ASCO 2026: aanwinsten inzake lever- en pancreaskanker
ASCO-CONGRES Op ASCO 2026 zijn studies gepresenteerd over de lokale en regionale behandeling bij patiënten met leverkanker en over targeting van het RAS-gen bij patiënten met pancreaskanker.

Volgens de EMERALD-3-studie verlengt een immunotherapie plus transarteriële chemo-embolisatie (TACE) de tumorcontrole bij patiënten met een hepatocellulair carcinoom die in aanmerking komen voor embolisatie. In de RASolute-302-studie bij patiënten met een al eerder behandeld pancreasadenocarcinoom werd een zelden geziene stijging van de totale overleving gemeten met daraxonrasib.(1)
EMERALD-3: immunotherapie en TACE bij hepatocellulair carcinoom in intermediair stadium
TACE blijft de standaardbehandeling bij een hepatocellulair carcinoom in een intermediair stadium, maar vaak treedt een recidief op. De mediane progressievrije overleving bedraagt over het algemeen maar acht tot tien maanden.(1,2) Enkele recente studies hadden al een combinatie van een systemische behandeling en TACE tegen het licht gehouden. In de EMERALD-1-studie was de progressievrije overleving beter met durvalumab en bevacizumab. In de LEAP-012-studie hadden pembrolizumab en lenvatinib geen statistisch significant effect op de totale overleving.(1,3,4)
De EMERALD-3-studie heeft het STRIDE-schema geëvalueerd, een combinatie van TACE en een eenmalige dosis van tremelimumab en durvalumab op regelmatige tijdstippen met of zonder lenvatinib. Die internationale, gerandomiseerde fase III-studie is uitgevoerd bij 760 patiënten met een niet-reseceerbaar, tot de lever beperkt hepatocellulair carcinoom die in aanmerking kwamen voor embolisatie, Child-Pugh A, ECOG 0-1, zonder tumor buiten de lever, die nog geen systemische behandeling hadden gekregen. De patiënten werden in drie groepen ingedeeld: STRIDE plus lenvatinib plus TACE, STRIDE plus TACE en TACE alleen.(1,5)
De progressievrije overleving was beter met TACE plus STRIDE met of zonder lenvatinib dan met enkel TACE. De mediane progressievrije overleving bedroeg 13,0 maanden in de ‘STRIDE-lenvatinib-TACE’-groep en 9,8 maanden in de TACE-groep (Hazard Ratio, HR: 0,70). In de ‘STRIDE-TACE’-groep bedroeg de mediane progressievrije overleving 12,9 maanden versus 8,1 maanden in de TACE-groep (HR: 0,71).(1,5) Die cijfers liggen dus dicht bij elkaar. Dat wijst erop dat de werkzaamheid waarschijnlijk vooral te danken is aan de TACE en dat de meerwaarde van lenvatinib beperkt is.(1)
De gegevens over de totale overleving zijn nog niet ‘matuur’, maar er is toch al een positieve tendens waargenomen. De mediane totale overleving bedroeg 39,5 maanden in de ‘STRIDE-lenvatinib-TACE’-groep en 34,7 maanden na enkel TACE. Op het ogenblik van de analyse was de mediane totale overleving nog niet bereikt in de ‘STRIDE-TACE’-groep; in de TACE-groep bedroeg die 32,9 maanden.(1,5) De interpretatie van de gegevens is echter delicaat, aangezien de latere behandelingen (systemische, lokale en regionale behandeling, resectie of transplantatie) de analyse van de totale overleving in die context bemoeilijken.(1)
Het grootste probleem is de toxiciteit. Graad 3/4-bijwerkingen zijn opgetreden bij 71% van de patiënten van de ‘STRIDE-lenvatinib-TACE’-groep, 64% van de patiënten van de ‘STRIDE-TACE’-groep en 28% van de patiënten van de TACE-groep.(1,5) Er is nog geen informatie gepubliceerd over de levenskwaliteit. Gezien de bevindingen van de EMERALD-3-studie gaan we het paradigma misschien moeten veranderen, maar daarvoor is het nog wachten op de gegevens over de totale overleving en de levenskwaliteit.(1)
RASolute-302: daraxonrasib bij een al behandelde gemetastaseerde pancreaskanker
Een gemetastaseerd pancreasadenocarcinoom is een van de dodelijkste kankers. Een tweedelijnstherapie met chemotherapie heeft maar een beperkt nut: mediane progressievrije overleving drie tot vier maanden en mediane totale overleving circa zes maanden.(1) De RASolute-302-studie heeft daraxonrasib, een orale multiselectieve RAS(ON)-remmer, geëvalueerd. Daraxonrasib is gericht tegen meerdere vormen van geactiveerd RAS, o.a. de afwijkingen G12, G13 en Q61, die frequent zijn bij een adenocarcinoom van de pancreas.(1,6)
De fase III-studie heeft daraxonrasib vergeleken met een door de onderzoeker gekozen chemotherapie bij patiënten met een gemetastaseerd pancreasadenocarcinoom dat was verergerd na een eerdere chemotherapie. Inclusiecriteria waren: volwassen patiënten, ECOG 0-1, een eerdere behandeling met een fluoropyrimidine of gemcitabine en plaatselijke opsporing van RAS-mutaties. De chemotherapie kon zijn: gemcitabine-nab-paclitaxel, mFOLFIRINOX, nal-IRI plus 5-FU/leucovorine of FOLFOX.(1,7)
In de totale patiëntenpopulatie was de mediane totale overleving tweemaal hoger met daraxonrasib dan met chemotherapie: respectievelijk 13,2 en 6,7 maanden. De HR was 0,40, dus een daling van het overlijdensrisico met 60%. De eenjaarsoverleving bedroeg respectievelijk 53,2% en 17,3%. Ook de progressievrije overleving en het percentage objectieve respons waren beter met daraxonrasib, zowel in de RAS G12-populatie als in de totale patiëntenpopulatie.(1,7)
De frequentste bijwerkingen waren de epitheliale effecten die je mag verwachten bij toediening van een pan-RAS-remmer.(1) 85% van de patiënten heeft huiduitslag gerapporteerd (14% graad 3-4).
