Pediatrie
Intra-uteriene blootstelling aan hormoonverstoorders en atopische dermatitis: nieuwe epidemiologische correlaties
De prenatale periode vormt een periode van biologische vatbaarheid voor atopische dermatitis. Tijdens die periode zou blootstelling aan de omgeving de ontwikkeling van het immuunsysteem en de huid kunnen beïnvloeden. Eind 2025 is een overzichtsartikel gepubliceerd dat de epidemiologische gegevens over de correlatie tussen prenatale blootstelling aan hormoonverstoorders en diabetes bij het kind samenvat.
De auteurs hebben alle observatieonderzoeken (hoofdzakelijk moeder-kindcohortes) doorgenomen die prenatale blootstelling aan hormoonverstoorders en het optreden van atopische dermatitis bij het kind hebben geëvalueerd. De prenatale blootstelling werd beoordeeld naar metingen op de urine en het bloed van de moeder en soms navelstrengbloed. De bestanddelen die het vaakst zijn onderzocht, zijn ftalaten, bisfenol A, parabenen, triclosan en per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS).
Significante epidemiologische correlaties tussen hormoonverstoorders en atopische dermatitis
In meerdere observatieonderzoeken is een statistisch significante correlatie vastgesteld tussen prenatale blootstelling aan bepaalde hormoonverstoorders en een hoger risico op atopische dermatitis bij het kind. Ftalaten correleerden het vaakst met een atopische dermatitis (correlaties met verschillende urinaire metabolieten gemeten tijdens de zwangerschap). Ook bisfenol A correleerde met een hoger risico op atopische dermatitis in bepaalde cohortes, met name bij blootstelling van de moeder in het begin van de zwangerschap.
In meerdere studies is een correlatie beschreven tussen de serumconcentraties van PFAS bij de moeder en het optreden van atopische dermatitis bij het kind. De correlaties met parabenen en triclosan waren wisselend. De timing van blootstelling tijdens de zwangerschap blijkt belangrijk te zijn. In sommige studies zijn sterkere correlaties vastgesteld tijdens het eerste of het tweede trimester evenals verschillen volgens het geslacht naargelang van de onderzochte stof.
Beperkingen van de studies
Atopische dermatitis is een multifactoriële aandoening, die het gevolg is van complexe interacties tussen de omgeving, het immuunsysteem en de huidbarrière vanaf de eerste stadia van de ontwikkeling.
De informatie tot nog toe is afkomstig van observatieonderzoeken, met alle methodologische zwaktes van dien. Dat neemt niet weg dat toch herhaaldelijk epidemiologische correlaties zijn waargenomen, die leren dat prenatale blootstelling mogelijk belangrijk is bij de pathogenese van atopische dermatitis. Prospectieve, beter gestandaardiseerde studies zijn nodig om de klinische implicaties ervan te ramen en om een gericht preventief beleid uit te stippelen.
Referenties:
1. Chen Y, Zhang L, Yang T, Chen L. Prenatal exposure to endocrine-disrupting chemicals and childhood atopic dermatitis: epidemiological evidence. Front Microbiol. 2025;16:1681214. doi:10.3389/fmicb.2025.1681214
2. Lee W, Chaudhary F, Agrawal DK. Environmental Influences on Atopic Eczema. J Environ Sci Public Health. 2024;8(2):101-115. doi:10.26502/jesph.96120209