Grootcellig B-cellymfoom: combinatie van immunotherapie en R-CHOP remt tumorprogressie af
ASCO-CONGRES De frontMIND-studie(1,2) is een fase III-studie die heeft aangetoond dat de combinatie van een CD19-antagonist, meer bepaald tafasitamab (TAF), lenalidomide (LEN) en R-CHOP als eerstelijnstherapie de tumorprogressie tegengaat bij patiënten met een agressief diffuus grootcellig B-cellymfoom of een hooggradig B-cellymfoom. Opmerkelijke resultaten, niet in het minst omdat de studie is uitgevoerd bij patiënten met een intermediair hoog of hoog risico, over het algemeen synoniem met slechte prognose.
Diffuus grootcellig B-cellymfoom en hooggradig B-cellymfoom zijn agressieve non-hodgkinlymfomen. R-CHOP (rituximab, cyclofosfamide, doxorubicine, vincristine en prednison of prednisolon) is de eerstelijnstherapie bij een diffuus grootcellig B-cellymfoom, de frequentste vorm. Een aanzienlijk aantal patiënten (circa 40%) en vooral dan patiënten met een ziekte die een hoog risico inhoudt, zal echter recidiveren of reageert niet op de behandeling.
Over hooggradig B-cellymfoom is minder bekend, maar het zou agressiever zijn dan een diffuus lymfoom. In de fase II-studie HOVON(3) was de totale overleving beter met een combinatie van LEN en R-CHOP als eerstelijnstherapie, maar dat is niet bevestigd in de fase III-studie ROBUST. Dat maakt dat je LEN moeilijk kan beschouwen als een standaardbehandeling. Volgens de fase II-studie First-MIND(4) bij patiënten met een refractair of recidief van diffuus grootcellig B-cellymfoom was het responspercentage hoger met een combinatie van immunotherapie en LEN. Daarom was een nieuwe fase III-studie gewettigd.
25% lager risico op tumorprogressie
De frontMIND-studie heeft TAF, een CD19-antagonist, LEN en R-CHOP vergeleken met R-CHOP alleen bij 899 patiënten (mediane leeftijd: 65 jaar) met een diffuus grootcellig B-cellymfoom met hoog risico of een hooggradig B-cellymfoom met een slechte prognose. De patiënten werden in twee groepen ingedeeld: 448 patiënten hebben TAF/LEN + R-CHOP gekregen (experimentele groep) en 451 placebo + R-CHOP (controlegroep).
Na een mediane follow-up van 35,2 maanden was de incidentie van tumorprogressie 25% lager in de experimentele groep dan in de controlegroep. De progressievrije overleving na drie jaar bedroeg respectievelijk 67,3% en 60,7%. Die gunstige effecten zijn waargenomen bij de patiënten met de subtypes ABC en GCG van diffuus grootcellig B-cellymfoom.
Bij de patiënten van wie de diagnose werd bevestigd door een gespecialiseerd centrum (773/899 patiënten), verlaagde de combinatietherapie het risico op progressie met 32%. Het percentage complete respons was vergelijkbaar in de twee groepen (65,2%). Het totale responspercentage bedroeg respectievelijk 80,4% en 76,1%. Op het ogenblik van de publicatie was het verschil in totale overleving niet significant (respectievelijk 81,7% en 78,9%). 86,7% van de patiënten van de experimentele groep en 76,1% van de patiënten van de placebogroep hebben graad ≥ 3-bijwerkingen ontwikkeld. Die bijwerkingen konden goed worden opgevangen. Circa 5% van de patiënten van beide groepen heeft de behandeling gestaakt. 
Naar een nieuwe standaardbehandeling
In de frontMIND-studie verlaagde de combinatietherapie TAF/LEN + R-CHOP het risico op tumorprogressie met 32% en verbeterde de PFS bij de meeste patiënten. Er kon nog geen verschil in de totale overleving worden gemeten, maar die gegevens zijn nog ‘immatuur’. De resultaten zijn bijzonder relevant, aangezien het patiënten betrof met een intermediair hoog of hoog risico (IPI 3–5), van wie 31% met een ECOG 2. Daarmee zou de combinatietherapie een nieuwe eerstelijnstherapie kunnen worden voor patiënten met een nieuw gediagnosticeerd diffuus grootcellig B-cellymfoom of hooggradig B-cellymfoom.
Referenties:
1. Lenz G, et al. ASCO 2026;#LBA7000
2. Lenz G, et al. The Lancet 2026. https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(26)00866-4/fulltext
3. Chalumeau MED, et al. Haematologica 2020; 105:2805-2812
4. Nowakowski GS, et al. Blood 2022;140(suppl 1):3731-3733