De incidentie van stomatitis, diarree en nausea was respectievelijk 53%, 58% en 46%. De toxiciteit heeft zelden geleid tot een stopzetting van de behandeling en geen enkele patiënt is gestorven aan de behandeling. Ook de tijd tot verergering van de pijn (HR: 0,51) en de tijd tot verslechtering van de levenskwaliteit (HR: 0,60) waren langer in de daraxonrasibgroep.(1,7)
Volgens de RASolute-302-studie is daraxonrasib een belangrijke stap voorwaarts bij de behandeling van een al eerder behandeld gemetastaseerd pancreasadenocarcinoom. Daraxonrasib zou dan ook weleens de nieuwe standaardbehandeling kunnen worden. De studie is echter uitgevoerd bij een zeer geselecteerde patiëntenpopulatie, meer bepaald patiënten die nog voldoende fit waren voor een tweedelijnstherapie. Nu moet nog worden onderzocht of daraxonrasib ook geïndiceerd is bij oudere, fragielere patiënten of patiënten met orgaanlijden en moet worden gekeken hoe de huiduitslag kan worden voorkomen en behandeld.(1)
Conclusie
Een en ander illustreert twee belangrijke evoluties inzake kankers van het spijsverteringsstelsel met een slechte prognose. De EMERALD-3-studie heeft de werkzaamheid van een geïntegreerd beleid, zijnde een combinatie van een lokale en regionale behandeling en een systemische immunotherapie, aangetoond bij patiënten met een hepatocellulair carcinoom in een intermediair stadium. We wachten echter nog op de gegevens over de totale overleving en de levenskwaliteit.(1,5)
In de RASolute-302-studie bij patiënten met een eerder behandeld gemetastaseerd pancreasadenocarcinoom resulteerde daraxonrasib in een betere overleving en een verbetering van criteria die klinisch belangrijk zijn voor de patiënten, zoals de pijn en de levenskwaliteit. Je zou dus nu al kunnen overschakelen op daraxonrasib.(1,7)
>> Naar een presentatie van dr. Kelsey A. Klute, University of Nebraska Medical Center, Fred & Pamela Buffett Cancer Center, Verenigde Staten.
Referenties:
1. Klute KA. Highlights of the Day: Upper GI, Hepatobiliary and Pancreas. ASCO Annual Meeting 2026.
2. Llovet JM, et al. Arterial embolisation or chemoembolisation versus symptomatic treatment in unresectable hepatocellular carcinoma. Lancet. 2002.
3. Sangro B, et al. EMERALD-1: durvalumab with or without bevacizumab with transarterial chemoembolisation in hepatocellular carcinoma. Lancet. 2025.
4. Kudo M, et al. LEAP-012: transarterial chemoembolisation combined with lenvatinib plus pembrolizumab in unresectable, non-metastatic hepatocellular carcinoma. Lancet. 2025.
5. Abou-Alfa GK, et al. EMERALD-3: tremelimumab plus durvalumab ± lenvatinib combined with TACE in embolization-eligible hepatocellular carcinoma. ASCO 2026; LBA4000.
6. Holderfield M, et al. RAS(ON) inhibition. Nature. 2024; Cregg J, et al. Journal of Medicinal Chemistry. 2025; Jiang J, et al. Cancer Discovery. 2024.
7. Wolpin BM, et al. Daraxonrasib, a RAS(ON) multi-selective inhibitor versus chemotherapy in previously treated metastatic pancreatic adenocarcinoma: primary and final analysis from RASolute-302. ASCO 2026; LBA5.