PremiumGeriatrie

De uitdaging van urineweginfecties

IAGG-CONGRES Bij urineweginfecties rijzen meerdere vragen op diagnostisch, therapeutisch en preventief vlak als de infectie chronisch wordt, vooral bij fragiele en/of demente patiënten.

Candice Leblanc - 8 september 2026

infections urinaires

Urineweginfecties behoren tot de frequentste infecties bij bejaarden en zijn de belangrijkste reden voor het voorschrijven van antibiotica bij bejaarden. De laatste jaren zijn de diagnostische criteria strikter geworden, waardoor het aantal voorschriften voor antibiotica is gedaald. De richtlijnen over urineweginfectie van de European Association of Urology 2026 gaan niet specifiek over bejaarden.

Volgens de specialisten die hebben gesproken op het congres van de IAGG (1), zijn urineweginfecties bij ouderen toch een groot probleem, ongeacht of het gaat om ambulante patiënten, ziekenhuispatiënten of mensen die in een woonzorgcentrum verblijven. Daarom is het zo belangrijk de uitdagingen te analyseren die zich voordoen bij ouderen met een urineweginfectie. 

Diagnostische uitdagingen

Een rationele behandeling veronderstelt vooral een betrouwbare diagnose. Maar bij het diagnosticeren van een urineweginfectie bij bejaarden rijzen meerdere problemen, vooral bij fragiele bejaarden. Zo blijken urinetests hun beperkingen te hebben. “Met een dipstick bijvoorbeeld kan je een urineweginfectie uitsluiten, maar daarom nog niet bevestigen. Een dipstick is immers weinig specifiek”, aldus Jeanine Rutten, geriater aan het UMC Amsterdam. “Eén van de grootste veranderingen in de praktijkvoering de laatste jaren is immers geweest: veeleer een klinische diagnose stellen in plaats van blindelings te vertrouwen op het resultaat van een dipstick.”

Dat brengt ons bij een tweede probleem: de symptomatologie kan erg wisselend zijn. “De symptomen van een urineweginfectie kunnen niet-specifiek of afgezwakt zijn … als er überhaupt al symptomen zijn”, heeft dr. Falitsa Mandraka, specialiste in infectieziekten aan het Labor Dr. Wisplinghoff in Keulen (Duitsland), uitgelegd. “Sommige infecties zijn asymptomatisch en atypische vormen zijn niet zeldzaam, verre van.” 

Bovendien kan de patiënt zijn symptomen niet altijd verwoorden, vooral in geval van cognitieve stoornissen, dementie of een delirium. Tegen die achtergrond spelen het verplegend personeel en/of de naaste familieleden en mantelzorgers een belangrijke rol. Maar het is niet eenvoudig de laatste richtlijnen inzake urineweginfecties te implementeren. “In Nederlandse woonzorgcentra worden in een derde van de gevallen ten onrechte antibiotica voorgeschreven”, aldus dr. Rutten. 

De rol van het zorgpersoneel en/of de naasten (mantelzorgers) is van doorslaggevend belang.

“Het is dan ook belangrijk dat verpleegkundigen de specifieke symptomen van een urineweginfectie en de beperkingen van een dipstick kennen.(2) Enkel als er symptomen zijn, is een antibioticum gewettigd.” 

De studies ANNA(3) en ImpresU(4) hebben aangetoond dat educatie (e-learning, seminaries, papieren documenten,...) van de verpleging en de huisartsen en vragenlijsten voor klinische observatie het aantal gewettigde voorschriften van antibiotica verhogen (+13% in de ANNA-studie) en het aantal onterechte voorschriften verlagen, zonder duidelijke invloed op de incidentie van complicaties, ziekenhuisopname en sterfte. 

Antibioticatherapie

Toediening van antibiotica is niet vrijblijvend zowel op individueel als op collectief niveau. Overgebruik van antibiotica kan nadelige gevolgen hebben: bijwerkingen, medicamenteuze interacties, late differentiële diagnose en uiteraard resistentie.

