Nieuwe klinische richtlijn schildklieraandoeningen en zwangerschap
Onlangs werden door de American Thyroid Association nieuwe richtlijnen gepubliceerd voor schildklieraandoeningen en zwangerschap.
Het doel van de richtlijnen, waarvan de vorige versie dateert van 2017, is het geven van op wetenschappelijk bewijs gebaseerde aanbevelingen voor de zorg van vrouwen met een schildklieraandoening vóór de conceptie, tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Ze werden gepubliceerd in Thyroid (1) en zijn vrij toegankelijk.
Brede scope
In het document worden niet enkel aanbevelingen geformuleerd, maar is er in elke sectie ook aandacht voor epidemiologie en (patho)fysiologie, het klinisch beeld en onderzoek, en de behandeling en begeleiding, wat het tot een uitgebreid referentiedocument maakt.
Veranderingen
De voornaamste veranderingen kort samengevat:
- Fysiologie van de schildklier en testen: verschillende testopties worden besproken, met voor- en nadelen van alternatieve testmethoden en er is een update van de risicofactoren die een indicatie zijn voor het testen van de schildklier tijdens zwangerschap. Belangrijk is dat TSH nog steeds de beste indicator blijft.
- Jodiumsuppletie: Er wordt benadrukt dat er nog steeds geen goede biomerker bestaat voor het meten van de jodiumstatus (biomerkers, zoals gemeten in de urine [UIC’s], zijn bedoeld om te worden geïnterpreteerd als mediaanwaarden binnen populaties). Er moet aandacht blijven voor de risicofactoren voor jodiumtekort op individueel niveau.
- Fertiliteit: Bij euthyroïde vrouwen die TPO Ab-positief zijn, wordt behandeling met LT4 niet aanbevolen als er vruchtbaarheidsproblemen zijn of als een fertiliteitsbehandeling gepland is, evenmin bij een voorgeschiedenis van herhaalde miskramen. In de plaats kan de schildklierfunctie elke drie tot zes maanden vóór de conceptie worden gecontroleerd, aangezien er een risico van 7-9% is op het ontwikkelen van manifeste of subklinische hypothyreoïdie vóór of tijdens de zwangerschap. Bij subklinische hypothyreoïdie wordt een bevestiging aanbevolen, omdat veel vrouwen slechts een eenmalige afwijkende TSH-waarde hebben.
- Hypothyreoïdie en auto-immuunziekten: TPO Ab-status is niet langer de leidraad voor behandeling met LT4 bij subklinische hypothyreoïdie. De indicatie voor behandeling moet nu worden bepaald op basis van het tijdstip van diagnose tijdens de zwangerschap.
- Hyperthyreoïdie: Als een spoedoperatie aan de schildklier nodig is, verdient het nog steeds de voorkeur om die, indien mogelijk, in het tweede trimester te plannen. Er wordt meer nadruk gelegd op het nut van serum-TSH-receptorantilichamen (TRAb) en/of thyroïdstimulerend immunoglobuline (TSI)-titers.
- Schildkliernoduli en kanker: Er wordt benadrukt dat dezelfde overwegingen gelden bij behandeling van schildklierkanker tijdens de zwangerschap als erbuiten en dat, als een zwangere vrouw een spoedoperatie nodig heeft, dit best in het tweede trimester gebeurt.
- Postpartum Thryreoïditis: Een gezamenlijke besluitvorming en de rol van de patiënte wordt benadrukt. Ook zijn er meer details over de aanbevolen duur van het staken van borstvoeding bij gebruik van radiofarmaca.
Overzichtelijk
De richtlijnen worden overzichtelijk weergegeven met omkaderde klinische aanbevelingen en goede illustraties die de pathofysiologie verduidelijken.
Referentie:
Korevaar TIM, et al. American Thyroid Association 2026 Guidelines for Thyroid Disease in Preconception, Pregnancy, and Postpartum. Thyroid. 2026 May;36(5):481-544. doi: 10.1177/10507256261445624.