en TRPV1 receptoren
De hoog-geconcentreerde (8%) capsaïcine patch (HCCP) is een lokale applicatie met 179 mg capsaïcine (1-2), een hoog-selectieve agonist van de TRPV1 (Transient Receptor Potential Vanilloid 1) receptor. HCCP kan symptomen van perifere neuropathische pijn verlichten via desensitisatie van nociceptoren waarbij er een regeneratie zou optreden van de afferente epidermale zenuwuiteinden en normalisatie van de dermale zenuwdichtheid. (3)
Ontdek het werkingsmechanisme via deze link: https://gru.link/vMWuu
Pijnverlichting bij diabetes neuropathie
Dat HCCP samen met een standaardbehandeling (Standard of Care of SOC), doeltreffender is dan SOC alleen, bleek al in 2019 uit de gerandomiseerde PACE-studie bij 468 patiënten met pijnlijke diabetes perifere neuropathie (PDPN). (4)
De intensiteit van de pijn werd gemeten met de gevalideerde BPI-DPN (Brief Pain Inventory- Diabetic Neuropathy) -schaal, specifiek voor diabetes, die de ernst van de pijn meet en de interferentie met het dagelijks functioneren. Hierbij wordt een score gegeven van 0 (geen pijn en/of geen interferentie) tot de ergst denkbare pijn en/of totale interferentie (score 10). Patiënten kregen ofwel SOC, ofwel SOC + capsaïcine patch gedurende 30 of 60 minuten, dit tot 7 applicaties. Patiënten in de capsaïcine groepen kenden vanaf de eerste maand een substantieel grotere pijnreductie dan zij die enkel SOC kregen. (4)
De resultaten worden aangevuld met Real World Evidence-data in de retrospectieve CASPAR-studie met 1 tot 4 HCCP-applicaties en waarbij ondermeer de API-score (Average Pain Intensity, een schaal die de pijn eveneens scoort van 0 tot 10) als eindpunt werd meegenomen. De gemiddelde API in de groep van 279 patiënten die 4 behandelingen met HCCP kregen, daalde van 59.0 bij de start, naar 16.0 na 12 maanden. (5)
Herhaalde toediening
Verschillende studies suggereren dat de doeltreffendheid van HCCP kan toenemen bij herhaalde behandelingen. (4-5) In de CASPAR-studie was er een vermindering van API-score van 30% of meer bij toenemend aantal behandelingen (98,9%, 90,8%, 67,7% en 22,0% van de patiënten bij resp. 4, 3, 2, of 1 HCCP applicaties). (5)
Ook in de PACE studie, zag men niet enkel een verschil in effect ten opzichte van SOC alleen vanaf de eerste maand, men zag dat het nog kon aanhouden en toenemen tijdens de 52 weken opvolgperiode en het aantal applicaties. (4)
Titel bij grafiek: Percentage patiënten met een afname van 30% ten opzichte van de uitgangswaarde in de gemiddelde dagelijkse pijn (NPRS) die zeven keer een huidpleister met 179 mg capsaïcine hebben gekregen.
Graag labels aanpassen:
≥30% respondenten, n (%)
Aantal behandelingen met 179mg capsaïcine
Adapted from : Vinik A.I. et al, Journal of Current Medical Research and Opinion, Vol 02 Iss 12, 388–401 (2019)
Laag risico op systemische bijwerkingen
Door de lage transdermale absorptie, is het risico op systemische bijwerkingen klein. (1,6) In een vergelijkende studie met pregabaline bij patiënten met PDPN waren er met capsaïcine 8% patch na herhaald gebruik gedurende 52 weken 0 tot 1.2% systemische bijwerkingen, in de groep die pregabaline kreeg bedroeg dit 2,5 tot 18,4%. (6)
Regeneratie zonder verlies sensoriële functie
Bevindingen in de PACE-studie wijzen erop dat herhaalde behandeling met de capsaïcine 8%-pleister niet gepaard ging met verlies van de door kleine zenuwvezels gemedieerde sensibiliteit. De resultaten van de sensorische testen bij de subgroep van patiënten die zeven opeenvolgende behandelingen met capsaïcine kregen, toonden bovendien aan dat regelmatige, herhaalde behandeling met de capsaïcine 8%-pleister evenmin gepaard ging met een verslechtering van de sensorische functie. (7)
Studies bij patiënten met PDPN tonen aan dat behandeling met capsaïcine 8% de pijn kan verminderen en goed wordt verdragen. (4,5,6,7)
In de praktijk
Dat het aanpakken van pijnlijke diabetes neuropathie (DNP) erg waardevol is, weet Prof. dr. Jean-Christophe Philips (CHU Luik) zeer goed. ”Het gaat om veel meer dan enkel de pijn, neuropathie gaat vaak gepaard met verminderde mobiliteit, met impact op het werk of het sociale leven en met depressie,” aldus prof. Philips.

Is neuropathie bij diabetes, ondanks de verbeterde diabeteszorg, nog steeds een bezorgdheid?
Prof. Philips: “Zowat de helft van de mensen met diabetes heeft een vorm van neuropathie en we schatten dat zowat een kwart van de mensen met diabetes een pijnlijke vorm heeft. (8,9) Bij mensen met type 1 is de risicofactor vooral hyperglycemie, samen met de duur van de diabetes. Bij type 2 is het complexer: obesitas, hypertensie, dyslipidemie en tabak spelen ook een rol bij het ontstaan (9). We zien zelfs neuropathie bij pre-diabetes, bij een HbA1c ver onder de 7%.” (9)
Hoe wordt dit aangepakt op de diabetesafdeling van het CHU Luik?
Prof. Philips: “Vooreerst moet je de juiste diagnose stellen, die vooral klinisch en anamnestisch is: vragen naar de typische kenmerken van de pijn, of die in rust optreedt, of vooral ’s avonds of ’s nachts. Het moet gaan om een pijn die symmetrisch is en distaal. (9,10) Belangrijk om weten is dat een EMG volledig normaal kan zijn omdat de kleine niet-gemyeliniseerde zenuwvezels (C- en Aδ-vezels) eerst worden aangetast. Met de progressie volgen de grotere vezels.” (9,11)
Hoe wordt bepaald welke patiënt welke therapie nodig heeft?
Prof. Philips: “Dat hangt af van de lokalisatie van de pijn én het profiel van de patiënt. Er zijn verschillende orale behandelingen, maar we zien bij zowat 40 tot 60 % van de patiënten maar een gedeeltelijke of geen respons. (12) En deze middelen hebben vaak systemische bijwerkingen. (4,6) Tegenwoordig maken we meer en meer onderscheid tussen lokale of focale neuropathie gelokaliseerd op de voeten en benen en neuropathie die grotere zones treft. (13, 14) Voor de eerste gelokaliseerde vorm kunnen we nu ook lokale applicaties zoals HCCP gebruiken. (14)”
Wat zijn de resultaten in de praktijk met HCCP?
Prof. Philips: “Bij iemand die over zijn hele onderbenen pijn heeft, kan men zo’n patch natuurlijk niet gebruiken. Maar wanneer de pijn zeer plaatselijk is, bijvoorbeeld ergens aan de voeten, kan HCCP mooie resultaten geven. (14) Een groot voordeel is het lager risico op systemische bijwerkingen. Soms geeft de applicatie een lichte voorbijgaande plaatselijke last. (6) We zeggen wel vooraf aan de patiënt dat er 3 tot 4 toepassingen zullen zijn, want we zien dat na de eerste keer HCCP het effect vaak beperkt is, en er wordt aangeraden om per geval na 3 of 4 applicaties te beoordelen. (4-5) ”
Hoe verloopt de samenwerking met collega’s van andere specialismen?
Prof. Philips: “Het is belangrijk om goede afspraken te maken met de pijnspecialisten, zij moeten de terugbetaling voor HCCP aanvragen (15). Wij, als diabetologen, kunnen dat niet doen. Wel zorgen wij voor een volledig uitgewerkte diagnose, soms aangevuld met een neurologisch advies en we vullen hier de DN4-vragenlijst (16) in, zo maken we een kant-en-klaar dossier op. De afspraak is hier dat onze patiënten dan snel in de pijnkliniek terecht kunnen en na de goedkeuring zullen onderlegde verpleegkundigen de HCCP aanbrengen. (15) ”
Nog een laatste boodschap?
Prof. Philips: “Als je de juiste diagnose stelt en de juiste behandeling start, kan je het leven van een patiënt echt veranderen. (5) ”