Er is dan ook een consensus voor een rationeel voorschrijven van antibiotica.(5) Hoe weet je dan wanneer je een antibioticum moet voorschrijven en wanneer niet – rekening houdend met de bovenvermelde diagnostische uitdagingen? “Sinds enkele jaren gebruiken we een beslisboom bij geriatrische patiënten”, aldus dr. Mandraka.

Ter herinnering, de richtlijnen stellen dat een antibioticum enkel geïndiceerd is in geval van typische urinaire symptomen (dysurie, pollakisurie, urgency) en/of systemische symptomen in geval van een hoge-urineweginfectie (koorts, delirium, tachycardie, hypotensie). “Verschijnselen zoals een verandering van de kleur en de geur van de urine en een vermindering van beweeglijkheid, eetlust of waakzaamheid kunnen wijzen op een urineweginfectie, maar zijn helemaal niet specifiek voor een urineweginfectie. Die verschijnselen kunnen ook nuttige informatie geven als de patiënt zelf niet meer kan communiceren over zijn klachten. Als de patiënt geen typisch symptoom van een urineweginfectie vertoont, volstaan die signalen op zichzelf niet om blind antibiotica voor te schrijven.” Een asymptomatische bacteriurie wordt niet behandeld met antibiotica.

Gecompliceerde urineweginfecties

Dr. Mandraka heeft het ook gehad over een verandering van het paradigma bij de definitie van gecompliceerde en niet-gecompliceerde urineweginfecties. De Infectious Diseases Society of America (IDSA) heeft in 2025 een nieuwe classificatie geformuleerd. Die definieert een niet-gecompliceerde urineweginfectie als een “infectie beperkt tot de blaas bij vrouwen of mannen zonder koorts”. We spreken van een gecompliceerde urineweginfectie als de infectie uitbreidt buiten de blaas: pyelonefritis, urineweginfectie met koorts of bacteriëmie, urineweginfectie in samenhang met een katheter of een prostatitis.

Een urineweginfectie wordt als gecompliceerd beschouwd wanneer de infectie zich buiten de blaas uitbreidt.

Theoretisch bepaalt dat mede de keuze van de behandeling, althans volgens de IDSA. De vereniging beschrijft ook welke antibiotica je het best voorschrijft naargelang van de klinische context.(6) “Maar zowel de beschikbare geneesmiddelen als de voorschrijfgewoontes verschillen van land tot land en soms zelfs van de ene instelling tot de andere. De richtlijnen zijn zeker een goed uitgangspunt, maar je mag er niet blindelings op voortgaan. Je moet ook rekening houden met andere parameters. In ons ziekenhuis bepalen we de behandeling op grond van de volgende vier factoren: 
- de ernst van de ziekte, 
- het plaatselijke risico op resistentie (gegevens over de lokale epidemiologie en resistentie in een ziekenhuis of een streek), 
- de toestand van de patiënt (algemene toestand, comorbiditeit,...), 
- het antibiogram in geval van een sepsis."

Recidiverende urineweginfecties

Recidiverende urineweginfecties worden gedefinieerd als minstens twee episoden in de afgelopen zes maanden of drie in het afgelopen jaar. Dergelijke infecties komen vooral voor bij oudere patiënten, hebben negatieve invloed op de levenskwaliteit en verhogen het risico op complicaties.

De belangrijkste drie risicofactoren voor recidiverende urineweginfecties zijn: 
- anatomische en hormonale veranderingen: voorgeschiedenis van cystitis voor de menopauze, atrofische vaginitis, benigne prostaathypertrofie, nierstenen,...; 
- functionele afwijkingen: urine-incontinentie, katheterisatie van de blaas, functionele en cognitieve aftakeling; 
- biologische en genetische factoren: ongecontroleerde diabetes mellitus, recente voorgeschiedenis van recidiverende urineweginfectie,... 

Dr Muhammad Salman Ashraf Université du Nebraska
Dr. Muhammad Salman Ashraf van de Universiteit van Nebraska (USA): “Een preventief beleid omvat interventies gericht op de infectie en andere, minder specifieke interventies zoals meer drinken, de mensen helpen naar de wc te gaan, ze aanraden hun blaas goed te ledigen en perineale kinesitherapie.”

