PremiumFederale politiek

Remgeld: een verhoging die verdeelt

In onze peiling geeft 66% van de respondenten de voorkeur aan een remgeld van 5 euro voor rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming (RVT) en 10 euro voor gewoon verzekerden. Deze resultaten lokken uiteenlopende reacties uit: een budgettaire noodzaak, herinvestering in de eerste lijn of een bedreiging voor de toegankelijkheid van de zorg. BVAS, Kartel, PS en Les Engagés zijn het niet met elkaar eens.

Volgens dr. Patrick Emonts, voorzitter van de BVAS, is de verhoging "onvermijdelijk" in een context van gedwongen besparingen. Hij ziet in de antwoorden op de peiling een weerspiegeling van hoe de achterban aankijkt tegen "de absurditeit van het feit dat het remgeld al bijna twintig jaar niet meer werd geïndexeerd".

Volgens hem maakt een verhoging het mogelijk "de federale begroting te ontlasten, de kwaliteit en de beschikbaarheid van de zorg te vrijwaren, maar ook patiënten bewust te maken van de kostprijs van een medische prestatie om overconsumptie te beperken”.

Artsen: een weerkerende bron van besparingen

Emonts herinnert eraan dat de BVAS in april 2025 voorstelde om het remgeld voor raadplegingen te verdubbelen, wat neerkomt op een verhoging met 1 euro (VT) en 4 euro. Het syndicaat raamde de besparing op 114 miljoen euro, zonder dat dit de financiële toegankelijkheid van de zorg in het gedrang zou brengen. Als antwoord op de vrees dat patiënten om financiële redenen van zorg zouden afzien, verwijst hij naar "de opeenvolgende indexeringen van lonen, pensioenen en uitkeringen".

Hij heeft vooral een probleem met de herhaalde inspanningen die van het artsenkorps worden gevraagd: "Artsen mogen bij besparingen niet langer telkens opnieuw als bron van budgettaire aanpassingen worden gebruikt", met gevolgen voor de kwaliteit van de zorg, innovatie, wachttijden en professionele motivatie.

Meest kwetsbare beschermen

Dr. Lawrence Cuvelier, voorzitter van het GBO/Kartel, stelt een andere voorwaarde: "Een verhoging is alleen denkbaar als ze rechtstreeks ten goede komt aan de huisartsgeneeskunde en de toegankelijkheid van de zorg." Hij ziet in de peiling een bereidheid tot verandering, maar benadrukt tegelijk de beperkingen op het vlak van representativiteit. Het GBO/Kartel pleit voor een aanpassing van het remgeld voor gewoon verzekerden, beperkt tot het equivalent van de indexering. Voor de meest kwetsbare patiënten is het standpunt duidelijk: "Er kan geen sprake zijn van een verhoging van de bijdrage van VT.”

De vrijgemaakte middelen zouden onder meer moeten dienen om de patiëntenzorg te verbeteren en telefonische consultaties te financieren. De daling van de reële waarde van het remgeld rechtvaardigt volgens het syndicaat een denkoefening, maar geen loutere budgettaire besparing op kosten van de zieken.

Lawrence Cuvelier roept ook op om de rol van het remgeld te onderzoeken: "Zet het patiënten daadwerkelijk aan tot verantwoordelijk gedrag of gaat het vooral om een symbolische bijdrage?" Hij pleit voor "een debat op basis van objectieve gegevens, dat de meest kwetsbaren beschermt en de eerste lijn concreet versterkt".

Latere zorg, hogere kosten

Caroline Désir (PS) verdedigt een tegenovergestelde koers en pleit - zoals het in het partijprogramma van de PS staat - voor gratis raadplegingen bij de huisarts. "Ons standpunt is duidelijk: toegankelijke eerstelijnszorg, want niemand gaat voor zijn plezier naar de dokter." Ze plaatst de strijd tegen sociale gezondheidsongelijkheden centraal in haar redenering en beschouwt die als een prioriteit die verder reikt dan alleen het remgeld.

Haar uitgangspunt is een vaststelling: "Het uitstellen van zorg om financiële redenen is nu al een realiteit. Een verhoging van het remgeld versterkt dit fenomeen, met latere diagnoses en behandelingen, complexere zorgtrajecten en vermijdbare ziekenhuisopnames tot gevolg."

De verwachte besparing zou zich daardoor kunnen vertalen in bijkomende uitgaven in een later stadium. Tegenover het argument dat een hoger remgeld nodig is om het systeem te ondersteunen, plaatst ze dan ook het belang van "vroegtijdige toegang tot zorg, waardoor kan worden voorkomen dat gezondheidsproblemen verergeren".

Caroline Désir legt ten slotte een verband tussen dit debat en de uitgaven voor geneesmiddelen: "We moeten stoppen met besparen op de kap van patiënten, zoals eerder al is gebeurd met de geneesmiddelenprijzen."

Omgekeerd effect

Dr. Jean-François Gatelier (Les Engagés) deelt de vrees dat de maatregel net het tegenovergestelde effect heeft van de beoogde doelstelling. "Als arts weet ik dat sommige patiënten elke euro tellen voordat ze op consultatie gaan." Een gematigde indexering kan volgens hem door de beugel, maar moet wel gekoppeld worden aan bescherming van de meest kwetsbaren. Een vervijfvoudiging van het remgeld voor VT druist tegen deze logica in. Hij beschouwt dit als een vorm van "indirecte belasting op ziekte", die zwaarder weegt op mensen met een laag inkomen.

De kostprijs van een raadpleging beperkt zich bovendien niet tot het remgeld: vervoerskosten, eventueel een vakantiedag, geneesmiddelen en onderzoeken komen daar nog bovenop en wegen vooral zwaar door voor gezinnen. Zijn antwoord omvat ook een herziening van de doelgroep van de steunmaatregelen. Hij heeft een voorstel van resolutie ingediend om het VT-statuut voor te behouden aan wie het echt nodig heeft en om bepaalde bescheiden eenoudergezinnen of grote gezinnen beter te beschermen.

 

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
03 november 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine