Iatrogene hypoparathyreoïdie na thyreoïdectomie
Een thyreoïdectomie is vaak een essentiële therapeutische ingreep bij diverse aandoeningen van de schildklier, maar brengt aanzienlijke risico’s op complicaties met zich mee, waaronder de ontwikkeling van iatrogene hypoparathyreoïdie.
Sinds 2019 past men in studieverband in het Radboud Instituut (Nijmegen) een gestandaardiseerd protocol toe na thyreoïdectomie, waarbij metingen van parathyroïdhormoon (PTH) en calcium worden gebruikt om het risico op hypocalciëmie in te schatten en als leidraad te dienen voor suppletie met calcium en alfacalcidol. De resultaten van dit onderzoek werden net gepubliceerd in European Journal of Endocrinology.(1)
Toegepast protocol
Het protocol voor de postoperatieve beoordeling van het risico op hypocalciëmie volgde de ATA- aanbevelingen(2) en bestaat uit metingen van PTH, dit minstens twintig minuten na de operatie. Patiënten met PTH-waarden ≥ 1,6 pmol/L werden ingedeeld in de groep met een laag risico op hypocalciëmie en kregen geen profylactische calciumsuppletie, terwijl patiënten met PTH-waarden < 1,6 pmol/L als hoogrisico werden beschouwd en een behandeling met 500 mg calciumcarbonaat driemaal daags kregen.
Geïoniseerd calcium werd om 07:00 uur op de eerste postoperatieve dag gemeten, of eerder als zich klinische symptomen ontwikkelden. Verdere behandeling, waaronder toediening van intraveneus calciumgluconaat en alfacalcidol, werd bepaald aan de hand van de serumcalciumspiegels.
Tijdens de studie werden de resultaten (het aantal ongeplande postoperatieve doorverwijzingen omwille van hypocalciëmie en het voorkomen van permanente hypoparathyreoïdie) vergeleken met die van een historisch cohort.
Significant verschil
Uit dit retrospectieve cohortonderzoek bij 373 volwassenen die een totale thyreoïdectomie ondergingen, bleek dat een gestandaardiseerd protocol voor postoperatieve calcium- en alfacalcidolsuppletie, op basis van vroege metingen van PTH en calcium, de kwaliteit van de vroege postoperatieve zorg aanzienlijk verbetert.
Het toepassen van het protocol resulteerde in een significante afname van het aantal ongeplande doorverwijzingen na de operatie omwille van hypocalciëmie (19,2% vs. 11%; P = 0,03). Vroeg postoperatief PTH was een onafhankelijke voorspeller van ongeplande doorverwijzingen, postoperatieve hypocalciëmie en permanent hypoparathyreoïdie, en een PTH-grenswaarde van 1,7 pmol/L bleek een klinisch relevante drempel te zijn voor het voorspellen van permanente hypoparathyreoïdie.
De auteurs besluiten dan ook dat, afhankelijk van de mogelijkheid tot laboratoriumonderzoeken en de efficiëntie van de werkstroom, de toepassing van dit protocol kan leiden tot een afname van spoedconsulten en heropnames na thyreoïdectomie, met verbetering van het gebruik van zorgmiddelen en met optimalisatie van de nazorg.
Referenties:
1. Gheorghe-Milea A, et al. Improving postthyroidectomy care using a parathyroid hormone and calcium-based algorithm. Eur J Endocrinol. 2026 Jul 1;195(1):68-76. doi: 10.1093/ejendo/lvag118.
2. Orloff LA, et al. American thyroid as sociation statement on postoperative hypoparathyroidism: diagnosis, prevention, and management in adults. Thyroid. 2018;28(7):830-841. https://doi.org/10.1089/thy.2017.0309