Van psoriasis naar psoriatische artritis: gaat een TNF-alfa-antagonist die evolutie tegen?
Bijna 30% van de patiënten met psoriasis ontwikkelen over een periode van zeven tot tien jaar een psoriatische artritis. Vandaar het idee om psoriasis snel en krachtig te behandelen om de incidentie van gewrichtspsoriasis te verlagen. Volgens een aantal studies zouden TNF-alfa-antagonisten wat dat betreft, beter zijn dan andere geneesmiddelen. Italiaanse vorsers vinden echter dat de opzet van die studies aanvechtbaar is. Om dat verder uit te pluizen, hebben ze een 'ideale' studie uitgevoerd. En wat heeft die geleerd? 
Circa 2% van de algemene bevolking heeft psoriasis. De prevalentie van psoriatische artritis bij patiënten met psoriasis bedraagt 5% tot 40%. De gewrichtsaantasting is ernstig, invaliderend en heeft negatieve invloed op de levenskwaliteit. Om die evolutie te vermijden, kan je biologische geneesmiddelen (TNF-alfa-antagonisten, IL-17/IL-23-antagonisten) voorschrijven, maar studies hebben tegenstrijdige resultaten opgeleverd. Volgens sommige studies is de incidentie van psoriatische artritis lager met biologische geneesmiddelen dan met fototherapie, een topische behandeling of csDMARD’s.
In deze Italiaanse studie(1) bedroeg de incidentie van psoriatische artritis 1,20/100 patiëntjaren met biologische geneesmiddelen en 2,17/100 patiëntjaren met fototherapie. Volgens andere studies zou het risico op gewrichtspsoriasis echter net hoger zijn met een TNF-alfa-antagonist dan met PUVA-therapie, IL-17/IL-23-antagonisten of andere dan biologische geneesmiddelen. Die studies verschilden echter onderling qua behandeling, patiënten, duur van de follow-up en het vergelijkende geneesmiddel en ze hebben ook geen rekening gehouden met vertekenende factoren (activiteit van de psoriasis, ligging van de huidletsels, BMI enz.).
’Ideale’ studie
De auteurs van deze longitudinale studie(2) hebben lessen geleerd uit het verleden. Ze hebben de prevalentie van psoriatische artritis na tien jaar vergeleken bij 946 patiënten met een ernstige psoriasis die werden behandeld met een TNF-alfa-antagonist (n = 497) of PUVA-therapie (n = 449). De auteurs hebben daarbij een propensity score toegepast die rekening houdt met de risicofactoren voor psoriatische artritis (gewrichtspijn, ligging van de psoriasisletsels, BMI, familiaire voorgeschiedenis,…).
Tijdens een gemiddelde follow-up van 9,6 jaar hebben 98 patiënten (16,5%) psoriatische artritis ontwikkeld: 32 patiënten (10,7%) werden behandeld met een TNF-alfa-antagonist en 66 (22,2%) met UVB-fototherapie.
De cumulatieve incidentie van psoriatische artritis bedroeg 1,83 per 100 patiënten met psoriasis in de totale patiëntenpopulatie, 1,18 per 100 patiënten in de groep die werd behandeld met een TNF-alfa-antagonist, en 2,48 per 100 patiënten in de groep die werd behandeld met UVB. Bij multivariate analyse bedroeg de HR bij behandeling met een TNF-alfa-antagonist in vergelijking met PUVA-therapie 0,32 (p < 0,0001).
TNF-alfa-antagonisten doen het weer goed
Het risico op evolutie naar psoriatische artritis bij psoriasispatiënten was de helft lager bij behandeling met een TNF-alfa-antagonist dan met fototherapie. Verder prospectief onderzoek is nodig om het effect van IL-23/IL-17-antagonisten bij de preventie van gewrichtspsoriasis te evalueren. Momenteel loopt de PAMPA-studie met guselkumab.
Referenties:
1. Gisondi P, et al. Biological disease modifying antirheumatic drugs may mitigate the risk of psoriatic arthritis in patients with chronic plaque psoriasis. Ann Rheum Dis. 2022 Jan;81(1):68-73. doi: 10.1136/annrheumdis-2021-219961.
2. Piaserico S, et al. TNF-alpha inhibitors reduce the incidence of PsA in patients with psoriasis: a propensity score-matched cohort study, Rheumatology 2025;64 (11):5803–5810. https://doi.org/10.1093/rheumatology/keaf364.