UZ Brussel start fitnesstraject voor kinderen met obesitas
Kinderen die in het UZ Brussel een behandeling voor obesitas volgen, kunnen voortaan terecht voor een aangepast programma bij fitnessketen Jims. Doel is om kinderen langdurig aan het bewegen te krijgen.

Bij de behandeling van kinderen met obesitas kijken we verder dan gewicht alleen. Dat zegt kinderendocrinologe prof. dr. Inge Gies, diensthoofd van het kinderziekenhuis UZ Brussel. “Beweging heeft niet alleen een positieve invloed op fysieke gezondheid, maar kan kinderen ook helpen om zich beter in hun vel te voelen en meer vertrouwen te krijgen in hun eigen lichaam.”
Kinderen met obesitas zijn meestal wel gemotiveerd om te sporten, zegt Gies. Maar zij hebben vaak al negatieve ervaringen meegemaakt, zoals niet mee kunnen, snel geblesseerd geraken, of uitgesloten worden. Er zijn ook weinig sporten of initiatieven die aangepast zijn aan hun lichaam of hun behoefte.
“Wat we vaak doen, is een voorschrift geven voor een aantal kine-sessies; in de hoop dat ze een beetje kracht en aërobe capaciteit opbouwen en daarna kunnen instromen in een reguliere sportclub. Maar dat zijn maar een beperkt aantal individuele sessies, en de kinderen missen dan het sociale aspect van sporten. Bovendien blijft het in de medische sfeer”, zegt Gies.

Programma op maat
Fitnessketen Jims (deel van Colruyt Group) heeft al een aanbod voor volwassenen met obesitas, in samenwerking met onder meer CHU Tivoli en Ziekenhuis Geel, en benaderde UZ Brussel om een gelijkaardig initiatief voor jongeren (van 12 tot 18 jaar) op te zetten.
“We hebben de coaches van het filiaal in Jette opgeleid over de specifieke behoeften van adolescenten met obesitas”, zegt Gies. “Kinderen in ons pediatrisch multidisciplinair obesitascentrum (PMOC) worden geïncludeerd volgens het Edmonton Obesity Staging System, dat niet alleen naar BMI kijkt, maar ook naar medische en psychologische risicofactoren, mentaal welzijn en functionele beperkingen. Ze zijn dus niet zomaar te vergelijken met de standaardleden van een fitness. De coaches hebben geleerd hoe ze daarmee om moeten gaan.”
Het moet ook leuk blijven voor de kinderen. Zij mogen daarom zelf voorstellen welke toestellen ze willen proberen, en kunnen zelf de muziek kiezen.
Zorgtraject beter bekend
Het zorgtraject obesitas bij kinderen bestaat nu bijna drie jaar. Het PMOC van UZ Brussel ziet nog steeds een stijgende instroom. “Het zorgpad is steeds beter gekend bij zorgverstrekkers in de eerste lijn die geconfronteerd worden met kinderen met obesitas”, zegt Gies. “Het besef van het belang van een diagnose en een aangepast behandelplan is ook gegroeid.”
“Het is heel goed dat meer kinderen opgevolgd worden in het zorgtraject, maar het is niet de bedoeling dat een kind voor altijd in een zorgtraject zit. We proberen hen zo veel mogelijk terug naar de eerste lijn, en naar reguliere sport- en bewegingsmogelijkheden terug te leiden. Daar past dit initiatief heel mooi in”, zegt Gies.
'Het is niet dat wij alle kinderen per se in de fitness willen krijgen, maar we hopen dat dit initiatief inspiratie biedt aan andere partners en organisaties'
“In het begin had de eerste lijn heel wat vragen over wat van hen verwacht werd wanneer zij de zorg weer overnamen. Daarin ondersteunen we elkaar nu en we wisselen ook adviezen en behandelplannen uit.”
“Het is niet dat wij alle kinderen per se in de fitness willen krijgen, maar we hopen dat dit initiatief inspiratie biedt aan andere partners en organisaties zodat ze ook oog hebben voor de noden van kinderen met obesitas en ervoor zorgen dat zij in een sport kunnen instappen. We hopen dat er nog veel andere initiatieven komen.”
Preventie blijft sleutel
Preventie van obesitas blijft cruciaal, zegt Gies. “Het is goed dat er een zorgtraject is, maar we moeten bekomen dat de instroom afneemt. Er is al meer awareness bij huisartsen, bij Kind en Gezin, bij de CLB’s: gewichtstoename zal sneller ter sprake worden gebracht. Maar als maatschappij hebben we nog veel stappen te zetten: rond ongezonde voeding, het aanbod van voeding rond scholen, het belang van goede nachtrust, van voldoende beweegmogelijkheden voor kinderen.”
Ook de overheid heeft daarin een rol te spelen, vindt Gies, die het jammer vindt dat de Vlaamse overheid Bewegen op verwijzing heeft geschrapt zonder een alternatief te voorzien. “Denk aan het aanbieden van gezonde maaltijden op school, informatie over gezonde voeding en de noden van jonge kinderen,… Ook de regels rond marketing voor ongezonde voeding zouden een stuk strenger mogen zijn.”