Welk beleid voor zuurstoftoediening na hartstilstand?
Volgens dierexperimentele gegevens zou een teveel aan zuurstof de antioxidatieve verdediging kunnen overweldigen en zou dat secundaire neuronale letsels tijdens reperfusie na hartstilstand in de hand kunnen werken. In klinische studies tot nog toe kon niet worden aangetoond dat een geringere zuurstoftoediening de prognose van de patiënten echt verbetert. De gerandomiseerde LOGICAL-studie is op touw gezet om die vraag te beantwoorden.
De LOGICAL-studie is uitgevoerd bij 1.840 volwassenen die niet meer reageerden na een hartstilstand en die kunstmatig werden beademd in 53 intensivecareafdelingen in Australië, Nieuw-Zeeland en Ierland. Ongeveer driekwart van de patiënten heeft een hartstilstand buiten het ziekenhuis opgelopen en iets meer dan de helft van de patiënten had aanvankelijk een ritme dat met elektrische schokken kon worden behandeld.
Conservatieve versus niet-restrictieve zuurstoftoediening
In beide groepen mocht de SpO₂ niet dalen beneden 90%. In de groep die minder zuurstof zou krijgen, werd het bovenste alarm ingesteld op 95% en werd de FiO₂ verlaagd tot 21% zolang de SpO₂ hoger bleef dan 90%. In de groep zonder zuurstofbeperking werden geen specifieke metingen verricht om een hoge SpO₂ tegen te gaan en werd gedurende de kunstmatige beademing een FiO₂ van minstens 30% gegeven.
In de conservatief behandelde groep daalde de zuurstoftoediening effectief. Het mediane percentage van de tijd dat de SpO₂ ≥ 97% was, bedroeg 21,2% versus 53,0% met de niet-restrictieve strategie. Bij 57,7% van de conservatief behandelde patiënten en bij 78,4% van de patiënten van de andere groep is minstens één keer een PaO₂ > 100 mmHg gemeten. Het aantal patiënten waarbij minstens één keer een PaO₂ < 60 mmHg is gemeten, bedroeg respectievelijk 43,4% en 27,5%.
Geen functioneel verschil na zes maanden
Het primaire eindpunt was de overleving met een gunstige functionele evolutie na 180 dagen, gedefinieerd als een score ≥ 5 op de Extended Glasgow Outcome Scale (GOS-E). Dat was het geval bij 38,2% van de patiënten bij wie de zuurstoftoediening was beperkt, en bij 39,7% van de patiënten die zuurstof hadden gekregen zonder beperking. Het verschil was niet statistisch significant (RR 0,97; 95% BI: 0,87-1,09; p = 0,65).
Er was geen verschil in overleving na 180 dagen tussen de twee groepen: 48,0% in de conservatief behandelde groep en 49,7% in de groep die zuurstof zonder beperking had gekregen (RR 0,97; 95% BI: 0,88-1,06). De vorsers hebben evenmin een verschil in levenskwaliteit, cognitieve prestaties, duur van de kunstmatige beademing en duur van het verblijf op de intensive care en in het ziekenhuis waargenomen.
De LOGICAL-studie leert dat de functionele prognose en de overleving na zes maanden van patiënten die niet reageren na een hartstilstand en beademd worden, niet beter zijn na conservatieve toediening van zuurstof dan met een niet-restrictieve zuurstoftoediening.
Referentie:
LOGICAL Investigators and Australian and New Zealand Intensive Care Society Clinical Trials Group. Conservative oxygen for unresponsive patients after cardiac arrest. N Engl J Med. 2026;395:571-81. doi:10.1056/NEJMoa2513814.