Moet geneeskunde erkend worden als zwaar beroep?
Werk als arts zou erkend moeten worden als zwaar beroep. Dat pleidooi was te horen op het congres van de European Union of Medical Specialists (UEMS) in Leuven.
Dr. Alessandra Spedicato, voorzitter van de European Federation of Salaried Doctors (FEMS), schetst een realiteit waarin artsen en verpleegkundigen langdurig worden blootgesteld aan hoge werkdruk, nachtwerk, fysieke en mentale belasting en een grote medische verantwoordelijkheid. Deze chronische belasting rechtvaardigt volgens FEMS een erkenning als zwaar beroep (arduous job) – niet te verwarren met gevaarlijk beroep (hazardous job).
Om die vraag kracht bij te zetten, ontwikkelde FEMS een Occupational Strain Index voor artsen. Die index moet de mate van belasting meetbaar en vergelijkbaar maken op basis van objectieve gegevens zoals shiften, wachtdiensten en werklast.
Een erkenning als zwaar beroep moet volgens Spedicato vooral dienen als stimulus voor preventie. “We moeten inzien dat gezonde artsen de pijler zijn van een duurzaam en weerbaar zorgsysteem.” Daarbij vraagt ze ook aandacht voor leeftijd en gender. Jonge artsen moeten vanaf dag één beschermd worden, omdat de belasting van een zwaar beroep cumulatief is.
Blijvende gezondheidsschade
Dr. Olga Gerbosch, ondervoorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Arbeidsgeneesheren (BBvAg), wijst erop dat er geen Europese definitie van “zwaar werk” bestaat. Het gaat om beroepen met een langdurige blootstelling aan omstandigheden die blijvende gezondheidsschade kunnen veroorzaken.
Gerbosch herinnert aan de bekende paradox: zorgverleners wijden hun leven aan de gezondheid van anderen, maar negeren de gezondheidsimpact van hun eigen werksituatie. Lange uren, onregelmatige shiften, emotionele druk, fysieke belasting, administratieve overlast, agressie en chronische vermoeidheid zijn volgens haar in veel zorgomgevingen genormaliseerd.
Niet elke veeleisende job is per definitie schadelijk, zegt Gerbosch, want hetzelfde takenpakket kan voor de ene professional haalbaar zijn en voor de andere ontwrichtend, afhankelijk van veerkracht, sociale steun, ervaring en beschikbare hulpbronnen. Ze maakt daarbij het onderscheid tussen positieve stress (eustress), die groei en prestatie kan stimuleren, en negatieve stress (distress), wanneer de belasting structureel de individuele draagkracht overschrijdt.
Naast diverse lichamelijke klachten kan chronische distress leiden tot onder meer depressie, angst, burn-out, alcoholverslaving en suïcidale gedachten. “Burn-out is een van de belangrijkste redenen om het beroep te verlaten – soms al tijdens de opleiding.”
Bij de aanpak van arbeidsgerelateerde risico’s moet eerst op organisatieniveau gewerkt worden en dan pas op het individuele niveau. Gerbosch pleit voor voldoende personeel, realistische uurroosters, minder administratieve ballast, duidelijke meldkanalen voor agressie en betere toegang tot ondersteuning. “Een gezonde werkplek ontstaat niet door de optelsom van losse interventies, maar door organisatie, cultuur, leiderschap en volgehouden preventie.”
'Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor degenen die voor ons zorgen'
Patiëntveiligheid
Mirka Cikkelova van de European Patient Safety Foundation (EUPSF) stelt dat patiëntveiligheid en de werkomstandigheden van artsen niet los van elkaar gezien kunnen worden. Te vaak worden incidenten herleid tot ‘medische fouten’ waarvoor een individuele schuldige wordt gezocht, terwijl het systeemniveau buiten beeld blijft.
Vermoeidheid (fatigue) van zorgverstrekkers noemt ze het duidelijkste signaal dat het systeem op zijn grenzen botst. “Het blijft alleen functioneren omdat het erop vertrouwt dat mensen systeemfouten compenseren ten koste van hun eigen fysieke en mentale gezondheid.”
Vermoeidheid remt bovendien ook de invoering van nieuwe technologieën die vaak als oplossing voor de werkdruk worden voorgesteld. “Zonder voldoende tijd voor implementatie, ondersteuning en betrokkenheid van de werkvloer blijft innovatie een holle belofte.”
Volgens Cikkelova kan de zorg een voorbeeld nemen aan sectoren als luchtvaart, transport, energie en nucleair toezicht, waar vermoeidheid al lang als risico wordt erkend. “Preventie is in die sectoren niet optioneel, maar de prijs voor betrouwbaarheid.” Een verschil is dat in die sectoren de gevolgen van een fout catastrofaal en zichtbaar zijn, terwijl de gevolgen van een medische fout – voor de patiënt, en voor de zorgverlener als second victim – meestal onzichtbaar blijven.
“Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor degenen die voor ons zorgen”, besloot Cikkelova.
Het eerste congres van de UEMS, van 27 tot 30 mei in Leuven, belichtte tal van thema’s – van wetenschappelijke en technologische innovatie, de rol van AI, de kwaliteit van opleiding en navorming, mentaal welzijn van zorgprofessionals tot maatschappelijke vraagstukken. Artsenkrant volgde voor u dit congres.