Ziekte van Sjögren: BAFF-antagonisten bieden eindelijk wat hoop
Tot voor kort heeft de ziekte van Sjögren nooit veel aandacht gekregen. De behandeling van reumatoïde artritis, systemische lupus erythematosus en psoriatische artritis is spectaculair verbeterd, maar dat kunnen we niet zeggen van de ziekte van Sjögren. Daar is echter verandering in aan het komen.
Grootschalige fase III-studies hebben aangetoond dat een sterke depletie van B-lymfocyten door blokkade van BAFF (B cell-activating factor) effectief is. Ianalumab is een BAFF-antagonist, die is onderzocht in de studies NEPTUNUS-1 en NEPTUNUS-2.(1) Het primaire eindpunt in die studies was de evolutie van de ESSDAI-score na 48 weken.
De ziekte van Sjögren is een systemische auto-immuunziekte. 0,1-0,4% van de volwassenen vertoont de ziekte van Sjögren. De incidentie is het hoogst tussen de leeftijd van 55 en 65 jaar en de ziekte komt vooral voor bij vrouwen. Nagenoeg alle patiënten klagen van droge mond, droge ogen, vermoeidheid en pijn. 30-50% van de patiënten vertoont systemische verschijnselen (buiten de klieren) en patiënten met een ziekte van Sjögren lopen ook een hoger risico op lymfoom.
De diagnose wordt gesteld op grond van anti-SS-a (Ro)-antistoffen in het bloed en/of een graad 3 of 4 lymfoplasmocytair infiltraat van Chisholm in een biopt van de speekselklieren.
Een symptomatische behandeling
Gewrichtspijn en purpura worden behandeld met hydroxychloroquine. In geval van systemische complicaties wordt daar leflunomide aan toegevoegd. Rituximab is geïndiceerd in geval van cryoglobulinemie. Bij vorming van antistoffen tegen rituximab kan je obinituzumab, een andere CD20-antagonist, voorschrijven. Er treedt geen kruisreactiviteit op. Je kan pilocarpine voorschrijven voor symptomen van een droge mond, maar je moet de dosering dan wel voorzichtig aanpassen om bijwerkingen (veel zweten, maag-darmproblemen) tegen te gaan.
Corticosteroïden hebben weinig effect op de belangrijkste symptomen van de ziekte en zijn enkel geïndiceerd in geval van systemische complicaties en een pijnlijke zwelling van de parotis (korte kuur van 2-4 dagen).
Eindelijk nieuwe hoop
De NEPTUNUS-1-studie heeft ianalumab, een antistof gericht tegen de receptor voor BAFF (BAFF-R), in een dosering van 300 mg sc uitgetest bij 275 patiënten met een actieve ziekte van Sjögren (ESSDAI-score: 12,8-15,9). Na 48 weken was de ESSDAI-score met gemiddeld 6,4 gedaald in de ianalumabgroep en met 5,1 in de placebogroep.
In de NEPTUNUS-2-studie, die is uitgevoerd bij 504 patiënten, was de ESSDAI-score na 48 weken met respectievelijk gemiddeld 6,5 en 5,5 gedaald. In de NEPTUNUS-1-studie waren de score op de PaGA (Patient Global Assessment) en die op de PhGA (Physician Global Assessment) significant verbeterd. De frequentie van bijwerkingen na 52 weken was vergelijkbaar in de twee groepen.
Een eerste basisbehandeling
Uit de fase III-studies NEPTUNUS-1 en NEPTUNUS-2 blijkt dat ianalumab, een BRAFF-R-antagonist, voldoet aan alle criteria (ESSDAI-, PaGA- en PhGA-score en veiligheidsprofiel) om de eerste gerichte basisbehandeling te worden voor de ziekte van Sjögren.
Referentie:
1. Grader-Beck T, et al. Ianalumab demonstrates significant reduction in disease activity in patients with Sjögren’s disease: efficacy and safety results from two global phase 3, randomized, placebo-controlled double-blind studies (NEPTUNUS-1 and NEPTUNUS-2) [abstract]. Arthritis Rheumatol 2025; 77 (suppl 9). Accessed October 30, 2025.