“Het is belangrijk bejaarden, hun omgeving en de verpleegkundigen daar informatie over te geven en een gepast preventief beleid uit te stippelen, vooral in woonzorgcentra”, aldus dr. Muhammad Salman Ashraf van de Universiteit van Nebraska (USA). “Een preventief beleid omvat interventies gericht op de infectie en andere, minder specifieke interventies zoals meer drinken, de mensen helpen naar de wc te gaan, ze aanraden hun blaas goed te ledigen en perineale kinesitherapie.” (7) 

Profylaxe van recidiverende urineweginfecties: wat werkt en wat niet?

Maar helaas volstaat dat niet altijd. In dat geval is het mogelijk een profylaxe op te starten om het aantal urineweginfecties en de daaruit voortvloeiende ongemakken te verminderen. Maar welke? Dr. Ashraf heeft de literatuur ad hoc doorgenomen:

  • Vaginale oestrogenen (oestriolgel of -crème) zijn de effectiefste middelen bij de preventie van recidiverende urineweginfecties bij postmenopauzale vrouwen. “Het is bewezen dat vaginale oestrogenen het aantal patiënten dat binnen zes maanden een recidief ontwikkelt, nagenoeg halveren: 50% versus 95% ; p = 0,041.(8) Volgens recente studies zou een vaginale ring nog beter werken, maar dat moet nog worden bevestigd.”
  • Methenamine verlaagt het aantal recidieven met 25%, maar houdt een hoger risico op reboundeffect in. In België is methenamine echter niet meer te verkrijgen voor de preventie van recidiverende cystitis. 
  • Vaccins om recidiverende urineweginfecties te voorkomen (Uro-Vaxom, Uromune,...) hebben tegenstrijdige resultaten opgeleverd. Verder onderzoek is nodig om de werkzaamheid ervan bij bejaarden te evalueren.
  • Er is nog altijd veel discussie over cranberry. Volgens een recente meta-analyse zou cranberry het aantal urineweginfecties bij niet-postmenopauzale vrouwen verlagen, maar niet bij postmenopauzale vrouwen, mannen of patiënten met een blaasdisfunctie. In andere studies was het aantal oudere vrouwen gewoonweg niet hoog genoeg om een eventueel statistisch significant verschil in het licht te kunnen stellen.
  • D-mannose en vaginale probiotica: zelfde probleem: hun profylactische werkzaamheid is niet bewezen en/of er zaten te weinig bejaarden in de studies. 
  • Je zou profylactisch ook antibiotica kunnen voorschrijven, maar je moet dan wel de risico-batenverhouding ramen. Gezien de bovenvermelde nadelen raadt dr. Ashraf aan antibiotica “enkel als laatste redplank voor te schrijven, als al de rest is mislukt.” 

Referenties:
1. Zie “Latest advances in the prevention, diagnosis and management of urinary tract infections in frail older adults” (Abstracts van de sessie S1.03 van het IAGG26) in Journal of Global Ageing, vol 3 issue supplement, pp 397-399, 2026. 
2. Voorbeelden van typische urinaire symptomen: dysurie, urgency, recentelijk ontstane urine-incontinentie en etterige secreties uit de urethra. 
3. Rutten JJS et al, “An electronic health record integrated decision tool and supportive interventions to improve antibiotic prescribing for UTI in nursing homes” in JAMDA, 2021.  
4. Hartman EAR et al, “Effect of a multifaceted antibiotic stewardship intervention to improve antibiotic prescribing for suspected UTI in frail older adults: pragmatic cluster randomized controlled trial in four European countries” in BMJ, 2023.  
5. In België worden bejaarden behandeld met nitrofurantoïne, trimethoprim en in mindere mate fluorochinolonen (levofloxacine).  
6. Zie IDSA guidelines cUTI 2025. 
7. Zie Prieto J et al, "Strategies for older people living in care homes to prevent urinary tract infection: the StOP UTI realist synthesis" in Health Technol Assess. 2024 Oct ; 28(68):1-139. 
8. Ferrante K. et al, "Vaginal Estrogen for the Prevention of Recurrent Urinary Tract Infection in Postmenopausal Women: A Randomized Clinical Trial” in Female Pelvic Med Reconstr Surg, 2021 Feb 1;27(2):112-117.  

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
08 september 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine