Zorg in oorlogstijd
"Weerbaarheid is meer dan een noodpakket"
Zijn ons land en onze samenleving klaar voor een al dan niet gewapend conflict? De vraag stellen, is ze beantwoorden. Voor dr. Marijke De Raes, kapitein-commandant bij de Medische Dienst van het Belgisch leger, is het duidelijk dat de militaire en civiele gezondheidszorg nauw zullen moeten samenwerken. Dat zei ze, in persoonlijke naam, tijdens een minisymposium in ZAS Medisch Centrum Kaai 142.
Het Belgisch leger is dringend op zoek naar manschappen. Vandaag telt het leger ongeveer 24.500 beroepsmilitairen. Over tien jaar moeten dat er 35.000 zijn. Dat betekent heel wat aanwervingen gezien er in die periode ook heel wat militairen met pensioen gaan. Al die nieuwe rekruten moeten medisch gekeurd worden door de Medische Dienst. Die is daarom dringend op zoek naar spoedartsen, chirurgen, psychiaters en revalidatieartsen. Niet alleen voor de medische keuring, maar ook om paraat te staan wanneer er een gewapend conflict uitbreekt.
Militaire geneeskunde lijkt op civiele geneeskunde, maar is soms toch ook fundamenteel anders. "Militaire medische planning vertrekt steeds vanuit tijd en opeenvolgende zorgniveaus", legt dr. De Raes uit. "Eerst moet een gewonde zo snel mogelijk worden gestabiliseerd. Het stelpen van een levensbedreigende bloeding heeft daarbij voorrang. De gewonde zelf of een medesoldaat moet een tourniquet kunnen aanleggen. Daarna moet de patiënt via een eerste medisch zorgniveau verder worden gestabiliseerd en zo nodig naar chirurgie worden geëvacueerd." Voor elke fase is een strakke timing voorzien: tien minuten voor de eerste fase, een uur om het eerste zorgniveau te bereiken en enkele uren voor de chirurgische zorg.
Dreigende drones
"De oorlog in Oekraïne toont aan dat de omstandigheden op het slagveld sterk verschillen van vroegere missies", vervolgt De Raes. "Drones en hun voortdurende dreiging bemoeilijken de evacuatie van gewonden. Medische teams kunnen niet altijd op de plaats blijven waar ze volgens het klassieke schema zouden werken. Soms moet iemand eerst zo snel mogelijk uit de gevarenzone worden gebracht, terwijl verdere zorg wordt uitgesteld. Dit heeft gevolgen voor de letsels en hun latere behandeling."
Bij een grootschalig conflict kan de medische dienst van het leger grotendeels buiten België nodig zijn. Op dat moment moet de civiele zorg in eigen land blijven functioneren en mogelijk ook gewonden uit het buitenland opvangen. "Weerbaarheid betekent daarom meer dan enkel een noodpakket in huis hebben. Mensen, buurten, zorgverleners en instellingen moeten weten wat ze de eerste uren zelf kunnen doen en hoe ze elkaar kunnen helpen. Het is een opdracht voor gezondheidszorg en volksgezondheid samen. Denk aan eerste hulp, bloedingen stelpen, hygiëne, continuïteit van zorg en betrouwbare communicatie."
'Een grote NAVO-ontplooiing brengt niet alleen manschappen en materieel in beweging, maar doet ook de medische noden toenemen'
Artikel 3
De NAVO-strategie en de Belgische veiligheidsstrategie vragen dat landen hun eigen weerbaarheid versterken. Het bekende artikel 5 van het NAVO-verdrag bepaalt dat er collectieve bescherming is. Het minder bekende artikel 3 stelt dat de lidstaten over het vermogen moeten beschikken om zelf weerstand te bieden. Het begrip conflict moet vandaag ruimer worden gezien dan enkel een gewapend conflict. "Dreigingen kunnen ook bestaan uit cyberaanvallen, het verspreiden van desinformatie of de verstoring van vitale functies. Ziekenhuizen zijn kwetsbaar wanneer elektriciteit, informaticasystemen, logistiek of communicatie uitvallen. Een crisisplan moet daarom verder gaan dan een schema voor de spoeddienst. Het moet ook rekening houden met patiënten die al opgenomen zijn, met de continuïteit van de gewone zorg en met de aanvoer van personeel en materiaal."
Een grote NAVO-ontplooiing brengt niet alleen manschappen en materieel in beweging, maar doet ook de medische noden toenemen. Gewonden moeten langs verschillende zorgniveaus worden vervoerd. Sommigen zullen uiteindelijk in civiele ziekenhuizen terechtkomen. Daaronder kunnen mensen met ernstig trauma, amputaties of een langdurige revalidatiebehoefte zijn.
Het ondenkbare
De beschikbare ambulances en medische transportmiddelen zullen in dergelijke situatie niet volstaan. Andere vervoersvormen, zoals bussen of treinen, kunnen in noodplannen een rol krijgen. Daarvoor zijn afspraken tussen militaire en civiele partners nodig. De haven van Antwerpen en andere logistieke knooppunten kunnen bij oefeningen of daadwerkelijke ontplooiingen belangrijk zijn. Het provinciaal militair commando vormt een schakel met de civiele noodplanning.
"Ik hoop dat zo'n scenario nooit werkelijkheid wordt", besluit dr. De Raes. "Toch is het niet ondenkbaar en moeten we er als samenleving over spreken. Iedereen hoeft daarvoor geen militair of reservist te worden: ook in civiele ondersteuning, opleiding, logistiek en zorg kan men bijdragen."