'Over preventie wordt nauwelijks gesproken'
Stop het bashen en framen van langdurig zieken
Het staat als een paal boven water dat er veel langdurig arbeidsongeschikte personen zijn in België. Er moet dus daadkrachtig en doortastend ingegrepen worden. De vraag is of je dit doet door mensen te bestempelen als ‘profiteurs’, die niet ziek zijn en toch kunnen werken.
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Al geruime tijd is er sprake van bashing en framing van langdurig zieken. Ook de ziekenfondsen liggen geregeld onder vuur: ze betalen geen belasting, ze hebben een groot vermogen, ze dragen een dubbele pet.
Het staat als een paal boven water dat er veel langdurig arbeidsongeschikte personen zijn. We stevenen af op 600.000 langdurige zieken in België. Er moet dus daadkrachtig en doortastend ingegrepen worden. De vraag is of je dit doet door heel veel mensen te bestempelen als ‘profiteurs’, die niet ziek zijn en toch kunnen werken.
Het profiteurschap moet worden aangepakt, maar niet ten koste van alle langdurig zieken.
Het Laatste Nieuws viste door middel van ‘onderzoeksjournalistiek’ met behulp van enkele klokkenluiders een oud rapport uit de onderste lade bij het RIZIV.
Meteen sprongen onder andere Vlaams Belang en N-VA er bovenop, net zoals usual suspect en tafelspringer Stijn Baert. Met veel cherry picking stipuleerde hij dat het rapport zijn visie bevestigt. Maar wat als het rapport zelf tekortschiet? Deze vraag moet ook gesteld worden. Waarom worden net nu oude koeien uit de sloot gehaald?
Eind 2019 deden drie arts-inspecteurs van het RIZIV (DGEC) een onderzoek van nog geen 300 dossiers van personen met een invaliditeitsuitkering. Deze uitkering kan vanaf 1 jaar onafgebroken ziekte gegeven worden aan langdurig zieken.
Als de bestudeerde groep niet representatief is, mogen de resultaten van de steekproef niet veralgemeend worden naar de volledige populatie.
Net zoals de ziekenfondsen heb ik ernstige bedenkingen bij de methodiek van het onderzoek, de steekproef (‘terreinanalyse’). De 290 personen zouden representatief moeten zijn voor de bijna 450.000 invalide personen in 2019.
Ze waren representatief voor leeftijd, geslacht en woonplaats. Maar over andere relevante factoren werd met geen woord gerept: opleidingsniveau, beroep, sector, anciënniteit, …
Als de bestudeerde groep niet representatief is, mogen de resultaten van de steekproef (59% van de onderzochte personen bleken in werkelijkheid niet arbeidsongeschikt) niet veralgemeend worden naar de volledige populatie van personen op invaliditeit.
De steekproef zou 'aselect' geweest zijn. Maar het ging over een specifieke subgroep, namelijk zij die recent in de invaliditeit zijn terechtgekomen. Er kan dus alleen veralgemeend worden naar deze subgroep, niet naar de volledige populatie van langdurig arbeidsongeschikten. Over de statistische significantie van alle cijfertjes wordt er (wijselijk?) niet gesproken.
Wat ontbreekt, is het overtuigend bewijs dat het om een representatieve, aselecte steekproef met statistisch significante resultaten gaat. Zonder die onderbouwing, is de studie lariekoek en apekool en van generlei wetenschappelijke waarde.
In het debat over langdurige arbeidsongeschiktheid lijkt de focus steeds opnieuw te liggen op meer controles. Over primaire, secundaire en tertiaire preventie wordt nauwelijks gesproken.
Nochtans is het essentieel om onder andere de vijf A’s (arbeidsorganisatie, arbeidsinhoud, arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen) grondig te analyseren en te verbeteren om psychische risico’s te beperken.
Vandaag heeft minstens één op drie langdurig zieken een psychische oorzaak (depressie, angst, stress, burn-out, …). Meer dan een derde kampt met locomotorische ziektes, waarvan een deel voorkomen of beperkt kan worden via ergonomische inspanningen.
Een duurzame oplossing vereist een gezamenlijke inspanning van zowel werknemers als werkgevers, ondersteund door artsen van allerlei pluimage (huisartsen, adviserend artsen, arbeidsartsen, etc.).