Symptoomtrajecten voorafgaand aan relaps bij schizofrenie
Zowel na het staken van antipsychotica als bij de verderzetting ervan kan er bij schizofrenie een terugval optreden, al dan niet voorafgegaan door een ‘snel’ of een ‘vertraagd’ optreden van een veranderend symptomenpatroon.
Gebruik van antipsychotica vermindert het risico op een terugval bij schizofrenie, maar aan de andere kant gaat langdurig gebruik ook vaak gepaard met bijwerkingen, waardoor de patiënt, al dan niet in overleg met zijn arts, de dosis gaat verlagen of de behandeling helemaal staakt.
Hoewel het staken van een behandeling het risico op een terugval verhoogt, is het klinisch verloop ervan eerder heterogeen. In studies werd een snelle terugval na het staken van antipsychotica waargenomen, de vraag die wordt gesteld is of dit een direct farmacologisch gevolg zou kunnen zijn van het stoppen met de medicatie, of eerder een heropflakkering van de onderliggende ziekte.
Een van de openstaande vragen daarbij is of er verschillen zijn in symptomatologie tussen patiënten die een relaps kennen wanneer ze de medicatie verder innemen en patiënten bij wie de terugval optreedt na het staken van de behandeling. Om hier een antwoord op te bieden werd een meta-analyse uitgevoerd die recent in The Lancet werd gepubliceerd. (1)
Enkel data beschikbaar over stopzetten paliperidon
Ondanks een uitgebreide online zoektocht waren de vijf gerandomiseerde studies die werden geïdentificeerd allemaal met het staken van paliperidon (stopzettingsstudies). De auteurs vermelden dan ook dat de resultaten niet zomaar mogen geëxtrapoleerd worden naar andere antipsychotica. In totaal werden 417 patiënten gevolgd bij wie er al dan niet een terugval optrad na het verderzetten of het staken van paliperidon (oraal of via injectie).
Het objectief was om verschillende trajecten van symptoomverandering voorafgaand aan een terugval in kaart te brengen, om te onderzoeken of er een associatie is met de klinische kenmerken bij aanvang, en om symptoomprofielen op het moment van relaps te vergelijken tussen personen bij wie de terugval zich manifesteert na stopzetting van medicatie met personen bij wie de terugval optreedt tijdens een voortgezette behandeling.
Twee trajecten van symptoomverandering
Twee verschillende trajecten van symptoomverandering voorafgaand aan relaps werden gezien. Een kleine groep kende een ‘snel’ verloop, gekenmerkt door ernstige symptomen kort na start van de studie. De meerderheid kende een eerder ‘vertraagd’ traject, met relatief stabiele en mildere symptomen die aan de terugval voorafgingen.
Vooraf bestaande ziekte-ernst het meest bepalend voor snel herval
Het aantal patiënten met een ‘snelle’ terugval verschilde niet significant tussen de stopzettings- en de voortzettingsgroep en ook de tijd tot terugval was vergelijkbaar in beide groepen. De sterkste voorspeller voor het behoren tot het ‘snelle’ traject bleek de ernst van de symptomen bij aanvang, waarbij hogere PANSS-scores bij aanvang geassocieerd werden met een snellere terugval, aangetoond in multivariate analyses, gecorrigeerd voor parameters als geslacht en leeftijd.
De hypothese dat herval vooral het gevolg kan zijn van het effect van een farmacologische stop werd in deze analyse ontkracht. Hoewel mogelijke ontwenningsverschijnselen kunnen optreden na stopzetting, suggereren de resultaten dat ze geen bijdrage leveren aan het verloop van een relaps.
Referentie:
1. Louie K, et al. Relapse trajectories and antipsychotic discontinuation in schizophrenia from individual participant data of five trials from the Yale Open Data Access database: a meta-analysis. Lancet Psychiatry. 2026 Oct;13(10):829-840. doi: 10.1016/S2215-0366(26)00225-7.